Samen 60 jaar schaapherder op het Balloërveld. Herders van Balloo niet alleen gek op het werk, ook op elkaar

Samen zijn ze de Herders van Balloo en bij elkaar opgeteld zijn ze precies 60 jaar met hun schapen op pad om het Balloërveld in vorm te houden. Het is de liefde, voor elkaar, voor de natuur en voor de dieren, die maakt dat ze niets liever willen dan dagelijks in weer en wind het veld intrekken.

Op het Balloërveld vonden Albert Koopman en Marianne Duinkerken de liefde en delen ze sindsdien hun passie voor het scheperen.

Op het Balloërveld vonden Albert Koopman en Marianne Duinkerken de liefde en delen ze sindsdien hun passie voor het scheperen. Foto: Marcel Jurian de Jong

Hij is Albert Koopman, die de marechaussee vaarwel zegde en precies 40 jaar geleden met een bescheiden kudde van 60 schapen het toenmalige defensieterrein bij Balloo ging onderhouden.

Zij is Marianne Duinkerken, Haagse van geboorte, die tijdens een wandeling Albert letterlijk op haar pad trof. Hij stelde haar de enige juiste vraag: ,,Heb je toevallig mijn schaap gezien?’’ Samen zijn ze de Herders van Balloo, want ze delen niet alleen de liefde voor elkaar, maar ook voor het scheperen.

En dat ging bij Marianne niet helemaal van een leien dakje. Het drijven van de kudde dus. ,,Op een gegeven moment zei Albert: hier is de hond, daar de kudde, red je maar en tot vanavond.''

,,Nou, daar stond ik dan met duizend schapen. Na honderd meter maakte de hond rechtsomkeert, want die was gewend alleen met Albert op te trekken. Toen dacht ik: ik doe het gewoon zonder hond. Dan verspreiden de dieren zich meer over het veld, maar is er wel meer rust in de kudde.’’

Meer boodschap aan moederinstinct dan aan kuddegedrag

Tot zover de theorie. De nieuwbakken herder kwam er al snel achter dat schapen in de lammertijd meer boodschap hebben aan hun moederinstinct dan aan kuddegedrag. En dan valt het bepaald niet mee om de rol van herder én hond te vervullen.

,,Ik rende me een ongeluk om de kudde enigszins bij elkaar te houden. Ik heb gehuild en geschreeuwd, schapen uit het moeras getrokken, was soms de wanhoop nabij, maar was er ook van overtuigd dat het me uiteindelijk ging lukken. Zonder hond.’’

Met de kloetschup werpt de scheper een kluitje precies naast een schaap dat afdwaalt. Het dier schrikt van het plotselinge projectiel en zoekt in een reflex de geborgenheid van de kudde op. Albert lacht: ,,Marianne gooide geen kluitjes, maar de hele kloetschup. Maar dan moest ze er zelf achteraan om het ding weer op te halen.’’

,,Later kochten we ook een hond voor mij en heb ik geleerd om met een hond de kudde te hoeden. Maar toch doe ik het het liefst alleen. Een hond is geneigd de kudde compact te houden. De constante aanwezigheid van de hond maakt schapen nerveus, zorgt voor stress.''

,,Zonder hond waaiert de kudde meer uit en gaat alles heerlijk rustig. Dat vind ik fijn. Na al die jaren denk ik dat ik het scheperen zonder hond nu pas goed in de vingers heb. Je moet heel strategisch te werk gaan. Aan kleine bewegingen kan ik zien wat het schaap van plan is. En als dat niet in de richting is die ik wil, kan ik dat eenvoudig voorkomen.’’

Vergrassing en oprukkende houtopstanden

Albert werkte bij de marechaussee en was in die hoedanigheid vaak te vinden in de noordelijke defensieterreinen. ,,Ik ben gek van het Drentse heideschaap. Als hobby hield ik destijds al een paar dieren.''

,,In mijn werk zag ik dat de terreinen, waaronder het Balloërveld dat later werd overgedragen aan Staatsbosbeheer, wel wat onderhoud konden gebruiken. Heidevelden dreigden kopje onder te gaan aan vergrassing en oprukkende houtopstanden. Langzaam maar zeker kreeg het idee om mijn liefde voor het schapenras en de natuur te combineren vastere vormen.’’

En langzaam ging het, ook toen Albert de knoop had doorgehakt en graag wat meer snelheid wilde. ,,Om de terreinen te mogen beheren, moest ik wel langs een paar instanties om de neuzen in dezelfde richting te krijgen. Destijds was er bij de kudde van Westerbork hetzelfde gedonder als in Exloo. Een bestuur dat van toeten noch blazen wist, onenigheid en de ene na de andere scheper die de laan werd uitgestuurd.''

,,Waar ik ook kwam, overal kreeg ik te horen: wij willen geen gedonder zoals in Westerbork. Daar zat ik zelf ook helemaal niet op te wachten en om ruzie tussen de herder en het stichtingsbestuur te voorkomen, heb ik heel duidelijk voor een particuliere kudde gekozen.’’

Dat is het nog steeds, maar mét een stichting. En mét een duidelijke scheidslijn. Marianne: ,,Albert en ik zijn verantwoordelijk voor de kudde en het beheer van het terrein. Dat doen we samen en daar komt verder niemand bij kijken. Ook geen vrijwilligers.''

,,De stichting is verantwoordelijk voor de gebouwen, de schaapskooi, het wolatelier en het infocentrum. Mensen, die kleding of kunst maken van onze wol, mogen die in het atelier verkopen, maar dan moeten ze ook één dag per week aanwezig zijn.’’

Aan de slag met oude maar keiharde gebinten uit Orvelte

Toen Albert begon, was er op de plek van de huidige schaapskooi aan de Crabbeweg helemaal niets. Ondanks de tegenwerking van de toenmalige gemeente Rolde kreeg hij met engelengeduld voor elkaar dat er een schaapskooi mocht worden gebouwd. Met een architect vogelde hij uit hoe een Drentse schaapskooi eruit moest zien en met oude (maar keiharde) gebinten uit Orvelte stond het geraamte vlot op de plek.

Jarenlang deed de kooi dienst, totdat in 2011 het noodlot hard toesloeg. De schapenstal en de naastgelegen schuur gingen volledig in vlammen op. Hond Tom kwam om in de vuurzee. De schapen verbleven die nacht buiten de stal. ,,Heel veel oude foto’s en documenten gingen ook verloren’’, verzucht Marianne.

Op de resten van de oude werd een nieuwe schaapskooi gebouwd. Op de plek van de schuur verrees een wolatelier en na lang bidden en smeken mocht in het voorhuis van het gebouw een woonhuis worden gerealiseerd. Zo is er dag en nacht iemand in de buurt van de schaapskooi.

Vandaag de dag telt de kudde 430 ooien, genoeg voor het onderhoud van het natuurgebied. In weiden in de omgeving worden nog eens een kleine honderd rammen gehouden. Albert koos destijds heel bewust voor het Drentse heideschaap, iets kleiner en fijner dan de Schoonebeker. ,,Ik heb iets met dit ras’’, zegt Albert. ,,Het zijn fijne dieren om mee te werken.’’

Hond Lena werd op commando aangevallen door andere hond

Aan de ene kant onderhouden de schapen het gebied en zijn daarmee ook een publiekstrekker van jewelste, aan de andere kant leveren ze vlees en wol. Omdat er veel vraag is naar de vachten en de producten die van de wol worden gemaakt, houden Albert en Marianne daar in hun fokprogramma rekening mee.

,,We letten meer op de kleur en kwaliteit van de vachten’’, zegt Marianne. ,,Bovendien zijn de schapen ‘s nachts meestal buiten en gaan we zeven dagen per week met ze op pad. Dan vervilten de vachten aanzienlijk minder.’’

Maar het is niet louter rozengeur en maneschijn in en rond de Balloër kudde. In het veld worden de schapen achternagezeten door loslopende honden en soms doodgebeten.

Ook de herders moeten het ontgelden. Ze worden uitgescholden en Marianne werd zelfs geslagen door een vrouw, die niet gediend was van haar aanwezigheid. De inmiddels oudere hond Lena werd op commando aangevallen door een veel grotere en sterkere hond. Het ‘baasje’ in kwestie is nog altijd niet gevonden en Lena is nadien niet meer de oude geworden.

Stoppen, de kloetschup aan de wilgen hangen? Nee, daar denkt het stel nog lang niet aan. ,,We hebben net een nieuwe hond, Bootz. Een jong dier dat nog veel moet leren. We gaan dus nog zeker twaalf jaar door. Zo simpel is het’’, zegt Albert.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu