Maker van stationshond Mannes stapt naar de rechter. Kunst en auteursrecht, hoe zit dat eigenlijk?

De kunstenaar van de Asser stationshond Mannes stapt naar de rechter omdat hij vindt dat de restauratie zo slecht is gedaan, dat inbreuk is gemaakt op zijn auteursrecht. Hoe zit het eigenlijk met de rechten van een kunstenaar?

Mannes, de stationshond van Assen.

Mannes, de stationshond van Assen. Foto: Jaspar Moulijn

Het lijkt onschuldig, een kunstwerk restaureren. Maar aan een kunstwerk mag niet zomaar getornd. Zo stelt Q.S. Serafijn dat zijn creatie Mannes, de hond voor het station in Assen, door de gemeente zonder zijn medeweten op zodanige wijze is gerestaureerd, dat het werk is verpest. Een rechter gaat bepalen of hiermee inbreuk is gemaakt op zijn auteursrecht.

Eigendom?

Het auteursrecht is vastgelegd in de Auteurswet. Hierin staat dat de maker van iets origineels als enige mag beslissen over de exploitatie van zijn of haar creatie. Dit recht ontstaat vanzelf en je hoeft deze niet, zoals een octrooi bij een uitvinding, te registreren. Ook als een kunstwerk wordt gewijzigd, kan een kunstenaar hiertegen in verzet gaan.

De vraag of een restauratie wel of niet goed is uitgevoerd en of een kunstenaar hiervoor toestemming moet geven, is niet zomaar te beantwoorden, zegt advocaat Koen Konings van het Groningse NORD Advocaten, specialist in intellectueel eigendomsrecht. „Je hebt het gewone eigendomsrecht, dat gaat bij verkoop van een object over van de maker naar de koper. In dit geval van kunstenaar naar gemeente. Dan is de gemeente eigenaar van het object. Maar daarnaast hebt je ook nog het auteursrecht. Dat recht gaat bij een koop niet automatisch over.” Hij vergelijkt het met films en boeken. „Je kunt wel een boek kopen, maar daarmee verkrijg je niet het auteursrecht op het verhaal.”

Het komt voor dat bij verkoop ook de auteursrechten van een kunstwerk worden overgedragen. Maar zelfs dan heb je als kunstenaar volgens Konings nog zogenoemde persoonlijkheidsrechten. „Die geven nog wat extra rechten aan de maker van het werk. Artikel 25 van de Auteurswet zegt dat een maker zich onder omstandigheden kan verzetten tegen misvorming, verminking, aantasting of welke andere wijziging in het werk. Een rechter zal in de zaak van Mannes moeten toetsen of dat het geval is. Redelijkheid is daarbij heel belangrijk.”

Omdat Mannes niet alleen Q.S. Serafijn, maar ook architect Maurice Nio als geestelijk vader heeft, is de zaak extra ingewikkeld. Nio heeft namelijk wel nauw contact met de gemeente gehad over de restauratie. Bovendien ligt er een contract waarin staat dat de kunstenaars de eerste tien jaar verantwoordelijk zijn voor het onderhoud. Daarover loopt een andere zaak: Assen wil de kosten van 90.000 euro verhalen op Serafijn en Nio, maar die weigeren te betalen. Zij vinden dat het bedrijf dat de hond gemaakt heeft, slecht werk heeft geleverd en deze kosten moet ophoesten.

‘Kunstenaars zijn discussie gewend’

Het verschilt per geval hoe een onderhoudscontract met een kunstenaar eruit ziet, vertelt Michiel van der Kaaij, adviseur kunst in de openbare ruimte bij Stichting Kunst & Cultuur (K&C). „Wat dat betreft is het fifty-fifty. De ene gemeente laat het onderhoud bij de kunstenaar, de andere gemeente neemt dat in nauw overleg met de kunstenaar voor eigen rekening.” Van der Kaaij is betrokken bij de totstandkoming van verschillende openbare kunstwerken in Drenthe en werkt daarbij in opdracht van de provincie en diverse gemeenten.

Een onderhoudscontract afsluiten is volgens hem niet verplicht. „Maar wij adviseren dat altijd te doen. En ook om te werken volgens de Landelijke Voorwaarden Kunstopdrachten. Dat zijn richtlijnen, standaardcontracten en honoraria. Daardoor wordt fatsoenlijke behandeling van de kunstenaar gegarandeerd.” Gedoe zoals in Assen heeft Van der Kaaij nog niet eerder meegemaakt. „Inhoudelijk ken ik het contract niet, maar het werkt hier blijkbaar niet. En kunstenaars in de openbare ruimte zijn echt wel wat discussie gewend.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu