Vrouwe Teuntje verlaat tijdelijk de grachten van Meppel. Varend erfgoed brengt sfeer in de stad: 'Een gracht zonder schepen is als een boerderij zonder vee'

Vrouwe Teuntje laat een lege plek achter aan de kade van de Heerengracht in Meppel. Het schip uit 1907 verliet woensdagmorgen de wateren van de stad om enkele weken door Drenthe te varen, richting Dieverbrug en Assen.

Vrouwe Teuntje met schipper Ruud Weijnen ligt in de sluis om uit te varen richting Assen.

Vrouwe Teuntje met schipper Ruud Weijnen ligt in de sluis om uit te varen richting Assen. Foto: Leo de Harder

Oorspronkelijk zou het vaartuig op dinsdag 27 juli aan de vaartocht beginnen. Door een kapotte kopschroef kon de boot echter niet uitvaren. De 84-jarige voormalige werktuigbouwkundig ingenieur Ruud Weijnen is de eigenaar van het schip, dat al sinds 2009 in de gracht ligt. Hij kon na een dag vertraging toch de trossen los gooien en beginnen aan de tocht over de Drentse Hoofdvaart.

Hoewel het een oud schip is, ontbreekt de moderne techniek aan boord niet. Zo is het vaartuig uitgerust met een Automatic Identification System . Dit systeem helpt aanvaringen te voorkomen en dient ook als een manier om schepen in noodsituaties snel te vinden. Het geeft veel informatie, bijvoorbeeld over de locatie, de snelheid en de richting waarin gevaren wordt.

De tocht van het schip is digitaal te volgen via websites als schepenvolgen.nl of marinetraffic.com of myshiptracking.com of vesselfinder.com .

De Groninger boltjalk Vrouwe Teuntje is een van de vier historische schepen die Meppel rijk is. Deze schepen staan in het Register Varend Erfgoed Nederland. Nederland heeft de grootste collectie varend erfgoed ter wereld. Vrouwe Teuntje, de voormalige stoomboot De Vereeniging III en de luxe motorboten Vertrouwen en Freonskip zijn slechts vier van de 4934 in het register opgenomen schepen. De Meppeler schepen vallen op de schepenlijst onder de hoogste klasse.

Naast de historische waarde van de voormalige vrachtschepen is er dit voorjaar nóg een aspect toegevoegd. Het ‘waterwonen’ is opgenomen in het Netwerk Immaterieel Erfgoed Nederland.

Waterwonen is een manier van leven

Vanuit schippersfamilies wordt waterwonen al eeuwenlang van generatie op generatie doorgegeven. Waterwonen is geen ‘gewone’ huisvesting; het is een manier van leven, met een eigen cultuur.

Schepenregister

In het Register Varend Erfgoed Nederland staan in totaal 4934 vaartuigen ingeschreven. Daarvan zijn er 1872 ouder dan 100 jaar. Slechts 1102 schepen hebben een lengte van 20 meter of meer. De meeste vaartuigen vallen onder klasse C (historisch casco) of klasse B (in potentie monumentaal). De kwaliteit van de Meppeler boten is hoog, ze staan op de schepenlijst onder klasse A: ‘varend monument’. Van deze schepen is het uiterlijk en de relatie met het vroegere gebruik in voldoende mate behouden, ze kunnen allemaal nog varen en zijn goed onderhouden.

Ondanks de grote belangstelling voor wonen op het water kent Nederland een restrictief ligplaatsbeleid; het aantal officiële ligplaatsen wordt in principe niet uitgebreid. Voor woonboten zijn er nu ongeveer 10.000 beschikbaar.

De boten brengen sfeer in de stad

„Ook Meppel kent een aantal ligplaatsen”, weet Arco Woudenberg, de schipper van De Vereeniging III. „En Meppel is uniek, er liggen alleen maar goed onderhouden historische schepen.” Volgens Woudenberg drijven er in andere steden ook veel ‘rommelboten’, drijvende wrakken die er niet meer historisch correct uitzien.

Drie schepen bepalen het beeld van de Keizersgracht in Meppel. „De boten brengen sfeer in de stad”, aldus Woudenberg. „Een gracht zonder schepen is als een boerderij zonder vee; leeg en doods.” Volgens het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland kennen de boten dan ook een economische waarde, bijvoorbeeld omdat ze toeristen trekken en zo bijdragen aan economische ontwikkeling.

Vrijbuiters

In vroeger tijden had men het niet zo op met de vrijbuiters op het water. Al in 1652 werd in Amsterdam bepaald dat niemand in ‘leggers, schepen of toegemaeckte schuyten (mag) wonen, kachels of vuyrsteden (mag) stellen, of vertrecken afschieten om te bewonen’. Later werden in Amsterdam in het zogenoemde ketenregister alle bewoners van keten, woonwagens en woonschepen bijgehouden. Uiteindelijk resulteerde de inperkingen van het rondreizende deel van de bevolking in 1918 in de Wet op woonwagens en woonschepen. Om in aanmerking te komen voor een ligplaatsvergunning dienden de woonbootbewoners en hun boten aan bepaalde eisen voldoen: de woonboot mocht niet lek zijn, de bewoners niet crimineel en de kinderen moesten onderwijs volgen. In 1968 verbood in Nederland de Rijksoverheid het rondtrekken en dwong de woonwagenbewoners als uitvloeisel van een nieuwe woonwagenwet in grote centra te gaan wonen. In de meeste gemeenten werden ligplaatsvergunningen steeds minder verleend en illegale schepen moesten weg. Hoewel de wet in 1999 werd afgeschaft, probeert de overheid de standplaatsen voor woonwagens en de ligplaatsen voor woonboten nog steeds te beperken, of in het gunstigste geval: niet verder uit te breiden.

Verschillende bedreigingen liggen op de loer

Ondanks de erfgoedstatus van het waterwonen en de erkenning als drijvende monumenten gaat het niet goed met de historische schepen in Nederland. Verschillende bedreigingen liggen op de loer: de strenge regelgeving voor schepen langer dan 20 meter. Deze moderne (veiligheids-)regels staan op gespannen voet met de wens om de authentieke schepen in zo origineel mogelijke staat te houden.

Ook de uitspraak van de Raad van State waaruit volgt dat woonboten ‘bouwwerken’ zijn in de zin van de Woningwet vormt een bedreiging. Het gevolg daarvan is, dat alle woonboten in Nederland plotseling moeten voldoen aan alle regelgeving die daarbij hoort. Denk aan eisen rondom verblijfruimtes, zoals breedte van deuren, voorschriften voor trappen, maar ook vluchtwegen, brandveiligheid en dergelijke.

Dat brengt scheepseigenaren ertoe om hun schip op de werf laten inkorten tot minder dan 20 meter, of dat de schuiten een rare opbouw krijgen om aan de regelgeving te voldoen. Maar nog erger is dat er boten worden verkocht aan eigenaren in het buitenland waar de regels minder streng zijn. Dan vaart een monument letterlijk het land uit.

Serie interviews met schippers

Vrijwel alle nog behouden vaartuigen zijn in handen van particulieren, die hun schip vaak letterlijk van de sloop hebben gered. De schepen worden zonder subsidie, met veel liefde en kennis in de vaart gehouden. Ook de Meppeler waterbewoners zijn trots op hun schip en ze zijn verknocht aan hun manier van wonen. Daarom publiceert de Meppeler Courant deze zomer een serie interviews met de schippers, over de passie voor hun schip, hun drijfveren en het wonen op het water.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Meppel
menu