Pentekenestafette van twee jaar langs 54 hunebedden

Arie Goedhart bezig met zijn monnikenwerk: hunebedden tekenen.

Nog twaalf weken en dan heeft ie ze alle 54 af. Arie Goedhart (74) uit Hoogeveen maakt van alle hunebedden in Drenthe en Groningen een pentekening. Na twee jaar is de finish van zijn pentekenestafette in zicht.

Van schoenenhandelaar in de Randstad tot erkend hunebeddentekenaar. Een kleine stap voor Arie Goedhart. Want tijdens zijn werkzame leven in de schoenenbusiness was zijn tekentalent mooi meegenomen. ,,Soms schetste ik een model schoen voor een fabriek, dan weer ontwierp ik een logo voor een bedrijf of maakte ik een opzet voor een advertentie.” Kortom: een schoolvoorbeeld van de autodidact. ,,In creatief opzicht kon ik me af en toe uitleven. Dat maakte het werk juist zo leuk om te doen.”

Schoenenvertegenwoordiger

Goedhart groeit op in een gezin met zes kinderen in Alphen aan de Rijn. Hij is pas 14 als hij bij een banketbakker aan de slag gaat. Later zet hij zijn eerste schreden in de schoenenbranche. Hij werkt zich op tot chef van een schoenenwinkel in Delft. In 1974 switcht hij van baan. Als vertegenwoordiger van een schoenhandel in Bleiswijk bestrijkt hij de drie noordelijke provincies en Overijssel. Omdat Hoogeveen zo mooi centraal ligt, vestigt Arie zich daar met zijn vrouw Goke.

Chaotisch gevormde bomen

Hij wordt al snel gegrepen door de schoonheid van het Drentse landschap en vindt er een onuitputtelijke inspiratiebron in voor het maken van pentekeningen. Als hij in 2002 met vervroegd pensioen gaat, stort hij zich met ziel en zaligheid op zijn grote passie: tekenen. Drentse landschappen met bij voorkeur chaotisch gevormde bomen tekenen zijn oeuvre. ,,Tekenen van de natuur is mijn favoriete bezigheid. Het mooie is dat je plekjes ontdekt waar je anders nooit zou komen.”

 

Hunebed D3 en D4

Maar... wat bezielt deze man om een twee jaar lange estafettetocht te beginnen langs alle 54 hunebedden in Drenthe en Groningen? Noch de provincie Drenthe, noch het Hunebedcentrum, noch de archeologische dienst heeft hem hier toe aangezet. Met die opdracht heeft hij zichzelf opgezadeld. ,,Op een expositie van mij in Balloo raakte ik aan de praat met een liefhebber van mijn werk uit Zuidlaren. Tijdens een rondgang door de regio liet hij mij de mooiste plekjes zien. Zo kwamen we langs hunebed D3 en D4 bij Midlaren. Zo ontstond mijn eerste pentekening van een hunebed. Die zette mij aan het denken. Verrek, dacht ik, waarom zou ik ze niet allemaal gaan doen? Archeologische ambities heb ik niet, maar op oude ansichten zie je hoe de natuur om de hunebedden heen verandert. Door ze allemaal te tekenen krijg je een mooi totaalbeeld van een tijdperk.”

Zwart is te hard

Goedhart werkt niet op locatie. Stap 1 is het maken van een foto. Voor hij thuis de kroontjespen in de inktpot doopt, schetst hij op 400 grams zuurvrij papier met potlood de basis. Hij gebruikt geen zwarte inkt, maar het bruinige sepia. ,,Zwart vind ik te hard overkomen.” Hij wijst op het dikke randje inkt op de rand van het potje. Dat glanst alsof er een vernislaagje op ligt. ,,Dit is inkt op acrylbasis die de tekening als het ware plastificeert, wat de levensduur verlengt. Als wij tot stof zijn vergaan, is de pentekening nog helder.”

Monnikenwerk

De finishing touch is het accentueren van de hunebedden. ,,Alles wat van steen is, was ik met een kwastje met verdunde inkt. Het hunebed komt daardoor mooier naar voren.” Monnikenwerk is het, dat gepriegel met de kroontjespen en alles wat daarbij komt kijken. Gemiddeld doet Goedhart over een tekening van een hunebed anderhalf tot twee weken. Met de radio aan en de koptelefoon op vliegen die voorbij. ,,Het hangt van mijn bui af waar ik naar luister. Meestal NPO Radio 1, maar soms ook klassieke muziek. Vroeger, toen ik er nog bij werkte, vond ik het jammer als het alweer avond was. Het leven is veel te kort om al dat moois dat het Drentse landschap te bieden heeft, te tekenen.”

 

Waarheen, waarvoor?

Waarheen, waarvoor? Die vraag rijst als Goedhart zijn doel bereikt heeft. Het hunebed in het MuzeeAquarium van Delfzijl is het 54ste en laatste op zijn lijstje. De teller staat nu op 46. Hij denkt met een week of twaalf zijn missie te hebben volbracht. En dan? ,,Je bent eigenlijk twaalf weken te vroeg”, zegt hij. ,,Plannen heb ik wel in mijn hoofd, maar ze zijn abstract. Zo ben ik nog op zoek naar een geschikte expositieruimte waar alle 54 tekeningen vanaf januari kunnen hangen. Het mooiste zou zijn als alle 54 tekeningen bij elkaar blijven. Als er één organisatie is die ze allemaal wil kopen. Rond half september weet ik meer.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu