Spoorzoeken in Drenthe: Wie de rust heeft stil te zitten in het bos, ziet om zich heen de natuur tot leven komen. En ontwaart vermoedelijk het meest | + quiz

De wasbeer wordt gespot, de wolf rukt op, zijn die zomaar te vinden in het bos? Nee. Maar wat kun je wel vinden? Op pad met een spoorzoeker.

Boswachter Aaldrik Pot uit Norg heeft heel veel verstand van sporen en de dieren die die sporen achterlaten.

Boswachter Aaldrik Pot uit Norg heeft heel veel verstand van sporen en de dieren die die sporen achterlaten.

Plots schiet een ree het bospad over, een meter of veertig verderop. Het dier komt als een verrassing en interrumpeert een gesprek dat nog niet eens over spoorzoeken gaat, net na de koffie en voordat de zoektocht in het Hart van Drenthe goed en wel is begonnen.

,,Je moet dus ’s ochtends met de auto door het bos rijden als je reeën wilt zien’’, grapt Aaldrik Pot (48).

Hij werd in 2004 boswachter en is sinds zes jaar provinciaal adviseur natuur, landschap en faunaecologie. Dat is een mondvol. Wat het belangrijkste is, is dat deze natuurliefhebber uit Norg, in dienst van Staatsbosbeheer, heel veel verstand heeft van sporen en de dieren die die sporen achterlaten.

Waar is dan die wasbeer?

De vraag die aan dit avontuur ten grondslag ligt was: heeft het zin om op zoek te gaan naar - bijvoorbeeld - wasberen of wolven? De wasbeer was recent nog in het nieuws, want hij wordt steeds vaker waargenomen in de Drentse natuur.

Het antwoord van Pot vooraf was helder: ,,Nee. Wasberen zijn – net als andere dieren – van nature niet geneigd om naar je toe te lopen. En ze hebben jou veel eerder in de gaten. Je kunt daar twee weken naar lopen zoeken, maar je zult ze echt niet zomaar vinden.’’

De natuur heeft gelukkig zoveel meer te bieden.

Een plotseling overstekend reetje spotten valt doorgaans alleen de eerste bezoekers van de dag te beurt, zo legt Pot uit. Reeën zitten best dicht langs de bospaden, dus ben je op tijd en ben je de eerste, dan is de kans groot dat je ze ziet.

,,Die ree die we net zagen zal na de ontmoeting met een auto de rest van de dag dieper in het bos verblijven en pas tegen schemertijd weer op pad gaan.’’

Maar sporen zullen we de rest van de ochtend wel vinden.

‘Alsof ze uit de lucht zijn komen vallen’

Een paar honderd meter verderop zet Pot de auto even stil. Hij heeft iets gezien, net naast de plassen in het zandpad.

Loos alarm. Slechts wat restjes van takjes en bladeren die bij het opdrogen van het regenwater een spoor langs een plas vormen.

Maar hier dan, twee meter verderop. Is dat iets?

,,Ha!’’, zegt Pot verrukt. ,,Je hebt een vossenspoor gevonden. Die heeft hier waarschijnlijk bij de plas staan drinken. Het gekke is, soms vind je maar één zo’n prent. Alsof ze uit de lucht zijn komen vallen.’’

De eerste vondst is het gevolg van het besluit om uit de auto te stappen. Wie zich langzamer verplaatst, ziet meer. En wie daadwerkelijk de rust heeft stil te gaan zitten, ziet om zich heen de natuur tot leven komen. En ontwaart vermoedelijk het meest.

De volgende stop is een ‘kruispunt’ van de zandweg door het bos met links en rechts twee watergangen. ,,Als je nou weet dat er otters in het gebied voorkomen’’, begint Pot. ,,Dan kun je op zoek gaan naar zulke plekken. Twee watergangen, onderbroken door een bospad, een duiker, of een ander obstakel. Heel vaak komen die otters hier dan uit het water en laten hun markeringen achter. Otters doen dat bijvoorbeeld door vlakbij het water een spraint neer te leggen. Spraints zijn uitwerpselen die heel sterk geuren. Vooral in de winter kun je die op zulke plekken wel vinden.’’

Otters zijn ‘s nachts actief, maar als er sprake is van een moeder met jongen, willen ze zich overdag nog wel eens laten zien. Net als boommarters, legt Pot uit. ,,Een boommarter is eigenlijk niet te vinden. Die zit in een boom, midden in het bos. Maar op een gegeven moment moet een moeder met de nog wat onvoorzichtige jongen op pad en zal ze ze leren jagen. Dan heb je kans om ze toch ergens waar te nemen.’’

De berm is een grote snoepwinkel voor een ree

Maar ook hierbij geldt: Je kunt lopen tot je een ons weegt, wachten is vaak effectiever dan je telkens maar weer te verplaatsen. Op beelden van zogenoemde cameravallen is vaak wel te zien dat ontzettend veel dieren ’s nachts op plekken komen waar overdag de hele tijd mensen actief zijn.

,,Je moet de activiteit van de dieren leren begrijpen. Je moet ze snappen’’, legt Pot uit. ,,En: hier in het bos gebruiken ze onze paden. Op en langs het bospad zijn echt veel sporen te vinden. Marters poepen vaak midden op het bospad. En reeën bijten de koppen van allerlei planten langs het pad af. Voor een ree is de berm soms één grote snoepwinkel.’’

Zijn aandacht wordt getrokken door een klein stuk huid van amper tien vierkante centimeter, midden op het pad. ,,Ik kan wel tien dingen bedenken wat het niet is. Daar begint het soms mee, eerst opsommen wat het allemaal niet is. Maar dit moet ik aan René vragen, of hij dit herkent.’’

Hoe klinkt een blaffende ree, of een keffende vos?

René is René Nauta, uit Vledder. Pot schreef in 2019 samen met hem Het Prentenboek, een boek met meer dan 700 foto’s en 300 tekeningen van voor- en achterpoten van zoogdieren en beschrijvingen van ongeveer 150 soorten en groepen dieren die in detail worden beschreven. Ja, zo’n gids is een aanrader voor wie de natuur in gaat, op zoek naar dieren en hun sporen.

Pot en Nauta zijn beiden op hoog niveau opgeleid volgens de wereldwijd gebruikte Cybertracker-methode van spoorzoeken, in de jaren tachtig van de vorige eeuw ontwikkeld door de Zuid-Afrikaanse antropoloog Louis Liebenberg. Hij zag de cultuur van Bosjesmannen langzaam verdwijnen en op die manier ook hun legendarische kennis van sporen.

,,Sowieso is het handig om je goed voor te bereiden’’, zegt Pot, een paar sporen verder op het Drentse bospad. ,,Weet jij bijvoorbeeld hoe een blaffende ree klinkt? Of een krijsende of keffende vos? Die geluiden zijn op internet wel te vinden. Handig om daar eens naar te luisteren en dan – eenmaal hier in het bos – ook je oren te gebruiken.’’

En soms helpt de techniek een handje.

Doe aan burgerwetenschap met je smartphone

Pot pakt zijn mobiele telefoon en maakt een foto van een rups die zich op het bospad begeeft. ,,Die foto zet ik nu in de app Obsidentify, van waarneming.nl – ontzettend leuke tip, ook voor als je in het buitenland op de camping zit en een rups ziet kruipen’’, vertelt hij enthousiast. ,,Deze app vertelt met een bepaalde mate van zekerheid met welke toekomstige vlinder je te maken hebt. Soms ontzettend accuraat en soms zit-ie er helemaal naast. Maar heel leuk om te doen. En als je de plaats invoert waar je de foto hebt gemaakt, draag je ook nog bij aan burgerwetenschap.’’

En? ,,We hebben hier met zevenennegentig procent zekerheid te maken met de witte tijger’’, zegt Pot en laat de afbeelding zien van de vlinder die deze veelpotige kruiper op het bospad binnenkort zal zijn.

Wie zoekt vindt altijd wat

En zo struinen we twee uur door de eindeloze natuur van het Hart van Drenthe. Langzaam speurend langs de paden.

We vinden slaapplekken en oversteekplaatsen van een ree, pootafdrukken van een das, een vos, een sprintende haas, poep van een marter (midden op het pad), galletjes van insecten op de bladeren van bomen, een in de grond verstopt wespennest en de sporen van (vermoedelijk) de das die het nest probeerde uit te graven. Maar misschien was het een wespendief die gestoord werd en de klus niet afmaakte. Een meter of tien van het pad af in het bos liggen door een eekhoorn afgekloven dennenappels. In de verte klinkt een buizerd.

Wie de natuur in gaat om dieren te spotten krijgt op voorhand geen enkele zekerheid. Dieren merken de mens doorgaans eerder op dan andersom. Maar wie zoekt vindt altijd wat. Pot parafraseert Teunis Piersma, bioloog, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen, die ooit min of meer zei: ‘Waarom zou je naar de maan willen als je ook oneindig veel ontdekkingsreizen op aarde kunt maken.’

Ben je een echte spoorzoeker? Test je kennis in deze quiz:

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu