Jetta Klijnsma: ’Geluk is overal te vinden’

Staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken brengt een werkbezoek aan dakloze bewoners van Het Kopland. Foto: Archief DvhN/Kees van de Veen

Dagblad van het Noorden journalist Harald Buit publiceerde op 24 december 2009 een interview met Jette Klijnsma. Zij blikt daarin terug op haar jeugd in Hoogeveen. Lees het interview hieronder terug.

De zon zien schijnen in economisch beestenweer.

Ongeveinsde vrolijkheid in een lastig lichaam.

Staatssecretaris Jetta Klijnsma geldt als rasoptimist. Zonder te zweven. Haar Drentse wortels houden haar aan de grond. "Met turf heb ik weinig meer van doen, maar ik drink zo nu en dan nog wel een jenevertje."

Haar opgewekte ’goedemorgen!’ vult de ruimte al voor Jetta Klijnsma zelf zichtbaar is. Dan, het inmiddels vertrouwde beeld van de staatssecretaris, lopend achter haar rollator.

Brede glimlach op het gezicht. "Hé, hallo!

Goede reis gehad?" De kille blokkendoos van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid fleurt er na deze warme begroeting van op. Maar rond Jetta Klijnsma hangt zelden vorst van betekenis.

Het vrolijke humeur geldt als handelsmerk.

En is politiek effectief, zo leert haar erelijst. Je kunt slecht ruzie met haar krijgen, klonk het tijdens haar wethouderschap vanuit de gemeenteraad in Den Haag. En een raadslid van D66 wees met de typering ’iron lady in cadeauverpakking’ op Klijnsma’s ijzerenheinige vastberadenheid. Ze schiet er van in de lach. "Nou, daar kan ik me niet zoveel bij voorstellen. Oké, ik moet soms beslissingen nemen waarvan mensen niet in polonaise over straat gaan. Maar ik mag toch hopen dat de mensen mij niet zien als een soort Margaret Thatcher…" Ze neemt een slok koffie en staart even voor zich uit; minibreak in een superdruk bestaan. Haar agenda puilt uit. Overleggen op het ministerie, werkbezoeken in binnen- en buitenland, interviews en tv-optredens, Kamerdebatten. "Een sociaal leven? Heb ik ook hoor. Maar het is wel flink plannen, soms al een maand of meer vooruit. Ik probeer ondanks de drukte wel zoveel mogelijk tijd vrij te maken voor mijn familie en vrienden.

Mijn man Ard zie ik soms nauwelijks, maar hij begrijpt dat. Men moet echter ook niet overdrijven; ik ben het afgelopen weekeind nog met mijn vier zussen op de Veluwe geweest. Een heel etmaal nog wel. En het was weer fantastisch!"

Jetta Klijnsma heeft noordelijke wortels. Haar wieg stond in Hoogeveen, waar ze de eerste achttien jaar van haar leven doorbracht. Zodra de plaatsnaam valt, veert ze op. "Jaaah! Heerlijk gebied.

Het leven draait er ook een stuk rustiger dan bijvoorbeeld in Den Haag; het is er niet zo hyperdepieper."

De volksaard van de Drent begrijpt ze goed. "Met turf heb ik weinig meer van doen, maar ik drink zo nu en dan nog wel een jenevertje."

Vervolgens trekken bekende Hoogeveense straten, gebouwen, winkels en namen voorbij.

TomTom volstrekt overbodig. "Ik heb laatst nog een mooie jas gekocht bij Arie Veldman in de Tamboerpassage. Ik kwam vroeger al bij zijn vader, Anton." Kritisch is ze ook op haar geboorteplaats.

"Jammer dat er zoveel oude gebouwen zijn afgebroken. Kijk alleen al hoeveel panden uit de Hoofdstraat zijn verdwenen. Mijn oma had daar vroeger bijvoorbeeld een sigarenwinkeltje. In de loop der tijd hebben die panden plaats moeten maken voor nieuwbouw."

Jetta Klijnsma, officieel heet ze Jellejetta ("maar ik luister ook naar Jellejet of Jet"), is van gereformeerde huize. "We waren een gezin in de traditie van de Anti Revolutionaire Partij (ARP).

Niet zwaar christelijk hoor, of benepen. Kerkgang was wel vaste prik, maar aan tafel bestonden geen taboes. We konden met vader en moeder eigenlijk overal over praten. Dat kwam misschien ook door de vele dochters, die zich ieder op hun eigen manier ontwikkelden." De christelijke opvoeding vertaalt zich anno 2009 niet meer in het geloof.

