Hoe is het nu met voormalig profvoetballer Rinus Brinkman uit Emmer-Compascuum? 'Winnen van Feyenoord, dat vergeet je natuurlijk nooit'

Waar zijn ze gebleven? Een (oud-)inwoner van Drenthe die uit onze spotlights verdween, praat je even bij. Vandaag voormalig profvoetballer Rinus Brinkman (68) uit Emmer-Compascuum.

Rinus Brinkman, oud-profvoetballer en dit jaar vijftig jaar actief als postbode.

Rinus Brinkman, oud-profvoetballer en dit jaar vijftig jaar actief als postbode. Foto: DvhN

Dag Rinus Brinkman, hoe gaat het met u?

,,Goed. Ik ben deze maand 43 jaar gelukkig getrouwd met Kini. Samen hebben we twee dochters, die ook in Emmer-Compascuum wonen. En dan hebben we nog zes kleinkinderen waar we heel blij mee zijn. Fysiek gezien gaat het niet echt top. Ik heb al lang last van mijn rechterknie en zou daar eigenlijk weer keer aan geopereerd moeten worden. Gelukkig kan ik ondanks die knie nog wel dingen doen die ik leuk vind: post rondbrengen op de scooter en scouten voor de jeugd van FC Emmen.’’


U vindt het bezorgen van post leuk?

,,Ja en ik doe dat nu al vijftig jaar. Ik ben opgeleid als huisschilder, maar dat werk heb ik nooit gedaan. Begin jaren zeventig zag ik een advertentie van de PTT. Om personeel te werven bood het bedrijf gratis sport aan. Dat leek me wel wat en ik ben nooit meer bij de post weggegaan. Het is heerlijk werk. Lekker buiten en op pad. Tegenwoordig doe ik het nog drie middagen in de week. In mijn eigen dorp, op een elektrische scooter.’’


Komt u van oorsprong uit Emmer-Compascuum?

Nee, ik ben een geboren Amsterdammer. Daar ben ik ook begonnen met voetballen, bij Slotervaart. Een van mijn teamgenoten daar was David Endt, die later perschef bij Ajax zou worden. Op mijn zestiende werd ik gevraagd om bij Blauw-Wit te komen spelen, een veel grotere club uit Amsterdam die in de eerste klasse speelde. Daar debuteerde ik niet lang daarna in het eerste team.

Wanneer belandde u dan in Drenthe?

,,Een paar jaar daarna. Mijn vader was astmatisch en voor zijn gezondheid was het beter dat hij ging verhuizen naar een plek met schonere lucht. Mijn oudere broer Wil woonde destijds in de Emmer wijk Angelso en als mijn ouders bij hem waren, voelde mijn vader zich altijd topfit. Dus mijn ouders verhuisden ook naar Emmen. Ik vervulde in die periode mijn dienstplicht in Harderwijk, ging op zaterdag naar mijn ouders en speelde op zondag bij Blauw-Wit in Amsterdam. Dat laatste veranderde nadat ik werd gevraagd om bij CEC in Emmer-Compascuum te gaan voetballen.’’


Hoe beviel die overgang?

,,Goed, maar het was wel heel lastig dat ik mijn medespelers aanvankelijk helemaal niet kon verstaan. Maar sportief gezien ging het prima. In mijn eerste jaar werden we tweede in de eerste klasse, waardoor we promoveerden naar de toen net opgerichte hoofdklasse. Na enige tijd werd ik geselecteerd voor het Nederlands amateurteam. En voor het nationale PTT-team, niet te vergeten. Ook dat elftal speelde interlands.’’


En toen klopte in 1976 profclub Veendam aan de deur.

,,Ja, en ook SC Heerenveen! Ik koos voor Veendam omdat Heerenveen eiste dat ik daar ging wonen en daar voelde ik niets voor. Uiteindelijk ben ik vijf seizoenen als semi-prof bij Veendam gebleven. Twee jaar lang was Henk Lodestein mijn teamgenoot. Met hem speelde ik eerder ook samen bij CEC. Ook Jurrie Koolhof, die later naar PSV ging en international werd, speelde in die tijd bij Veendam. De derby’s tegen FC Groningen waren de krenten in de pap. Maar het mooiste duel was een bekerwedstrijd tegen Feyenoord in 1977.’’


Omdat jullie tegen een topclub uit de eredivisieclub speelden?

,,Ja, maar vooral omdat we wonnen! Voor 12.500 supporters op de Langeleegte versloegen we Feyenoord met 2 - 1. Dat was natuurlijk een sensatie, zoiets vergeet je nooit. Na afloop liepen we een ereronde. Mijn directe tegenstander? Dat was de Oostenrijker Willy Kreuz. Onze volgende opponent kwam ook uit Rotterdam: Excelsior. En daar verloren we dan weer van.’’


In 1981 vertrok u bij Veendam. Waarom?

,,Ik kon niet overweg met de trainer, Hans Alleman. Ik ging naar de amateurs van Emmen. Waarom ik voor die club koos, is een heel bijzonder verhaal. Mijn chef bij de PTT was een groot Emmen-supporter. Hij zei dat hij mijn broer Wil bij de post een baan zou bezorgen als ik bij Emmen ging voetballen. Dat zag mijn broer, die in de fabriek werkte, wel zitten. En dus speelde ik het seizoen daarop bij Emmen. Omdat ik het er niet zo naar mijn zin had, ging ik het jaar daarna naar Drenthina, ook in Emmen. Daar heb ik nog tot 1986 gevoetbald. Daarna ben ik trainer geweest bij CEC, Oring (Odoorn), Drenthina, ZBC (Zweeloo) en Borger.’’


En tegenwoordig bent u scout voor de jeugd van FC Emmen?

,,Ja, en daarbij vorm ik een koppeltje met Henk Lodestein, mijn oud-teamgenoot bij CEC en Veendam. Eerder trainden we ook samen CEC en analyseerden we tegenstanders voor de eerste elftallen van Veendam, FC Emmen en het tweede team van FC Groningen. Rijk zijn Henk en ik niet geworden door het voetbal, maar het heeft ons wel iets belangrijkers opgeleverd: heel veel plezier. En dat doet het dus nu nog steeds.’’


Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu