'Vrijzinnige' Marga Zwiggelaar uit Hoogeveen voelt zich thuis in het klooster: 'Ik heb de samenleving wel nodig, anders word ik gek'

Ze was jongerenwerker, museumdirecteur en schreef een Drentstalige misdaadroman. Maar nu zit Marga Zwiggelaar uit Hoogeveen in het klooster. Zelf vindt ze dat allerminst verrassend.

Marga Zwiggelaar tijdens haar eerste professie, vorig jaar november.

Marga Zwiggelaar tijdens haar eerste professie, vorig jaar november. Foto: Arjan Broers

,,Wil je een stroopwafel bij de koffie? Mag gerust hoor. Ik hoef niet. Ben aan het afvallen. Stond laatst even op de weegschaal. Wat denk je? 80 kilo! Oh, oh, oh. Met mijn 1 meter 63 is dat te veel van het goede. Maar ja, ander patroon, ander ritme, corona. En snoepen, hè.’’

Marga Zwiggelaar (57) zet koffie in de keuken van het klooster, aan de rand van Nijmegen, en praat honderduit.

,,Het gaat de goede kant op’’, vervolgt de zuster dominicanes, die ruim vijf decennia in Hoogeveen wortelde. ,,8 kilo eraf, ha!’’ Haar devies: een bulte lopen en fietsen. Dat treft: Zwiggelaar wandelt graag én lang. Voor een tocht van 40 kilometer draait ze haar hand niet om. Al is het qua tijd wel passen en meten, want het kloosterleven kent een strak ritme.

Het mooie weer nodigt uit tot een gesprek in de fraaie, ruime kloostertuin. In het midden staat een Mariabeeld, voorzien van een kek afdakje. ,, Jaha , z e stiet mooi dreuge. ’’ Schaterlach.

 

Eerste professie

Het kloosterleven heeft Marga Zwiggelaar niet veranderd. Nog altijd is ze alom aanwezig, recht voor de raap, scherp, druk, geestig. Zwiggelaar paart krachtige oneliners (‘breek mij de bek niet open’) aan theologische bespiegelingen (‘mijn band met God heeft zich verdiept’).

Bijna drie uur spreekt Zwiggelaar in haar vertrouwde en geliefde Drents. ,,Heerlijk eem .’’

Sinds anderhalf jaar is ze ingezetene van Nijmegen. Zwiggelaar trad in bij de Dominicanessen van de Heilige Familie in Neerbosch. Vorig jaar november deed ze haar eerste professie, waarmee ze zich voor drie jaar aan de kloosterorde verbindt. Zwiggelaar legde toen de religieuze geloften af van gehoorzaamheid, zuiverheid en armoede.

Dat was in deze eeuw binnen deze kloosterorde nog niet eerder gebeurd. De komende twee jaar zijn voor Zwiggelaar een soort proefhuwelijk. Daarna kan ze ‘eeuwige professie’ doen: een verbintenis tot de dood.

Ze huist met drie andere zusters in een monumentaal wit pand uit 1868, met een gebedsruimte. Het oorspronkelijke klooster in Neerbosch, vroeger een dorp bij Nijmegen, is nu in gebruik als kantoor voor bestuur en staf.

,,Waar wij wonen is het meest kloosterlijke wat er nog is’’, vertelt Zwiggelaar. ,,Mensen hebben vaak een raar beeld van kloosters: lange gangen en opgesloten zusters in habijt die in volstrekte stilte en devotie verblijven. Welnee! Het is hier soms net een kippenhok. En wij vliegen ook regelmatig uit. Ik heb de samenleving nodig, moet andere mensen zien en ontmoeten, anders word ik gek.’’

 

Godservaring

Als kind al wilde ze zuster worden, maar dat liep anders. Zwiggelaar werkte als welzijnswerker, werd later conservator/directeur van museum De 5000 Morgen en schreef boeken over de lokale geschiedenis en zelfs een misdaadroman. Altijd bezig op het snijvlak van cultuur, religie en samenleving.

Waar kwam de fascinatie voor het kloosterleven, op jonge leeftijd, vandaan? ,,Geen idee’’, stelt Zwiggelaar. ,,Of, nou ja, ik houd wel van de mystiek rond het rooms-katholicisme, de gebruiken en rituelen.’’

Ze ontdekte onlangs dat ze gedoopt is op de dag van de heilige Clara van Assisi. ,,Nou, daar heb je het al, haha. Ik was altijd al een onverbeterlijk religieus wezentje en heel spiritueel ingesteld.’’

De uiteindelijke breuk met haar leven en carrière in Hoogeveen en de voortzetting ervan in een Nijmeegs klooster begon met een reis naar het Franse Taizé waar een oecumenische kloostergemeenschap gevestigd is. Jaarlijks komen daar duizenden mensen samen voor bezinning en ontmoeting.

,,De stilte daar kwam diep bij mij binnen’’, vertelt Zwiggelaar, die vijftien jaar lang geen kerk had bezocht. In dat Franse dorpje kreeg ze een ‘godservaring’: opgenomen worden in een groter geheel.

,,Toen ik later in Nederland een klooster binnenstapte, voelde dat als thuiskomen. Ik werd geraakt door de liturgie, de sfeer, de rust en de stilte. Ik ervoer de liefdevolle God. Een bijzonder moment. Het bracht mij weer bij de kerk.’’

Toch was het nog geen levensveranderende ervaring.

Die diende zich in de zomer van 2011 aan. Zwiggelaar bezocht een Franciscaner kerkje in Groenlo en wandelde bij het Zwillbrocker Venn, net over de grens. Genietend van de natuur, de stilte. Op zoek naar flamingo’s, die er regelmatig neerstrijken. Maar deze dag niet.

,,Opeens zei een stem in mij: ‘Je moet zuster worden.’ Ik schrok er niet van, want ik was er al langer mee bezig. Maar dit klonk wel heel overtuigend. Ik moest uitzoeken of dit de weg was die ik te gaan had. Op zoek naar bevestiging.’’

Die kwam een paar dagen later. Een vriendin vroeg haar: moet jij geen zuster worden? ,, Kiek . Zoiets moet wel door anderen bevestigd worden. Heel belangrijk. God gebruikt mensen om dat aan jou duidelijk te maken. Het mag geen hersenspinsel zijn. God heeft mij hier neergezet.’’

 

Protestantse achtergrond

Haar overstap naar het klooster - en daarmee naar het rooms-katholicisme - is binnen de protestantse kerk niet overal met instemming begroet. ,,Iemand vroeg me ooit: Maar Marga, waarom houd je nu niet meer van Jezus? Ik zei: Pardon? Als Jezus ergens centraal staat, dan is het wel in de rooms-katholieke kerk.’’

Volgens Zwiggelaar verdiepen beide geloofsgroepen zich niet of nauwelijks in elkaar. Het ligt gevoelig en het onbegrip wordt in stand gehouden. ,,Dan krijg je vastgeroeste denkbeelden en vooroordelen. Trouwens, de helft van alle nieuwe kloosterlingen heeft een protestantse achtergrond.’’

Het zijn volgens haar ‘Godszoekers’. ,,In deze soms verwarrende tijd, versterkt door corona, zijn mensen meer dan ooit op zoek naar zingeving, naar gemeenschapszin. Binnen onze super geïndividualiseerde samenleving zoekt men elkaar weer op. Vooral zichtbaar bij jongeren en millennials.’’

Zwiggelaar beent naar binnen voor een nieuw bakkie troost. Een minuut later keert ze terug, druk pratend en gesticulerend. Daarbij ziet ze de zware parasolvoet over het hoofd. Met een sierlijke zwaai gaat de zuster dominicanes, compleet met koffiekan, onderuit.

Wonderwel blijft haar val zonder gevolgen. Geen kwetsuur en slechts een paar druppels koffie gemorst. ,,Het resultaat van jarenlang turnen, haha. De reflexen zijn nog goed. Als klein kind duvelde ik vaak van de trap. Veul te drok .’’

Zuster Zwiggelaar dus. Noem haar geen non. Daar houdt ze niet van: ,,Non is eigenlijk een scheldwoord. Zuster is de correcte aanspreektitel.’’ Waarvan akte.

 

Moeten

De stap van het christelijke Jeruzalem van het Noorden naar het linkse Havana aan de Waal lijkt - in meerdere opzichten - groot. ,,Nou, valt erg mee’’, meent Zwiggelaar. ,,Ik zit hier eigenlijk in een groot dorp, het vroegere tuinbouwgebied van Nijmegen. Het schuurt aan tegen het Nedersaksische gebied. Op straat groeten de mensen elkaar ook gewoon.’’

Ze heeft nooit getwijfeld aan haar keuze. Of nee: het was geen kwestie van kiezen. ,,Je wordt geroepen tot een Godgewijd leven’’, benadrukt Zwiggelaar. ,,En dan maar zien hoe die nieuwe fase in de praktijk uitpakt.’’

Dat is geen rimpelloos proces. Een nieuwe omgeving, met onbekende mensen, in een ander ritme. ,,Je moet loslaten wat je had. Moedig? Neuh. Het is meer een móeten.’’

Ook moet het klikken met de (drie) andere zusters in het huis. Verschillende leeftijden, achtergronden, karakters. Van traditioneel tot vrijzinnig.

Zwiggelaar behoort tot de laatste categorie. Ze is de ook de meest artistieke zuster in de gemeenschap. Haar habijt draagt ze alleen bij kerkgang en op bijzondere dagen. ,,Niet als ik even de stad in ga. Maar die vrijheid krijg ik hier ook.’’

Ze voelt zich thuis bij de kloosterorde, die vier belangrijke waarden in haar leven dient: gemeenschap, gebed, studie en verkondiging. ,,Ik voel mij als een vis in de Dominicaanse vijver en ben hier op mijn plek.’’

Toch schijnt niet elke dag de zon. Persoonlijke crises drukken ook de neus aan het venster. Zoals met Pasen vorig jaar. Zwiggelaar zat bijna huilend in de trein naar Hoogeveen. ,,De wereld zat in lockdown, je kon geen kant op, alles was nieuw. Ik had het er stoer met .’’

Ze moest zichzelf toespreken: kom op, je geeft niet zomaar op! ,,Ach ja. Het hoort bij een nieuw bestaan. In een huwelijk heb je ook van die fases. Toch?’’

 

Geen dogma’s

Zwiggelaar is van huis uit gereformeerd. En uiterst kritisch. Als jong meisje plaatste ze al vraagtekens bij passages en beweringen in de Bijbel. Kloppen die verhalen wel? Neem zo’n Noach, met al die dieren in de ark. Dat paste toch nooit? Lachend: ,,Dat is mijn gereformeerde manier van denken.’’

In het klooster kan ze die kritische houding voortzetten. ,,Dominicanen zijn ook van de discussie’’, zegt ze. ,,Dingen bevragen, scherp debatteren, maar altijd met wederzijds respect en in goede harmonie. Hier geen scheuringen, geen dogma’s.’’

De rooms-katholieke kerkleer is vloeibaarder, vindt ze. ,,Het biedt meer ruimte. Ik ben het bijvoorbeeld niet eens met de opvattingen over homoseksualiteit en walg van het seksueel misbruik, maar gelukkig staat deze kerk ook voor heel veel goede en positieve zaken. Veel media belichten het te eenzijdig. Dat is jammer.’’

Haar dagen zijn gevuld met studie op de universiteit, gebed, hand- en spandiensten voor de parochie, lezingen. Elke dag probeert ze ook nog gelegenheid te vinden voor een stevige wandeling.

Tijd voor een uitgebreide rondleiding. Zwiggelaar leidt haar bezoek langs het het rijke erfgoed van de kloosterorde en door het pand waar ze woont. Op weg naar de kleine inpandige kapel, klinkt een stofzuiger.

Zuster Therese doet de gang.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu