Pensioen? Daar is Jan Kloosterman (80) ui t Emmen nog niet aan toe: ,Ik wil dat er nog veel meer artrokinesiologen bij komen'

Hij had vijftien jaar geleden al met pensioen kunnen gaan. Maar artrokinesioloog Jan Kloosterman uit Emmen peinst er niet over. ,,Er zijn te weinig artrokinesiologen en zij hebben lange wachttijden. Dus ik ga nog even door’’, zegt de grondlegger van dit vakgebied.

Jan Kloosterman in zijn praktijk.

Jan Kloosterman in zijn praktijk. Foto: Jan Anninga

Als je 65 bent, of een jaartje meer, dan ga je met pensioen. Toch? Een enkeling werkt misschien ietsjes langer door, maar Jan Kloosterman uit Emmen maakt het wel erg bont. Hoewel hij onlangs 80 jaar is geworden, is hij nog steeds meerdere dagdelen per week te vinden in zijn praktijk voor artrokinesiologie. Daar helpt hij mensen met hoofdpijn, nekpijn en wat al niet meer. En dat niet alleen: ook is hij druk doende collega’s op te leiden.

Want zolang er niet meer artrokinesiologen bij komen, kan hij er toch niet mee stoppen?

Noem het een missie, noem het een passie. Het is in ieder geval zijn kindje. Kloosterman is namelijk de grondlegger van de artrokinesiologie. Dat is een behandelmethode voor mensen met klachten in gewrichten, pezen en spieren, die is voortgekomen uit de fysiotherapie. Het verschil zit hem in de grepen die Kloosterman en zijn collega’s toepassen en de botten die zij wel en niet bewegen. ,,Het is zo anders dat het eigenlijk niets meer met fysiotherapie te maken heeft. Maar dat is wel de noodzakelijke vooropleiding.’’

Patiënten hebben vaak al lange weg achter de rug

Voordat patiënten zich bij Kloosterman melden, hebben zij vaak al een lange weg achter de rug bij fysiotherapeuten, manueel therapeuten en chiropractors. Zelf is de Emmenaar ook opgeleid als fysiotherapeut en manueel therapeut. Tien jaar lang was hij zelfs docent in dit laatste vakgebied.

Maar hij was niet tevreden. Niet tevreden genoeg althans, met de resultaten die hij boekte. Hij had het idee dat het symptoombestrijding was wat hij deed, en dat de oorzaak van de klachten niet werd aangepakt. Hij ging op zoek naar andere, betere manieren.

,,En die heb ik gevonden. Ik heb ontdekt dat er botten zijn die je juist níet moet bewegen. Vergelijk het met een muur en een deur die daar met scharnieren aan vast zit. Die deur mag je best bewegen als hij scheef zit, maar de muur niet. De muur is het frame van het huis. Ga je daar wat aan veranderen, dan werkt dat door op andere plekken. En zo is het ook met het menselijk lichaam. Het is echt een wetmatigheid die ik heb ontdekt. Het werkt ook bij gewervelde dieren.’’

Ook olifantje Bo Gyi behandeld: ,De andere olifanten kwamen mij bedanken. Het was één kluwen van slurven’

Katten, honden en zelfs olifantje Bo Gyi heeft hij behandeld, na diens jammerlijke val in de gracht van het oude Noorder Dierenpark. ,,Bo Gyi kon zijn kop niet meer optillen en daardoor niet drinken. Directrice Aleid Rensen belde mij of ik iets voor hem kon doen. Ik ben erheen gegaan, heb hem behandeld en ‘s avonds kon hij weer drinken. De volgende keer dat ik er kwam, kwamen de andere olifanten mij bedanken. Echt waar. Ze kwamen allemaal naar me toe. Het was één kluwen van slurven. Ze hadden kennelijk door dat ik iets goeds had gedaan voor Bo Gyi. Helaas zijn daar geen foto’s of filmpjes van gemaakt.’’

Bo Gyi overleefde uiteindelijk niet. Hij had een dwarslaesie en het personeel moest hem laten inslapen.

‘De patiënten komen overal vandaan. Ik heb zelfs een dirigent uit Tokyo behandeld’

Of de ervaring met het olifantje, en de dankbetuiging van de hele kudde, zijn meest bijzondere was? ,,Het was sowieso heel mooi. Ik heb ook nog met hem in een bad gezet om oefeningen te doen. Maar eigenlijk is alles wat ik meemaak bijzonder. Als je mensen kunt helpen die al heel lang rondlopen met klachten, dan is dat toch prachtig? Ze komen van heinde en verre. Zo meteen krijg ik iemand uit Den Haag. Maar ze komen ook wel uit Spanje, of nog verder. Ik heb zelfs een dirigent uit Tokyo behandeld, die niet meer kon dirigeren.’’

Ze komen van zo ver omdat er niet veel artrokinesiologen zijn. Om precies te zijn: vijftien in Nederland, in twaalf plaatsen. Het gros zetelt in het Noorden: de bakermat, waar Kloosterman zijn eigen deeltijd hbo-plus opleiding geeft. Hij begon ermee in 2004, toen hij al bijna met pensioen kon. ,,Ik heb zo lang gewacht met anderen opleiden, omdat ik zeker wilde weten dat dit werkt. Mijn ontdekking, van die vaste botten, deed ik al in 1985. Ik kon het zelf bijna niet geloven. Het lijkt wel toverkunst, maar dat is het niet.’’

,Pensioen? Nee, niet zolang de prakijken overvol zijn en lange wachtlijsten hebben’

Of hij ooit heeft overwogen dat pensioen toch gewoon te nemen? En samen met zijn vrouw een leventje te gaan leiden zoals andere senioren dat doen?

,,Nee’’, klinkt het stellig. ,,Ik geniet hier toch van? En ik wil dat er nog veel meer collega’s bij komen. De praktijken die er nu zijn, zijn overvol en hebben wachtlijsten van maanden. Ik ga door met opleiden en zo lang ik dat doe, wil ik ook een beetje aan het werk blijven. Ik doe zo’n vijftien behandelingen per week, dus ik heb ook echt wel tijd voor andere dingen. Ik golf, bijvoorbeeld. En ik maak keramieken beelden. Ik voel me een gezegend mens dat ik mijn werk nog kan doen. Het is een geschenk als je mensen kunt helpen. Ik kan het gewoon niet laten.’’

Hij legt een boek op tafel. Artrokinesiologie. Naslagwerk voor de artrokinesioloog. Het is van zíjn hand, vers van de pers. Niet te koop in de boekwinkel, maar bedoeld voor mensen die de opleiding hebben gedaan. Hij heeft een vereniging en een stichting opgericht en ervoor gezorgd dat artrokinesioloog een beschermde titel is. Sommige verzekeringen vergoeden de behandelingen, die 80 euro per keer kosten, vanuit het aanvullende pakket. Kloosterman vindt dat daar nog wel een tandje bij kan. Hij pleit zelfs voor preventieve bezoeken, net zoals aan de tandarts.

,,Bij artrokinesiologie zijn niet veel behandelingen nodig. De meeste mensen met klachten merken na één behandeling al verschil. Al geldt natuurlijk wel dat gewrichten soms versleten zijn en een operatie nodig is. Maar ik zou het geweldig vinden als we naar preventieve controles toe konden gaan. Ik ben ervan overtuigd dat een geregeld bezoek veel leed kan voorkomen. Of daar wetenschappelijk bewijs voor is? Nee. Ik zeg dit op basis van de ervaringen. Een wetenschappelijk onderzoek zou in dit geval enorm gecompliceerd zijn. De één loopt veel langer met klachten rond dan de ander. Maar ik hoop dat het ooit zover komt.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu