Welk onkruid is eigenlijk heel lekker? Je komt erachter tijdens een cursus in Gasselte. 'Bij de supermarkt koop je het hele jaar plofbroccoli'

Kleefkruid, paardenbloem, brandnetel en Japanse duizendknoop; voor de meesten is het onkruid, maar voor Leah Groeneweg (51) is het eetbaar en zelfs lekker. Na de zomer start de zevende jaarcursus eetbare wilde planten rond Gasselte.

Leah Groenewegen en Tim Horneman geven een les in het vinden van eetbare wilde planten.

Leah Groenewegen en Tim Horneman geven een les in het vinden van eetbare wilde planten. Foto: eigen beeld

Dag Leah, jij biedt een jaaropleiding wilde planten leren herkennen en bereiden aan voor 1500 euro. Waarom zouden mensen in ons luxe landje zoveel geld over hebben om eetbaar onkruid op te speuren?

„Bij de supermarkt koop je het hele jaar doorgekweekte tomaten of plofbroccoli. Er mag geen plekje opzitten; een tomaat met een rimpel verkoopt niet. Die gekweekte planten moeten zo snel mogelijk groeien en zo lang mogelijk houdbaar zijn. Ze worden helemaal gepamperd en hoeven zich niet te weren tegen insecten, weer en wind. De beschermingsstoffen die een plant daarvoor normaal gesproken aanmaakt, krijg je ook niet binnen bij het eten van zulke gekweekte gewassen.

Planten in de natuur hebben die stoffen wel. Ze hebben veel meer mineralen door schimmels in de grond. Je kunt niet je hele maaltijd buiten opscharrelen, maar je kunt een gerecht wel een enorme oppepper geven door het aan te vullen met wilde planten, bessen, zaden, paddenstoelen, bloemetjes, wortels en blaadjes. Daarmee krijg je veel meer beschermende stoffen binnen.

Al je weer ‘wild’ gaat eten, leer je ook bepaalde smaken weer waarderen. Witlof en spruiten waren vroeger bitterder. Maar dat verkoopt niet. Dus zijn die bitterstoffen eruit gekweekt. Maar die stoffen zijn hartstikke goed voor je lever; de motor van je lichaam.”

Je zou haast denken dat niet-gekweekte producten dan onontbeerlijk zijn voor ons dieet.

Nieuws

menu