Ondervoed en eenzaam richting Drenthe

In maart 1945 varen twee binnenvaartschepen vanuit het Westen naar Hoogeveen en Meppel. Aan boord: 45 ondervoede kinderen uit Reeuwijk. De gevaarlijke tocht is georganiseerd door predikant Pieter Warmenhoven. Begin dit jaar vindt kleindochter Jessica Verhagen het reisdagboek, dat leest als een eerbetoon aan Drenthe.

Maandag 19 maart 1945.

Het is donker en bedompt in de twee binnenvaartschepen. De 45 kinderen uit Reeuwijk, in de leeftijd van 6 tot 15 jaar, zitten benedendeks. Uit veiligheid. De overtocht is gevaarlijk. Het is volop oorlog. Nog altijd wordt gevochten, geschoten, gebombardeerd. Veel bruggen zijn verwoest. Transporten moeten over het water. Een vlag van het Rode Kruis is over het dek gespannen, in de hoop dat de boten niet worden aangevallen.

De kinderen komen uit kerkelijke gezinnen; gereformeerd, hervormd, katholiek. Ze zijn ondervoed, hongerig, verzwakt. Thuis is er amper eten. De kinderen gaan op weg naar Drenthe, naar het beloofde land, waar de voedselschaarste nog geen vat heeft op de bevolking.

Op de kade in Waddinxveen nemen ze afscheid van vader, moeder, broertjes, zusjes. Gezinnen vallen uit elkaar, maar ruimte voor emoties is er niet. De kinderen stellen ook geen vragen, antwoorden komen er toch niet. Het transport móet, de nood is hoog. Duur, bestemming en lot zijn onduidelijk of onbekend. Een koffertje met kleding, bord en bestek reist met de kinderen mee.

In het ruim zitten ze op kleine bankjes. Stro is hun bed, een emmer met deksel de latrine. De boot schommelt. Sommige kinderen raken zeeziek. En wie daar geen last van heeft, wordt wel misselijk van de erwtensoep, die bedorven blijkt. Een jongetje heeft zo’n honger, dat hij het braaksel van anderen opeet.

Drie dagen misère, angst en onzekerheid.

Kindertransport

Organisator van het kindertransport is Pieter Warmenhoven, predikant in Reeuwijk. Het plan voor de overtocht is spontaan opgekomen tijdens een samenzijn met andere kerkelijk leiders en notabelen in het dorp, onder wie de dokter. De gezondheid van veel kinderen baart hun grote zorg. Er is honger en ziekte. De kindertransporten in de oorlog richten zich echter vooral op de grote steden, waar veel slachtoffers zijn. In de dorpen wordt officieel geen hulp geboden.

In Reeuwijk hebben ze daar geen boodschap aan. Dominee Warmenhoven (gereformeerd), dominee Lindt (Nederlands-hervormd), pastoor Schneiders en dokter Batelaan smeden plannen voor een transport van kinderen naar Drenthe, waar nog wel voldoende eten is. De reis kan niet over de weg, omdat belangrijke bruggen verwoest zijn. Twee schippers die naar Meppel en Hoogeveen varen zijn bereid de kinderen mee te nemen. Gastgezinnen zijn nog niet gevonden.

Op de schouders van dominee Warmenhoven rust, als hoofdreisleider, een grote verantwoordelijkheid. Hij maakt een sprong in het duister, in de hoop dat God de greep zegent.

Reisdagboek

Bovenstaand verhaal is tientallen jaren onder de radar gebleven. Begin dit jaar komt daar verandering in wanneer Jessica Verhagen (53) uit Gouda haar moeder helpt met opruimen. Daarbij stuit ze op het reisdagboek van haar opa. ,,Er ging een nieuwe wereld voor me open. Een kindertransport in de oorlog? Geleid door mijn opa? Hier wist ik eigenlijk niets van, het intrigeerde me mateloos.’’ De ‘kinderen’ van het transport zijn inmiddels dik in de 80. Verhagen wil, samen met de toenmalige kinderen en gastgezinnen, het verhaal van haar opa reconstrueren. Ze beseft dat ze niet te lang moet wachten, duikt in de archieven en raadpleegt bronnen. De eerste contacten worden gelegd.

,,Veel betrokkenen zijn er nu pas aan toe om erover te praten’’, vertelt Verhagen. ,,Ze hebben altijd gezwegen over wat de kinderen en hun ouders is overkomen. Te ingrijpend, te ongemakkelijk, te privé. Ook speelde schaamte een rol. Gezinnen moesten machteloos toezien dat hun kinderen honger leden. Om hen dan bij vreemde mensen onder te brengen ... Dat is natuurlijk niet niks. Ik weet van een gezin met twaalf kinderen, van wie een aantal in pleeggezinnen in Drenthe en Groningen is ondergebracht. Vader is gearresteerd geweest. Het gezin komt na de oorlog weer bijeen, telt zijn zegeningen en gaat verder met zijn leven. Over de oorlog werd niet gesproken. Men ging over tot de orde van de dag.’’

Herinneringen

Echter, nu de kinderen van toen op hoge leeftijd zijn gekomen, wil een aantal de verhalen niet meenemen in het graf. ,,Het is natuurlijk best bijzonder dat ze tegenover een vreemde zoveel vertellen, soms tot in detail’’, vindt Verhagen. ,,Ik heb familieleden gezien die met open mond naar het relaas van hun vader, moeder, opa of oma luisterden. Soms komen ook emoties los bij de verteller. Een benepen stem, natte ogen. Alsof de herinneringen hen opeens frontaal raken. Maar veelal blijft dat luikje dicht. Je merkt gewoon dat ze zich nooit vrij hebben gevoeld om hun gevoelens te tonen. Dát vind ik ook fascinerend aan al die gesprekken. Angst wordt niet benoemd, terwijl de kinderen op die boot zich doodsbenauwd en eenzaam gevoeld moeten hebben.’’

Dat de tongen ruim zeventig jaar na dato toch loskomen heeft volgens Verhagen ook te maken met haar afkomst. De simpele mededeling dat ze ‘kleindochter van de dominee’ is, heeft de dichte deur tot veel harten geopend. ,,Dat heeft niet zozeer met mijn opa als persoon te maken, als wel met de statuur die dominees in de beleving van deze mensen hebben. Notabelen met gezag.’’ Verhagen heeft haar opa nooit gekend. Hij overleed op 64-jarige leeftijd aan nierfalen.

,,Toen was ik 1 jaar oud. Maar door de verhalen rond het kindertransport is hij gaan leven. Hij is mens geworden, met goede en minder goede eigenschappen. Mijn moeder spreekt altijd heel liefdevol over hem: vriendelijk, muzikaal, soms een grapje. Maar opa had ook een enorm plichtsbesef, waardoor de kerk op de eerste plaats kwam. Daarna kwam zijn vrouw, dan even niks en dan pas zijn acht kinderen. Die kwamen heel duidelijk op het tweede plan. Als hij thuis was, zat hij vaak op de studeerkamer zijn preken voor te bereiden of voerde hij gesprekken met gemeenteleden. Opa nam zijn roeping als predikant buitengewoon serieus; hij was er als goede herder.’’

Pieter Warmenhoven

Afstand

De kinderen op de boot hebben weinig contact met de dominee. Hij blijft vaak op afstand en bemoeit zich tijdens de reis niet met hen. Dat staat ook in zijn functieomschrijving. Het interkerkelijke bureau voor de voedselvoorziening, dat dergelijke transporten coördineert, heeft bepaald dat een hoofdreisleider zich alleen met de schipper moet onderhouden.

Voor de zorg van de kinderen zijn twee begeleidsters en een verpleegster mee. Opmerkelijk genoeg is er ook een NSB’er aan boord. Zijn aanwezigheid is echter belangrijk. Hij meldt het transport aan bij de Duitsers en regelt de benodigde stempels en papieren .

Onderweg heeft het transport het meeste gevaar te duchten van geallieerde strijdkrachten, niet van de Duitsers. Verhagen: ,,De bezetter stond de kindertransporten toe. De geallieerden meenden echter dat het om voedseltransporten ging voor de Duitsers. Daarin maakten ze geen enkel onderscheid. Om maar even aan te geven hoe complex de situatie was. Kort voordat de kinderen aan boord gingen is er nog een dreigende situatie geweest. De Duitsers hebben er toen op toegezien dat het transport veilig kon vertrekken. Je gaat op deze manier wel heel genuanceerd denken over de Tweede Wereldoorlog.’’ ’’

De kinderen van het transport zijn vooraf door de dokter in Reeuwijk gekeurd. ,,Ze moesten minimaal 20 procent ondervoed zijn, niet ziek, geen last hebben van luizen of schurft en niet bedplassen’’, somt Verhagen op. Om mee te kunnen met de boot betalen de gezinnen vijf gulden per kind. ,,Dat is in de oorlog veel geld.’’

Pleeggezinnen

Na een gevaarlijke en lastige tocht over het IJsselmeer komt het kindertransport aan in Zwartsluis. Daar stappen de dominee en een paar begeleiders op de fiets richting Meppel, op zoek naar pleeggezinnen. De kerken aldaar hebben wel een oproep gedaan, maar aanmeldingen zijn er nog niet.

In de sterk verzuilde maatschappij is het erg belangrijk dat de juiste geloven bij elkaar gebracht worden. Een katholiek jongetje in een gereformeerd gezin en omgekeerd is ondenkbaar. Uiteindelijk leiden nieuwe oproepen voor pleeggezinnen tot resultaat. Mondjesmaat komt er plek voor de kinderen. Jongens worden vaak bij boeren ondergebracht, meisjes in gezinnen met jonge kinderen.

Verhagen: ,,In het begin was het echt leuren, zo blijkt uit zijn dagboek. Dat het zo moeizaam ging vond mijn opa erg. Aan de andere kant: het was niet het enige transport dat zich hier meldde. Veel gezinnen in deze streek vingen al kinderen op. Vergeet niet dat zo’n 50.000 kinderen uit het Westen hun toevlucht zochten bij gastgezinnen. De frustratie van mijn opa is ook niet maatgevend voor zijn dagboek. Dat leest als een groot eerbetoon aan Drenthe. Hij maakt korte metten met de vooroordelen over Drenten en zet ze neer als mensen met een groot hart.’’

Met de kinderen gaat het snel beter, al spant het er voor een paar nog wel even om. Een jongen leeft een tijdje op babyvoeding omdat zijn maag niet bestand is tegen worst en spek.

,,Als je lang geleefd hebt op suikerbietenstroop en gesabbeld hebt op blaadjes van de heg, om het gevoel van honger te verdringen, is de overgang groot’’, stelt Verhagen. Volgens haar bewaren alle geïnterviewden warme gevoelens aan het verblijf in de gastgezinnen. ,,De kinderen speelden veel buiten. In de drie maanden dat ze in Drenthe verbleven zijn ze verliefd geworden op het landschap, de volksaard. Velen hebben er na de oorlog jarenlang vakantie gevierd. Maar ook andersom was het geval: Drentse gastgezinnen die naar Reeuwijk trokken om bijvoorbeeld te recreëren bij de Reeuwijkse Plassen.

Zaterdag 23 juni 1945.

Dominee Pieter Warmenhoven haalt de kinderen weer op bij de pleeggezinnen. Ze zijn blozend en gezond. Opnieuw vertrekt een kindertransport. Naar Reeuwijk en omgeving. Dit keer niet per boot, maar in veewagens. Een totaal andere reis, dan drie maanden eerder. Duisternis, angst en eenzaamheid maken plaats voor verlangen, optimisme en perspectief.

De missie van de dominee is geslaagd. Hij is er nooit voor geëerd.

‘Annie was gewoon onderdeel van ons gezin’

Een van de kinderen uit Reeuwijk die in een pleeggezin in Hoogeveen werd opgevangen was Annie Schouten. Ze vond onderdak bij de familie Gort, die toen aan de Zuiderweg woonde. Een van de kinderen in het gezin, Geke Dijkhuis-Gort, haalt herinneringen op aan Annie.

Geke, inmiddels 73 jaar, bewaart vooral herinneringen aan de periode ná de oorlog. ,,Ik was nog erg klein toen Annie in ons gezin kwam. Mijn vader en moeder hadden toen al vier kinderen. Annie maakte meteen deel uit van het gezin, ze hoorde er gewoon bij. Ze werd ook overal bij betrokken. Mijn ouders maakten daar geen onderscheid in.’’

Na de oorlog, toen Annie terugging naar haar ouders in Reeuwijk, bleven de contacten tussen beide families bestaan. Jarenlang zocht men elkaar in de vakanties op. ,,Ik heb leren zwemmen in de Reeuwijkse Plassen’’, vertelt Geke. ,,Haar ouders woonden daar in de buurt. Annie kwam uit een gezin van twaalf kinderen. Een van haar broers is ook in Hoogeveen bij een pleeggezin opgevangen. Toen Annie later verkering kreeg kwam ze eens op een tandem vanuit Reeuwijk naar Hoogeveen.’’

Toen Annie Schouten trouwde en kinderen kreeg werden de contacten iets minder, maar ze verwaterden nooit. ,,Ze namen mijn ouders regelmatig mee uit eten’’, vertelt Geke. ,,Of we gingen er op uit, naar Giethoorn bijvoorbeeld. Annie spreekt altijd lovend over haar opvangadres. Ze zegt dat ze het goed heeft gehad in Hoogeveen. Annie noemde mijn ouders altijd oom Albert en tante Gé. Het waren ook heel sociale mensen, die vonden dat ze anderen moesten helpen, terwijl ze het toch zelf niet breed hadden.’’

Na de oorlog hebben de ouders van Geke over het kindertransport en het verblijf van Annie Schouten verteld. ,,Daar waren ze open in, Annie trouwens ook. Zo kreeg ik een aardig beeld hoe dat toen geweest moet zijn. Heel bijzonder allemaal, ook van de dominee die alles organiseerde.’’

Nog altijd hebben de twee contact. Niet zo vaak als vroeger, maar Geke en Annie hebben elkaar nooit uit het oog verloren. ,,Soms bellen we of sturen we een kaartje.’’

Nieuws

Meest gelezen

menu