"Ik ben niet meer gelovig, nee. Dat bepaal je trouwens niet van de ene op de andere dag. Het is een proces. Ik studeerde sociaal-economische geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen en werd niet vrolijker van al die godsdiensten. Ik vind de kreet van het humanisme zo mooi: als we niet oppassen zijn we als mensheid aan de goden overgeleverd.

We doen elkaar de ergste dingen aan omdat we goden achterna rennen."

Het loslaten van het geloof heeft haar ouders verdriet gedaan, weet ze. "Natuurlijk hadden ze graag gezien dat ik belijdend gereformeerd was geworden. Maar ze respecteren mijn keuze, net zoals ik het doodgewoon vind dat er gebeden wordt wanneer ik met mijn moeder eet." De ARP sprak Klijnsma overigens wél aan. "Toen deze partij later opging in een grotere stroming (CDA), vond ik dat ze onvoldoende deden voor de mensen die het niet zo goed getroffen hadden in het leven." En dus verlegde de politieke interesse zich naar partijen met het socialisme als uithangbord.

Haar vader, in 2006 overleden, maakte onder meer grafstenen in een steenhouwerij aan de Grote Kerkstraat. "Het was bij ons thuis altijd de zoete inval. Veel mensen over de vloer. Dat had vooral te maken met de gastvrijheid van mijn moeder, die contacten met de klanten onderhield.

Vader stond in de werkplaats en was dus eigenlijk ook altijd thuis. In de schoolpauze dronk ik er vaak met vriendinnen en vrienden koffie. Moeder had dan eigengebakken cake. De school (het toenmalige Menso Alting College) stond vlakbij en als we een sprintje trokken lukte het allemaal nèt."

Die vrolijkheid stond in schril contrast met het verdriet dat mensen overkwam nadat ze een dierbare hadden verloren. "Regelmatig hadden we huilende mensen in de werkplaats of bij moeder in de keuken. Ik ben wel héél erg opgegroeid met de dood. Dat vind ik eigenlijk wel mooi, want de dood hoort bij het leven. Als ik in het buitenland ben bezoek ik vaak een begraafplaats.

Dat deed ik als kind ook al met mijn vader.

Ik vind het goed dat je op den duur dood gaat.

Dan is het ook klaar. Alle dreutels, ik moet er niet aan denken om eeuwig door te leven. De dood kan je ook zo overkomen. Voor hetzelfde geld kom je onder de tram."

Het gezin Klijnsma telt vijf dochters. Jetta is de vierde in rij. "Met een handicap: kromme benen."

Die spasticiteit komt vermoedelijk door een zuurstoftekort bij de geboorte. Operaties volgen. Pas op haar dertiende leert ze goed lopen, in een revalidatiecentrum in Beetsterzwaag. Als kind moest Klijnsma zich veel ontzeggen. Schaatsen leek haar fantastisch. "Maar dat kon ik wel op mijn buik schrijven." Beetsterzwaag knippert echter in neon letters boven haar bestaan. Het revalidatiecentrum gaf haar mobiliteit en opende haar de ogen.

"Ik zag kinderen die er nog veel erger aan toe waren. Ik moest eigenlijk niet zeuren, vond ik."

Haar handicap leverde haar thuis geen uitzonderingspositie op. "Ik werd niet ontzien, nee. Mijn ouders deden er alles aan om me een zo normaal mogelijke jeugd te geven. Dat vonden ze heel belangrijk. Ik moest ook overal aan meedoen.

Zoals afwassen. ’Je hebt niets aan je handen’, zei mijn moeder dan. Het opruimen van het hele tere spul liet ze overigens wel aan mijn zussen over. Ik liep niet met het porselein."

Haar moeder zorgde er ook voor dat ze op een normale kleuter- en basisschool kwam en niet op een mytylschool, voor leerlingen met een lichamelijke handicap of functiestoornis. "Door mijn kromme benen viel ik ontzettend vaak om. Dan zei mijn moeder tegen de juf: ’Laat haar maar gewoon liggen, ze krabbelt wel weer overeind’."

Een harde leerschool, maar Klijnsma kan die keuze wel begrijpen. "Mijn moeder wapende me al op jonge leeftijd tegen het leven. Ze was een echte ruggensteun. Mijn vader droeg zijn steentje ook bij hoor, maar moeder gold meer als drijvende kracht. Ze bezocht tal van specialisten met mij en ging keer op keer mee naar het ziekenhuis. En thuis regelde ze fysiotherapie." Dat de buitenwacht spasticiteit soms koppelt aan een verstandelijke beperking, weet Klijnsma uit ervaring. "Ik krijg er vooral de slappe lach van."

Dit interview is eerder gepubliceerd op 24 december 2009.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu