Komen bloemencorso's zoals die van Frederiksoord op de lijst met immaterieel erfgoed van Unesco? De beslissing daarover valt donderdag in Parijs

Het jaarlijkse bloemencorso in Frederiksoord. Foto: Rens Hooyenga

Het belooft donderdag een spannende dag te worden voor liefhebbers en deelnemers van bloemencorso’s. Dan wordt namelijk duidelijk of Unesco de Nederlandse corsocultuur op de internationale lijst met immaterieel erfgoed zet. De vergadering vindt plaats in Parijs.

In Drenthe zijn bijvoorbeeld bloemencorso’s in Frederiksoord, Eelde en Elim. Minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur) nomineerde de corsocultuur in januari 2020 voor de Internationale Immaterieel Erfgoed-lijst van Unesco. Ook het Zomercarnaval van Rotterdam werd toen genomineerd. Drie jaar eerder lukte het al om het molenaarsambacht op de lijst te krijgen.

Van Engelshoven: ‘De corsocultuur weerspiegelt de culturele diversiteit van Nederland. Immaterieel erfgoed verbindt mensen en verleent hun een gevoel van identiteit’. Met de nominatie volgde ze het advies van de Raad voor Cultuur. Daarna was het aan de Corsokoepel, die meer dan dertien corso’s vertegenwoordigt, om samen met het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland en het ministerie een goed nominatiedossier samen te stellen.

Stevig draagvlak

Het doel van de immaterieel erfgoedlijst is om gebruiken, rituelen en ambachten voor de toekomst te beschermen en de waardering voor immaterieel erfgoed te bevorderen. Om op de internationale Unesco-lijst te komen, moet ‘het erfgoed stevig draagvlak hebben binnen een gemeenschap, die zich expliciet achter de voordracht schaart’. Ook moet het met zijn tijd meegaan om levend te blijven.

Nieuws

menu