De vier kleuren van de RMS hangen hoog in de mast bij de uitvaart van Junus Ririmasse (71). Molukkers nemen in Bovensmilde afscheid van hun Chief

De Molukse gemeenschap in Bovensmilde nam dinsdagmiddag afscheid van Junus Ririmasse, die vorige week op 71-jarige leeftijd overleed. Door een Nederlandse bril was hij een veroordeelde treinkaper, voor Molukkers voor altijd een vrijheidsstrijder.

Brandende fakkels begeleiden de rouwauto met daarin Junus Ririmasse.

Brandende fakkels begeleiden de rouwauto met daarin Junus Ririmasse. Foto: Marcel Jurian de Jong

De Zuid-Molukse vlag hangt bovenin de mast naast de kerk in Bovensmilde. Al is dit een dag van verdriet en afscheid, de vier kleuren van de Republik Maluku Selatan (RMS) horen vandaag niet halfstok. ,,Mena muria”, roept een in zwart geklede man naast de ingang. Letterlijk: voor, achter. Vrij vertaald: Eén voor allen, allen voor één. Hij steekt een vuist in de lucht. De oeroude Molukse strijdkreet draagt tot alle hoeken van de wijk.

,,Mena muria’’, herhalen honderden rond het plein voor de kerk de wapenspreuk van de RMS. Vuisten gaan de lucht in als de kist van Junus Ririmasse naar buiten wordt gedragen. ‘Selamat djalan Chief’, staat op een spandoek dat de jongeren in Bovensmilde hebben laten maken. Goede reis, Chief.

Hymne voor Molukkers in Nederland

Uit een luidspreker klinkt Mobilea van bluesy rockband Brainbox. Een soort hymne voor Molukkers in Nederland. Geschreven door gitarist Rudy de Queljoe (een Molukker) op de dag in 1970 dat in Wassenaar Molukse jongeren de woning van de Indonesische ambassadeur bestormden. Aanleiding was het (eerste) door Molukkers fel bekritiseerde staatsbezoek van de Indonesische president Soeharto. Een Nederlandse politieman kwam om het leven, de vrijheidsstrijders van de RMS kregen internationale aandacht.

Voorgegaan door vier mannen in legeruniform, het wapen van de RMS op hun baret, trekt een lange stoet naar de begraafplaats. De Molukse schelp, een beeldhouwwerk van Ririmasse uit 2013 - eerbetoon aan de eerste generatie Molukkers in Nederland - prijkt op een metershoge pilaar in de volle zon. Daaronder kolkt een zee van vlaggen en rook uit vuurpotten, blauw-wit-groen-rood. Lichtkogels schieten de lucht in vanaf het veld waar ooit de lagere school van Bovensmilde stond.

Op 23 mei 1977 liepen daar vier Molukse jonge mannen naar binnen. Ze hielden 105 kinderen en vijf leerkrachten bijna drie weken gegijzeld. Op diezelfde dag stapte Ririmasse, toen een 27-jarige talentvolle kunstenaar, in de trein van Assen naar Groningen, om vlakbij De Punt aan de noodrem te trekken. De schoolbezetting en de treinkaping waren de vierde en vijfde van uiteindelijk zes Molukse terreuracties in Nederland in de jaren zeventig.

‘Nee is nee en ja is ja’

Ririmasse was een kind van een voormalige KNIL-militair. Kind van ouders, zoals er duizenden waren, aan wie in 1951 was beloofd dat ze na zes maanden verblijf (en hun uitdiensttreding) in Nederland hun eigen staat zouden krijgen op de Zuid-Molukse eilanden. Een belofte die de regering nooit waarmaakte. De generatie van Ririmasse, opgevoed met ‘nee is nee en ja is ja’, kwam in de jaren zeventig in opstand. Enkelen waren bereid voor hun idealen te sterven. Ook Ririmasse.

Ondanks tien kogels in zijn lijf overleefde hij de beëindiging van de kaping. De overheid zette gevechtsvliegtuigen, scherpschutters en mariniers in. Zes kapers en twee gijzelaars kwamen om het leven. Twee jaar eerder hadden andere Molukse kapers uit Bovensmilde de machinist en twee passagiers van een trein bij Wijster geëxecuteerd. De inzet van overheidsgeweld wekte vanuit dat oogpunt geen verbazing, al waren Ririmasse en zijn kompanen nooit van plan geweest daadwerkelijk, zoals ze dreigden, de trein op te blazen en dodelijke slachtoffers te maken. Een verpleegkundige van het Rode Kruis, Anna van der Starre, voorkwam dat een gewonde marinier Ririmasse in de opvangtent naast de trein bij De Punt alsnog lijf ging.

Basis voor jarenlange juridische strijd

,,Junus zag in die gebeurtenis dat ik zijn leven had gered’’, vertelt Van der Starre (73) op de begraafplaats. Ze kwam jaren geleden weer met hem in contact toen Ririmasse samen zijn vriendin Nona Lumalessil (de zus van twee kapers) en journalist Jan Beckers de treinkaping in een ander licht zette. Na uitgebreid onderzoek concludeerden ze dat meerdere kapers van dichtbij waren geliquideerd, waarmee ze de basis legden voor een jarenlange (uiteindelijk vergeefse) juridische strijd tegen de Nederlandse staat.

De saamhorigheid van de honderden rond het graf van hun Chief, hun vrijheidsstrijder, grijpt Van der Starre aan, vertelt ze. ,,Alle lawaai rond de beëindiging van die kaping komt weer boven.’’

Ririmasse kreeg na De Punt een tweede kans, studeerde in de gevangenis aan de kunstacademie en inspireerde in Bovensmilde een nieuwe generatie Molukse jongeren om de strijd voor de Republik Maluku Selatan vreedzaam voort te zetten.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu