Schoonmaakhulp zorgt voor hoofdbrekens in Assen. Wethouder Harmke Vlieg blijft lobbyen in Den Haag: 'Wij zouden het liever anders doen'

Assen levert sinds 1 januari maatwerk bij schoonmaakhulp voor Wmo-cliënten. Kwetsbaren en ouderen krijgen veelal minder hulp dan voorheen en raken het overzicht kwijt. Ook de gemeente zou het liever anders zien.

Foto: Pixabay

Foto: Pixabay

Voor veel oudere en minder valide Assenaren is het een doolhof: de Wmo schoonmaakvoorziening, die hen moet helpen het huis schoon en leefbaar te houden. Sinds de invoering van de zogenoemde ‘resultaatgerichte indicatie’ hebben zorgaanbieders bij velen het aantal uren hulp naar beneden bijgesteld. Hierover aan de bel trekken is voor een grote groep kwetsbare mensen niet gemakkelijk, zo bleek eerder deze week al bij een 98-jarige Assenaar.

Abonnementstarief

Wethouder Harmke Vlieg (ChristenUnie) weet dat het resultaatgericht indiceren ter discussie staat, maar stelt dat Assen op dit moment geen keuze heeft. „Wij zouden het liever anders doen, zeker. De in 2020 door het rijk opgelegde werkwijze met het abonnementstarief gaat ten koste van de écht kwetsbare mensen, terwijl het veel meer geld kost dan voorheen. Wij zijn daar ook niet blij mee.”

De schoonmaakhulp in Assen was tot eind 2019 een laagdrempelige, algemene voorziening (AVS) waar Wmo-cliënten zonder indicaties gebruik van konden maken. Voor mensen met een inkomen tot 120 procent van het minimum was de hulp gratis, midden- en hogere inkomens betaalden een eigen bijdrage.

Gedwongen door het rijk

Het rijk dwong Assen en andere gemeenten ruim een jaar geleden het zogenoemde abonnementstarief in te voeren: voor Wmo-schoonmaakhulp is nu een indicatie nodig en iedereen betaalt 19 euro per maand, ongeacht inkomen of aantal benodigde uren. Voor de meest kwetsbare Assenaren met een laag inkomen een extra maandelijkse kostenpost, terwijl de midden- en hogere inkomens veel goedkoper uit zijn.

„Iedereen behield bij de invoering van het abonnementstarief in januari 2020 in eerste instantie het aantal uren dat ze gewend waren”, zegt Vlieg. „Daarmee was vorig jaar een soort overgangsjaar.”

‘Aantal uren aangeven is verplicht’

Maar, waar Assen bang voor was, gebeurde ook: de aanvragen voor schoonmaakhulp stegen flink. In totaal lijkt Assen in 2020 ongeveer 1,5 miljoen euro duurder uit te zijn. Om kosten te drukken voerde de gemeente per 1 januari van 2021 een nieuwe maatregel in: resultaatgericht indiceren. Maar daar zitten volgens Gijsbert Vonk, hoogleraar socialezekerheidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, wel haken en ogen aan.

„Eigenlijk is een gemeente op dit moment nog verplicht het aantal uren in de indicatie op te nemen”, legt hij uit. „Daarover zijn een aantal uitspraken gedaan door de Centrale Raad van Beroep. Toch doen veel gemeenten dit niet, omdat het administratief handiger is om op resultaat in te kopen.”

Nieuwe wet

Waarschijnlijk komt er dit jaar een nieuwe wet, die het voor gemeenten alsnog ‘legaal’ maakt om resultaatgericht te indiceren. Maar die nieuwe wet maakt ook duidelijk dat de gemeente eerste aanspreekpunt is voor klachten. „Daarmee wordt in beroep gaan tegen de indicatie voor mensen gemakkelijker”, zegt Vonk. „Straks is heel duidelijk dat je niet de zorgaanbieder voor de rechter hoeft te slepen, maar de gemeente kunt aanspreken.”

Juist dat laatste is wat nu gebeurt: Wmo-cliënten in Assen die niet tevreden zijn over het aantal uren hulp dat ze krijgen, worden heen en weer geslingerd tussen gemeente en zorgaanbieder. Wethouder Vlieg zegt de ontwikkelingen rondom het resultaatgericht indiceren in de gaten te houden. „Wij doen ondertussen ons best om de invoering van het abonnementstarief terug te draaien en ik heb goede hoop dat dit onderwerp op tafel komt tijdens de formatie van het nieuwe kabinet.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu