Tekort aan zorgpersoneel in de zomer: in Zuidwest-Drenthe springen de 'mensen van kantoor' bij op de werkvloer. 'Mensen aan het bed blijven doodmoe'

Het tekort aan zorgpersoneel laat zich voelen in de zomer. Gapende gaten in de roosters worden bij Zorgcollectief Zuidwest-Drenthe gedicht door collega’s ‘van kantoor’ die bijspringen. Is het een oplossing of juist het toonbeeld van tekorten in de zorg, die hardnekkiger lijken te worden?

Willem Zoer en mevrouw De Ridder hebben een onderonsje in de Molenhof in Havelte.

Willem Zoer en mevrouw De Ridder hebben een onderonsje in de Molenhof in Havelte. Foto: Marcel Jurian de Jong

In haar ruime appartement in de Molenhof in Havelte, aan het eind van de gang rechts, eet mevrouw De Ridder in haar rolstoel rustig een crackertje. Ze is even daarvoor door het zorgteam uit bed geholpen en aangekleed. Willem Zoer zet in de tussentijd wat bekers in haar kastjes en checkt de medicijnen in haar Baxter-systeem. De Ridder ziet Zoer maar wat graag komen. „We doen altijd even gek tegen elkaar. Want zeg nou zelf: gek doen is altijd beter dan gek zijn, toch?”

Zoer, afgelopen zondag 65 jaar geworden, is een van de ‘kantoormensen’ die deze zomer bijspringt op de werkvloer van Zorgcollectief Zuidwest-Drenthe (ZZWD). Op andere locaties vallen de tekorten nog mee, maar in Havelte springen deze ochtend liefst drie mensen bij die normaal niet onder het zorgpersoneel vallen.

Twee ochtenden per week draait Willem gemiddeld mee deze zomer, om na die dienst weer achter zijn bureau te kruipen als Arbo-adviseur in verzuim en preventie. Daar is het in de zomer juist wat rustiger, waardoor hij zijn zorgachtergrond nu weer kan benutten. „We willen als instelling ons werk goed blijven doen. Bij tekorten kun je niet zomaar mensen van straat plukken. Wat oneerbiedig gezegd: het is niet alleen maar billen wassen.”

‘We dwingen niemand’

Vorig jaar startte het zorgcollectief met het inzetten van kantoorpersoneel gedurende de zomer. Zij die willen kunnen de mouwen opstropen en aan de slag. Voor meedraaien in de zorg wordt gekeken naar de kwalificaties, maar anders kan altijd nog worden meegeholpen in de schoonmaak en de huishouding. „We dwingen niemand”, zegt ZZWD-directeur Mariska Roeters. „Er zijn medewerkers die liever doen wat ze blijven doen, maar bijvoorbeeld de secretaresse kwam aan mijn bureau vertellen dat ze de dagen erop appartementen van bewoners ging schoonmaken.”

Die secretaresse, Annita Zanting, maakt maandag de bedden op van meneer en mevrouw Korsuize. „Door op verschillende locaties mee te helpen, ben ik anders tegen het werk aan gaan kijken”, zegt ze vanachter haar mondkapje terwijl ze blauwe dekbedovertrekken om wat dekens trekt. „Het is hartstikke leuk, maar ook hard werken. Deze zomer valt het mee, maar vorig jaar waren het geen fijne temperaturen om zo fysiek bezig te zijn. Deze methode werkt ook de andere kant op: tot voor kort zagen de meesten mijn naam alleen onderaan organisatiebrede e-mails. Nu hebben ze daar een gezicht bij en leren ze mij een beetje kennen en ik hen.”

Mevrouw Korsuize, zelf ooit nog vrijwilliger in de Molenhof, moet wennen aan het idee. „Ik denk dat iedereen op zijn best is op de eigen plaats, in zijn eigen baan.” Om de huishouding, en dus ook Zanting, wat te ontlasten, probeert ze zoveel mogelijk dingen zelf te doen. „Ik kom van de boerderij, waar het nog echt ‘aanpakken’ was. Het mag niet, maar ja, soms vul ik mijn tijd zelf in”, lacht ze.

Undercover Boss

Ook Roeters kreeg inzichten door actief mee te draaien met het zorgpersoneel. Ze heeft een achtergrond in de zorg, werkte onder andere in de thuiszorg in Haren, en kan die ervaring nu weer inzetten. Als het ware als Undercover Boss , een tv-programma waarin directeuren van grote bedrijven onherkenbaar op de werkvloer meedraaien om te zien wat er speelt. „Soms vertel ik de bewoners niet dat ik de directeur ben en herkennen ze mij ook niet. Dan hoor en zie je veel. Ik heb in die diensten weleens een bewoner getroffen met een sterke mening, die deze ook goed kon verwoorden. Van die persoon dacht ik: jij zou goed passen in onze cliëntenraad.”

Hoewel de directeur niet genoeg kan benadrukken hoe belangrijk het werk is dat zorgpersoneel op de werkvloer doet en hoe hard daar gewerkt wordt, is ze ook te spreken over de manier waarop ‘algemeen beheer’ omgaat met de huidige situatie. De ondersteunende bestuurslaag bestaat uit ongeveer 25 medewerkers, van wie de helft meehelpt op de verschillende locaties. Roeters: „Ik vind het voorbeeldgedrag. Het laat zien dat je het samen moet doen. Niet alleen de bestuurder, niet alleen de verpleegkundige: goede zorg voor onze bewoners doe je samen.”

Tekorten in de zorg gaan toenemen

De tekorten in het personeelsbestand bij zorginstellingen zijn nijpend en zullen naar verwachting alleen maar toenemen. Volgens het ministerie van Volksgezondheid is komend jaar een personeelstekort tussen de 56.300 en 73.800 personen in de zorg. Daarvan zullen de grootste gaten vallen in de verpleeghuiszorg en de thuiszorg. Er komen door de vergrijzing meer ouderen die zorg nodig hebben, terwijl oudere medewerkers door het fysiek zwaardere werk eerder besluiten te stoppen met werken of op zoek gaan naar een andere baan.

Daarmee neemt de werkdruk dus toe. Daarnaast kan doorgroeien lastig zijn en is de uitstroom bij instellingen hoog. Wie het ergens niet bevalt, vindt met gemak een nieuwe baan. Dan is er ook de slepende discussie over de beloning van zorgpersoneel, die volgens velen te laag is. Wat Roeters betreft moet breder worden gekeken naar wat een zorgmedewerker doet kiezen voor een bepaalde baan. „Ik geloof er niets van dat het alleen maar om salaris gaat. We moeten uitkijken dat we als zorginstellingen elkaar gaan beconcurreren op dit soort geldzaken, anders raakt de geldbuidel waar de zorg van betaald moet worden snel leeg.”

‘Dood- en doodmoe’

Is in dat licht de methode van de ZZWD een oplossing of juist het symptoom van de tekorten? Een medewerker, die niet met haar naam in de krant wil, ziet het meedraaien van de ‘mensen van kantoor’ als tijdelijke oplossing. „Ik heb een contract van 28 uur, maar heb afgelopen week 41 gewerkt. Er zijn weken dat ik maar één dagje vrij ben. Ik ben dood- en doodmoe. Het is erg leuk dat ze het doen, begrijp me niet verkeerd, maar écht meer handen aan het bed levert het ons niet op.”

Het probleem ligt volgens haar deels bij de ZZWD, die haar vaker inplannen, maar is ook te wijten aan de mensen die in de verzorgingshuizen wonen. „Een nieuwe generatie eist steeds meer. Dat kost energie en zorgt soms voor strijd, wat evengoed veel vraagt.”

‘In de wintermaanden bij ‘ons’ kijken’

Roeters benadrukt dat het meedraaien van ‘algemeen beheer’ ook geen structurele oplossing is, maar is desalniettemin enthousiast over het project. „We denken eraan om het in de wintermaanden andersom te doen, als de werkomstandigheden dat toelaten. Dat zorgmedewerkers juist bij ‘ons’ kunnen komen kijken. Er bestaan soms beelden van elkaars werk die niet kloppen, maar ook afbreuk doen aan de samenwerking.”

Mevrouw De Ridder is ook voorstander. „Iedereen doet het hier buitengewoon. Ik leer alleen maar prachtige mensen kennen. Willem doet het ook hartstikke goed. Dat kan-ie in zijn zakken steken, want die zijn diep genoeg”, lacht ze. In ieder geval geen tekort aan humor. De twee zeggen elkaar glimlachend gedag.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
Coronavirus
menu