Hulp bij de klap na de klap. Team nazorg in actie na ongeluk op N34 in Borger. Van een machocultuur is bij de brandweer geen sprake meer

Hulptroepen van de politie, brandweer en ambulancezorg waren zondag als eerste ter plekke bij het verkeersongeluk in Borger. De betrokken hulpverleners krijgen hulp bij het verwerken van de beelden.

Burgemeester Jan Seton van de gemeente Borger-Odoorn (donkerblauw pak) bezocht gisteravond de brandweermannen

Burgemeester Jan Seton van de gemeente Borger-Odoorn (donkerblauw pak) bezocht gisteravond de brandweermannen Foto: Van Oost Media

Om 20.53 uur zondagavond krijgt het brandweerkorps van Borger een oproep tot uitrukken. Aan de voet van het baken van de eigen kazerne, aan de rand van het dorp, heeft op de N34 een verschrikkelijk ongeval plaatsgevonden. ‘Incident nr. 30. Geen fijne’, noteren ze op de eigen Facebookpagina. Onder de post stromen de hartjes en reacties binnen. De waardering voor hun inzet is enorm.

De negende keer dit jaar

Ieder ongeval staat op zich. Dat geldt ook voor de mensen die als eerste professioneel te hulp schieten. Bij de Drentse brandweer vangen gespecialiseerde collega’s de brandweermannen van dienst op na grote ongevallen en ernstige misdrijven. Direct na de bestrijding. Die nazorg was er zondagavond ook in Borger. De negende keer dit jaar in de provincie.

Het Team Collegiale Opvang (TCO) bestaat uit 35 Drentse brandweerlieden. Stuk voor stuk reguliere manschappen met speciale kennis en kunde van de menselijke psyche tijdens en na een traumatische ervaring. De keren dat zij niet zelf uitrukken om een ramp te bestrijden rijden ze naar de dichtstbijzijnde kazerne om hun collega’s op te vangen. Met koffie en een goed gesprek. Op de plek des onheils kijken ze zelf niet, ze willen de verhalen en emotie van hun collega’s uit de eerste hand horen.

Allerbelangrijkste moment

Volgens Theo Seubers, coördinator nazorg van de brandweer, is dat het allerbelangrijkste moment voor de manschappen. Onder leiding van de officier van dienst of bevelvoerder wordt na grote hulpacties de inzet gelijk nabesproken. ,,Zodat iedereen scherp heeft wat er gebeurd is en hoe we gehandeld hebben. Dat is ook het moment dat gevoelens als ‘heb ik het goed gedaan?’, of ‘had ik nog iemand kunnen redden?’, gelijk worden uitgesproken.’’

Leden van het TCO kijken tijdens die evaluatie eens goed de kring rond. Wie zijn er stil, wie reageren verbaal en non-verbaal hevig, wie zit er aangeslagen bij? Die collega’s krijgen vaak een extra telefoontje de volgende dag. Meestal komt de hele groep daags na het ongeval ook nog een keer bij elkaar.

Ze voelen of een schouderklopje volstaat

Bij het ongeluk in Borger waren zeven mensen van het team aanwezig. Naast brandweermannen vingen ze ook agenten en andere hulpverleners op. ,,Maar dat is altijd een veilige club. Geen pers of publiek,’’ zegt Seubers. ,,Dit zijn collega’s die precies weten wat de ander meemaakt. Ze spreken de brandweertaal. Ze voelen of een schouderklopje volstaat of dat er meer hulp nodig is.’’

Van een machocultuur is volgens Seubers geen sprake meer. ,,Vroeger had je weleens mannen die na het reddingswerk gelijk weg wilden. Naar huis of weer aan het werk. Dat bleken vaak de gevaarlijkste klanten. Nu snapt iedereen dat wat we doen, geen luxe is.’’

Politie en ambulancezorg

In Borger kwam het team van Seubers in actie. Net als bij tientallen ongevallen, vaak in het verkeer, de afgelopen jaren. Als collega’s last krijgen van wat ze meemaken kunnen ze terecht bij het team. ,,Ook na een jaar of nog later. Zolang het brandweermannen zijn, staan we voor ze klaar.’’ De politie en de ambulancezorg kennen soortgelijke interne nazorgteams.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu