Boeren op de barricaden: 7 feiten en fabels

Demonstrerende boeren op het Malieveld. De ACM onderzoekt verboden prijsafspraken bij inkopers in de agrarische sector. Foto: ANP/Sem van der Wal

De boeren krijgen vaak de zwartepiet toegespeeld. Of het nou gaat om dierenmishandeling, mestfraude, stikstofuitstoot, schulden of subsidie. Soms zijn die verwijten terecht, soms onterecht. Is de boer dader of slachtoffer? Een factcheck van zeven (on)waarheden.

Boeren gaan massaal op de barricade. Duizenden (melk)veehouders, akkerbouwers en sympathisanten verzamelden zich vorige week met honderden tractoren op het Malieveld in Den Haag.

Een van de grootste boerenprotesten uit de geschiedenis ligt amper achter ons, maar de agrarische sector bereidt zich alweer voor op nieuwe demonstraties. Deze week maakten de agrariërs bekend opnieuw ten strijde te trekken.

Farmers Defence Force wil vanaf woensdag samen met boeren, vissers en burgers meerdere dagen het Binnenhof in Den Haag bezetten. Een andere boerenactiegroep, Agractie, heeft over vier tot zes weken ook twee acties op stapel staan, waarvoor al duizenden euro’s zijn ingezameld.

De ontevredenheid is groot. Boeren voelen zich niet alleen slachtoffer van de stikstofproblematiek, maar vinden dat ze al jaren de zwartepiet krijgen toegespeeld op tal van terreinen. Van dierenverwaarlozing tot massale fraude met mest en kalveren. Aan de andere kant staan partijen die stellen dat de agrarische sector inmiddels het ‘Griekenland van de Nederlandse economie’ is, driekwart van de productie naar het buitenland gaat en dat boeren aan het ‘subsidie-infuus’ koortsachtig proberen te overleven.

We zetten zeven vragen die de discussie domineren op een rij en factcheckt: hebben de boeren een punt of is het einde van ons overijverige, hyperefficiënte landbouwstelsel in zicht?

Zijn de boeren hoofdschuldige aan het stikstofprobleem? Ja, zegt Cor Pierik, 42 procent van de stikstofuitstoot komt toch echt uit de landbouw, een veel hoger aandeel dan van andere sectoren. Pierik is econoom, werkt bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en is hobbyboer in de buurt van Genemuiden. ,,We hebben twaalf lakenvelders. En in de zomer pinken van mijn broer uit de Noordoostpolder.’’

Dat boeren als de hoofdschuldigen worden gezien, is wel een beetje wrang, vindt hij. Want sinds de jaren 90 is die uitstoot alleen maar gedaald. Daarover krabben ze in de rest van Europa zich achter de oren: hoe krijgen die Nederlandse boeren dat voor elkaar? Pierik: ,,Evengoed is de uitstoot nog steeds hoger dan is afgesproken. In Nederland zijn 166 locaties aangewezen als Natura 2000-gebied. In Frankrijk zijn dat er maar drie, trouwens. Het heeft te maken met de verschillende landschappen die we hebben. Die willen we beschermen, zo hebben we afgesproken. In 110 van die Natura 2000-gebieden valt nog te veel stikstof neer, heeft de Raad van State nu gezegd.’’

Dat is dus ons stikstofprobleem in een notendop. Mest – waarin stikstof en dus ammoniak zit – bevordert de groei van planten. Maar sommige natuurgebieden zijn gebaat bij ‘arme’ grond.

Dat boeren wijzen op de uitstoot van Schiphol, dat meer vervuilend dan de agrarische sector zou zijn, is wat de cijfers betreft niet terecht. ,,Schiphol en de luchtvaart met al zijn bewegingen zorgen voor 15 procent van de uitstoot binnen de Nederlandse economie.’’ Industrie en verkeer sámen zijn wat betreft stikstof nog altijd kleiner dan de boerensector in z’n eentje.

In het klimaatdos­sier speelt de landbouw een veel kleinere rol. In die discussie gaat het vooral om broeikas­gas­sen

Cor Pierik, Econoom bij CBS

Verschil is er trouwens wel tussen wat de boer produceert en wat uit de uitlaat van de auto komt. Die 42 procent uitstoot van boerderijen bestaat vooral uit ammoniak. Wat van Schiphol komt (en ook van industrieën en de uitlaat van je auto) is stikstof waarin vooral ‘oxides’ zitten. Pierik: ,,In het klimaatdossier speelt de landbouw een veel kleinere rol. In die discussie gaat het vooral om broeikasgassen.’’

Pierik levert zelf ook een bijdrage aan het probleem. Op bescheiden schaal, weliswaar. De hobbyboer zit vlak bij een Natura 2000-gebied: het Zwarte Water. ,,Wat van mijn bedrijf komt, is  peanuts . De sector is als geheel groot. De rest van Europa is onze grootste afnemer. 15.000 boeren in Nederland hebben geen opvolger. Als de overheid besluit om veebedrijven vlak bij Natura 2000-gebieden uit te kopen, wat niet onlogisch zou zijn, moeten we niet vergeten dat achter elke boer gemiddeld tien banen schuil gaan. Daar moeten we wel scherp op blijven.’’

Kalverfraude, melkquotumfraude en mestfraude. Wie de berichtgeving in de media de afgelopen tijd volgt, zou bijna denken dat elke boer maling heeft aan de regels. Massale fraude met kalveren en mest... Is iedere boer een fraudeur?

Begin 2018 schrok de sector op toen 2100 melkveehouders langere tijd geen dieren mochten aan- en afvoeren. Ze zouden – om de fosfaatregels te omzeilen – een trucje in de boekhouding hebben gebruikt om meer dieren te kunnen houden.

Minister van Landbouw Carola Schouten repte over ‘fraude’ en ‘geknoei’. Het beeld van de frauderende boer was toen al een feit. Na onderzoek van het ministerie bleken slechts 75 van de 2100 bedrijven daadwerkelijk te hebben gefraudeerd. Schouten moest met schaamrood op de kaken toegeven te hard van stapel te zijn gelopen.

De laatste maanden is er veel te doen om de zogenoemde mestfraude. Er loopt een onderzoek naar onder anderen  mesthandelaar Jan Bakker  uit Oldebroek vanwege fraude. Daarbij benadrukt het Openbaar Ministerie dat zij zich richt op de faciliteerders en niet op de boeren. Officier van justitie Rob de Rijck zei daarop: ,,Als het probleem aan de voorkant niet wordt aangepakt en het enorme mestoverschot blijft, zal er altijd fraude blijven en is het dweilen met kraan open. Wil je dat fraude afneemt, zal de kraan ook aan de voorkant dichtgedraaid moeten worden.’’

Marieke van der Molen, woordvoerder bij het functioneel parket zegt daarover: ,,Wij hebben niets tegen boeren, maar zien wel trends, wanneer het gaat om milieuovertredingen.” Het OM doet 150 tot 200 strafzaken per jaar ‘met mest’. Het mestoverschot maakt financiële belangen groot, waardoor ook de kans op fraude toeneemt.

Terwijl de ene consument met zorg zijn vlees uitzoekt met een Beter Leven-keurmerk, vindt de ander dat doden van een dier per definitie beulswerk is. Een dier ‘goed behandelen’ is dus subjectief. Want wat is goed en wat is niet goed?

Nederland heeft wetten op het gebied van dierenwelzijn. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) moet daarop toezien. Inspecteurs liepen zowel in 2016 als 2017 tussen de acht- en negenhonderd keer een boerenerf op omdat er misstanden zouden zijn. De dienst meldt niet hoeveel ervan terecht waren. Nederland telt volgens het CBS ongeveer 17.000 melkveehouderijen, in totaal zijn er bijna 35.000 bedrijven met koeien, schapen en varkens.

Jan Overesch uit Raalte heeft meer dan honderd zeugen en ongeveer achthonderd biggen en vleesvarkens. Die mogen naar buiten wanneer ze willen, knagen op stro en – kers op de taart – hebben de beschikking over een sappige modderpoel. Wakker Dier reikte hem in augustus  de modderpoelbokaal  uit.

En nee: zijn collega’s in het land zijn geen dierenbeulen, vindt Overesch. ,,Het woord wil ik niet eens in de mond nemen’’, zegt hij. ,,Veel vooroordelen kun je wegnemen. Een boer moeten laten zien wat hij doet en doen wat hij zegt.’’

Toch kan het beter, vindt Overesch. En dat heeft wel degelijk te maken met dierenwelzijn. ,,Sinds de jaren 90 zijn we steeds minder gaan betalen voor ons eten. De overheid heeft gestimuleerd dat boeren op lagere prijzen gaan reageren door nóg goedkoper te produceren. De protesten maken volgens mij duidelijk dat het niet voor nog minder kan. Nu is het dier de dupe, maar ook de boer en het milieu.’’

,,De boeren doen alsof we ze in de kou laten staan, maar ze hangen in werkelijkheid al jaren aan het subsidie-infuus.” Harde woorden van NPO Radio 1-columnist Marcel van Roosmalen op de dag dat duizenden boeren naar Den Haag trokken om te protesteren. Een subsidie-infuus? Klopt dat eigenlijk wel?

Vaststaat dat de agrarische sector jaarlijks 750 miljoen euro aan landbouwsubsidies binnen harkt, afkomstig van de Europese Unie. Voor het grootste deel gaat dat om een vast bedrag (260 euro) dat een boer krijgt per hectare landbouwgrond. Een overblijfsel uit de tijd dat melkveehouders, goed voor de helft van de sector, een subsidie kregen op melk.

Ook krijgen boeren uit Brussel een ‘vergroeningspremie’ per hectare, mits zij aan bepaalde eisen voldoen. Jonge boeren krijgen nog eens 50 euro extra per hectare. Uiteindelijk bestaat echter maar een klein deel van het totale opbrengsten van een gemiddelde boer uit Europese subsidies. Voor een melkveehouder gaat het volgens onderzoek van de Wageningen Universiteit om 5,1 procent. Voor een akkerbouwer bestaat 8,1 procent van al zijn opbrengsten uit Europees geld. Naast de Europese subsidies zijn er nog talloze kleinere landelijke, provinciale en gemeentelijke potjes.

Nieuw-Zee­land heeft in de jaren 80 ongeveer alle subsidies afgeschaft voor de agrarische sector. Een grote schok die zelfs leidde tot een aantal zelfdodin­gen

Co Daatselaar, Wageningen University & Research

Co Daatselaar uit Dalfsen werkt binnen Wageningen University & Research voor Wageningen Economic Research. Kunnen boeren ook zonder die subsidies? Of wordt ons voedsel dan onbetaalbaar? Er zijn volgens hem voorbeelden waaruit blijkt dat boeren zonder subsidie wel degelijk kunnen overleven. ,,Nieuw-Zeeland heeft in de jaren 80 ongeveer alle subsidies afgeschaft voor de agrarische sector. Een grote schok die zelfs leidde tot een aantal zelfdodingen. Als je het daar nu de boeren zou vragen, zeggen ze: ‘Nou prima. Europa is gek met al die subsidies.’ Je krijgt een herschikking. Maar durven we die schok aan als maatschappij?”

Nederlandse boerenbedrijven zijn ongelooflijk efficiënt. We zijn het land dat – na de Verenigde Staten – de meeste landbouwgoederen exporteert. We zijn met ons kleine landje dus bijna de grootste exporteur van de wereld. Onze top vijf? Zuivel, eieren, vlees, groenten en fruit.

En hoewel het aantal boerenbedrijven sinds de jaren 50 met maar liefst 356.000 gedaald, verveelvoudigde de veestapel. ,,Inmiddels gaat 75 procent van wat boeren produceren naar het buitenland’’, weet CBS-econoom en hobbyboer Cor Pierik. 25 procent is dus voor ons, Nederlanders. Het pak melk, de kaas op je brood, het spek op je ei en dat bord boontjes met aardappelen en een goed stuk vlees.

Het kan dus makkelijk veel minder. Laat ze in Spanje, Italië en Polen lekker hun eigen boontjes doppen, zou je denken.

Maar zo eenvoudig is het niet, zegt Dirk Strijker, hoogleraar plattelandsontwikkeling aan de Rijksuniversiteit Groningen. ,,Wat ik weinig hoor, zijn de consequenties van een vermindering van de veestapel voor alle toeleveranciers en bedrijven die zich toespitsen op de verwerking’’, vindt Strijker. ,,8 tot 9 procent van onze economie drijft op de landbouw, maar daar horen dus ook alle leveranciers en verwerkers bij. En dan heb ik het nog niet eens over bijvoorbeeld de Wageningen Universiteit en de Rabobank, die beide voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van de agrarische sector.”

Op lange termijn betekent dat volgens Strijker niet alleen verminderde werkgelegenheid, maar ook onze vooraanstaande positie op landbouwgebied in de wereld. ,,We kunnen kiezen voor halveren, maar misschien moeten we dan wel genoegen nemen met een beetje minder welvaart.”

Dat is een veelgehoorde kreet om inkrimpen van de veestapel te voorkomen en op te komen voor onze landbouw. Volgens agronoom en hoogleraar Rudy Rabbinge van de Wageningen Universiteit, zit er zeker een kern van waarheid in. Volgens hem heeft Nederland grote invloed in de wereld. ,,Het is niet zo dat we naar de bliksem gaan als wij het niet meer doen, maar het lijkt me wel zeer onverstandig om de meest geavanceerde boeren van de wereld te pijnigen.’’

Dé landbouw bestaat niet. Deze sector kent twintig bedrijfs­tak­ken, van bloemenhan­del tot tomatente­lers

Rudy Rabbinge, Agronoom bij Wageningen Unitversiteit

Het stoort hem dat de discussie nu gaat over dé landbouw. ,,Vooropgesteld: dé landbouw bestaat niet. Deze sector kent twintig bedrijfstakken, van bloemenhandel tot tomatentelers. Waar we het nu over hebben, zijn de bedrijfstakken melkveehouderij, veehouderij en akkerbouw.”

Volgens Rabbinge is Nederland koploper als het gaat om efficiëntie, duurzaamheid en milieu. ,,Er is nog wel iets te verbeteren, maar we lopen voorop in de wereld. In de varkenshouderij is er al een drastische reductie geweest van het aantal varkens. Ook hier kan nog een verbeterslag worden gemaakt, maar het is nooit slechter dan ergens anders in de wereld.’’

,,De agrarische sector heeft een schuld van 30 miljard. Het is bijna het Griekenland van de Nederlandse economie.” Jan Douwe van der Ploeg, emeritus hoogleraar rurale sociologie aan de Wageningen Universiteit, laat er geen gras over groeien: onze landbouw is bijna failliet.

GroenLinks deed daar nog een schepje bovenop. Want als grootste schuldeiser van de Nederlandse veehouderij moet Rabobank ook meebetalen aan een oplossing van het stikstofprobleem, aldus GroenLinks. De bank heeft volgens de partij de sector te makkelijk geld uitgeleend.

,,Die 30 miljard aan uitstaande leningen, dat kan heel goed kloppen”, weet Gea Bakker, sectormanager food en agri bij de Rabobank. ,,Onze bank is met 85 procent van de uitstaande leningen in die sector oververtegenwoordigd.” In 2018 kwam dat neer op 47.000 agrariërs, waarvan 29.000 in de veeteelt. Deze bedrijven leenden vorig jaar gezamenlijk 26,1 miljard euro van de Rabobank.

Al lijkt dat bedrag enorm, het is niet gek, vindt Bakker. ,,Wij zijn wereldwijd koploper in de landbouw en hebben met de haven in Rotterdam een belangrijke mondiale uitvalsbasis. De landbouw is een sector die veel kapitaal nodig heeft en daar hoort nou eenmaal een grote leningportefeuille bij.”

De vraag hoeveel ruimte er nog is in ons land, wordt steeds meer actueel, volgens Bakker. ,,Boeren moeten investeren en op zoek naar vernieuwingen. En dan kan het bedrag dat aan leningen uitstaat nog verder stijgen. Het komt boven op bijvoorbeeld de grondprijzen die boeren moeten betalen om uit te kunnen breiden. Die zijn skyhigh.”

 

Deze mensen spraken we voor dit verhaal

 

Voor dit verhaal spraken wij met de volgende mensen.

•  Cor Pierik , econoom bij het CBS en hobbyboer vlak bij Genemuiden.

•  Jan Overesch , varkensboer uit Raalte.

• Ir.  Co Daatselaar , Wageningen University & Research voor Wageningen Economic Research.

•  Marieke van der Molen , woordvoerder Openbaar Ministerie.

•  Dirk Strijker , hoogleraar plattelandsontwikkeling aan de Rijksuniversiteit Groningen.

•  Gea Bakker , sectormanager food en agri bij de Rabobank.

•  Rudy Rabbing e, agronoom en hoogleraar aan Wageningen Universiteit.

Nieuws

Meest gelezen

menu