Klaas woonde net als Willeke Dost bij de Mulders: 'Het pleeggezin heeft mijn leven gered'

De vingers wijzen sinds de verdwijning van de 15-jarige Willeke Dost, in 1992, veel naar de familie Mulders. Het pleeggezin zou het meisje slecht hebben behandeld en is wellicht betrokken bij de vermissing. Het zit Klaas dwars. Hij werd ook door hen opgevangen in Koekange: ,,Ze hebben mijn leven gered.''

Een familiekiekje van de Mulders. Foto: Wout Mulders

Een familiekiekje van de Mulders. Foto: Wout Mulders

Hij wil alleen met zijn tweede naam in de media. Zijn slechte jeugd en de periode van opvang hoeft niet iedereen in zijn huidige omgeving te weten. Maar omdat de Mulders sinds de vermissing gezien worden als 'slechte pleegouders' wil hij zijn verhaal doen.

Want Klaas belandt in 1985 in Koekange, op 16-jarige leeftijd, en heeft het er goed: ,,Als je geen goede opvoeding krijgt, niet leert wat goed en fout is en in een internaat belandt met zeer ondeugende kinderen is de kans groot dat het verkeerd gaat. Zij hebben mij daarvoor behoed.''

Klaas zit er in 1987 nog, als Willeke in het pleeggezin komt. ,,Op een gegeven moment kwam ik een meisje in huis tegen. Klein, schuchter, in zichzelf gekeerd. Het duurde een aantal dagen voordat ze wat tegen mij zei. Iets van 'hoi' ofzo. We hadden niet veel contact. Een 17-jarige is met andere dingen bezig dan een 10-jarige. We begroetten elkaar wel en vroegen hoe de dag was gegaan, maar niet uitgebreid. Wel moesten we samen eens een pony vangen in de wei. Ze lachte wel, vooral als ze met die pony bezig was. Aan tafel, tijdens het eten, zei ze niet veel.''

Herinnering aan Koekange is goed

Hij maakt Willeke een paar maanden mee. In september van dat jaar gaat de jongen op zichzelf wonen, in Meppel. Klaas komt nog regelmatig langs bij de Mulders. Weer twee jaar later verhuist hij opnieuw in Meppel en ook daar komt hij Willeke tegen. ,,Voor onze woning had je een pleintje. Ik kwam terug van boodschappen of werk en ineens stond ze daar. Toen ik vroeg wat ze er deed zei ze dat een vriendje daar woonde. Dat bleek Martijn Kisters. Vanaf dat moment zag ik haar daar vaker. Of in Meppel. We hadden korte gesprekjes. Er was vaak een meisje of een groepje bij en dan leek ze wel vrolijk.''

De herinnering aan zijn tijd in Koekange is goed. De omgeving, het platteland met de kronkelweggetjes, de jongen vindt het prachtig. Hij wordt ook met open armen ontvangen door pleegouders Piet en Herna. ,,Ze zeiden: 'Als je wilt is dit jouw thuis'. Dat was ik niet gewend. Ik werd daar zo blij van. Eindelijk had ik het idee dat ik er mocht zijn.''

De sfeer is in zijn beleving een verademing. Hij komt er tot rust, na het internaat. De jongen fietst regelmatig met Herna door Drenthe. ,,In de buurt van Echten stopten we bij een oude plaggenhut, daar stond een ijscokar. Altijd werd ik getrakteerd op een ijsje.''

Klaas helpt pleegvader Piet Mulders met klussen en samen sleutelen ze aan gemotoriseerde tweewielers. ,,We kregen een oude Solex weer aan de praat en reden daarmee over het pad langs de woning naar achteren.''  Piet leert hem ook autorijden. ,,Dat gebeurde in het weiland. Pa Mulders, ja ik noem ze nog altijd pa en ma Mulders, zat naast mij.''

De jongen krijgt een leerwerkplek bij een groothandel in kamerplanten en snijbloemen in Havelte en heeft een kamer op de zolderverdieping van de boerderij aan de Koekanger Dwarsdijk. ,,Daar was mijn kamer, een berging en een soort speelkamer waar bijvoorbeeld met lego werd gespeeld.''

'Een fijn en warm gezin'

In zijn jaren in Koekange, van 1985 tot 1987, wonen er, inclusief hemzelf, maximaal drie pleegkinderen tegelijk. Ook hij kent de boerderij goed en wat hem steekt is het gemak waarmee wordt gezegd dat Willeke tijdens het douchen wordt begluurd door pleegvader en pleegbroers.

,,Dat kan niet. Ga daar maar eens in die woning kijken. Door die glazen stenen in de muur van de douche kun je niks zien. Bovendien douchte je in bad en het douchegordijn moest dicht omdat anders de hele badkamer nat werd. Daarnaast kon de deur op slot.’’

Het vermeende gebrek aan affectie in het pleeggezin herkent hij evenmin: ,,Na een brommerongeluk in 1986 had ik meer botten wel dan niet gebroken. De communicatie ging in die tijd ongeveer per postduif, maar toen de Mulders hoorden dat ik in het ziekenhuis in Meppel lag, stonden ze een half uur later aan mijn bed. Met tranen in de ogen. Mag je dan spreken van een bepaald soort liefde? Ik vond het een fijn en warm gezin. Ik heb gewoon een fantastische tijd daar gehad. Echt.’’

Wat met Willeke is gebeurd is ook voor hem een raadsel, maar Klaas is voor 99,9 procent overtuigd dat de familie Mulders er niet de hand in heeft gehad: ,,Ook omdat ik nooit heb meegemaakt dat iemand van hen gewelddadig of agressief was.’’

'Bart? Een leuke jongen, vol humor'

Dat jongste zoon Bart soms wordt genoemd als verdachte, klinkt hem eveneens raar in de oren. ,,Hahaha. Bart, ach ja. Hoe moet ik Bart omschrijven? Toen ik daar kwam was het gewoon een spring-in-‘t-veld. Leuke jongen, vol humor. Was veel met zijn mavo bezig en draaide ontzettend veel muziek. Ik heb Bart ook gezien nadat Willeke was verdwenen. Hij was in mijn herinnering niet anders dan voor die tijd.''

Na de verdwijning vragen de Mulders aan Klaas of hij het meisje heeft gezien en om naar haar uit te kijken. Ze weten dat hij haar wel eens tegenkomt in Meppel. Het contact met de familie Mulders is altijd gebleven. Ze hebben het geregeld over Willeke en spreken de hoop uit dat ze terugkeert of zich meldt. Hij ziet zijn dementerende pleegmoeder twee dagen voor ze naar het verzorgingstehuis gaat.

Het 'hele circus' rond de verdwijning, daar heeft hij last van. ,,Iedereen trekt maar conclusies, zonder dat ze de familie kennen. Het is ook kwalijk hoe de Mulders behandeld zijn. Zij zijn bijna vernederd door mensen en in de pers. Ik weet dat ze er behoorlijk onder gebukt zijn gegaan. Het heeft hun leven wel vernield.''

Lees zaterdag vanaf 08.00 uur op deze website een extra aflevering van de longread Het meisje dat spoorloos verdween

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu