Een huis in één dag neerzetten: het wordt allemaal een heel beetje anders in de bouw

Directeur Biense Dijkstra met lisdodde. ,,Het materiaal isoleert fantastisch en het gebruik ervan is zelfs CO2-positief.’’ Foto: Mariske de Groot

Stikstof, PFAS, corona, materiaalkosten, personeelstekort, duurzaamheid. Zoek maar een crisis uit, de bouw kent ze allemaal. O ja, en dan moeten er de komende jaren in het Noorden ook nog even 100.000 woningen worden gebouwd. Hoe dan? De sector zoekt hard oplossingen in innovaties, samenwerking en systeemveranderingen.

Het wordt allemaal een beetje anders, of heel anders. De manier waarop huizen nu uit de grond worden gestampt, heeft een uiterste houdbaarheidsdatum die niet zo ver in de toekomst ligt. Het moet duurzamer, het moet sneller, het moet met minder mensen, het moet efficiënter.

Dat is heus geen verrassing in de bouwwereld zelf. Daar wordt continu nagedacht over de vraag: hoe blijven we het doen, of hoe gáán we het doen? De sleutelbegrippen: samenwerking, materiaalinnovatie, industrieel bouwen, proceswijziging.

Je zou er bijna moedeloos van worden, van al die dingen die anders moeten in de nabije toekomst. Of juist niet. Rolf Koops kijkt vol verwachting uit naar de enorme woningbouwopgave. De directeur van BuildinG, het kennis- en innovatiecentrum voor toekomstbestendig bouwen in Groningen, ziet de bouwopgave als een uitgelezen kans om innovatie te bevorderen en in de praktijk te brengen.

Al die woningen moet ook duurzaam zijn

,,We staan voor een enorme transitie in de bouwwereld. Al die woningen neerzetten is één ding, ze moeten ook allemaal duurzaam zijn, klimaatneutraal en in balans met landbouw en natuur. Je ziet dat de innovaties zich nu razendsnel opvolgen in een wereld die veel mensen nog zien als traditioneel. En dan niet alleen op het gebied van materiaal. Er is meer nodig als we erin willen slagen zoveel woningen van die kwaliteit te bouwen.’’

Voor het slagen van de enorme woningbouwopgave is het volgens Koops vooral essentieel dat de manier waarop het proces van bouwen traditioneel is ingericht, op de schop gaat. ,,Nu is dat project georiënteerd. Dat betekent dat bij elk woonblok bij wijze van spreken een heel proces op gang komt van aanbestedingen, inschrijvingen, inkopen, vergunningen aanvragen en wat dies meer zij. Als we dat op die manier blijven doen, dan lukt het niet om in korte tijd heel veel extra huizen te bouwen. Dat moet anders.’’

Regie is het toverwoord in deze. ,,Het wordt tijd voor een groot, overkoepelend innovatieplan dat niet alleen gaat over de techniek, maar ook over het proces. Daarin wordt afgestemd wat wanneer waar gebouwd wordt, op welke manier en door wie. We moeten gaan denken in een ander systeem, analoog aan de bouwinformatiemodellen die door grotere bouwbedrijven al worden gebruikt.’’

In zo’n model, afgekort BIM, wordt alle informatie rond een te bouwen constructie digitaal vastgelegd. Van materiaal tot afmetingen, van kosten tot leidingwerk, van milieuspecificaties tot fasering. Standaardiseren van het proces betekent volgens Koops niet dat er een eenheidsworst aan type woningen ontstaat. ,,Het is eerder andersom. Meer massa betekent meer ruimte voor betaalbaar maatwerk en inpassing in de omgeving.’’

Een BIM is er vooral op gericht de grote faalkosten in een bouwproces te verlagen. ,,Ik denk dat een dergelijk systeem versneld ingezet zou moeten worden voor de ontwikkeling van hele gebieden. Zodat alle partijen precies weten wat wanneer van ze verwacht wordt.’’ Die faalkosten waren al een belangrijke drive voor innovatie in de bouw. Het BIM is een manier om daar wat aan te doen, in de wijze van bouwen zelf is ook veel te winnen. De industrialisatie van de bouw is wat dat betreft bezig een modieus begrip te worden, misschien wel dé manier om snel slagen te maken.

Volledige gevels rollen straks kant en klaar van de band

Weinig bouwbedrijven zijn er zo ver in als Van Wijnen. In Gorredijk worden al jaren geprefabriceerde casco’s fabrieksmatig afgebouwd. Dit jaar wordt een nieuwe fabriek in Heerenveen opgeleverd waarin de industrialisatie van de bouw nog een stapje verder gaat. Daar rollen straks ook volledige gevels kant en klaar van de band.

Directeur Smart Assembly Alex Diender is al jaren zoet met de industrialisering binnen Van Wijnen. ,,Het lijkt een logische stap om op deze manier te gaan produceren, maar het is een hele omwenteling. En uiteindelijk is het essentieel om bouwprojecten levensvatbaar te houden, en misschien wel om de hele woningmarkt open te breken.’’

Dat laatste zit hem vooral in de kosten. Jazeker, Van Wijnen investeerde fors in de fabriek, meer dan honderd miljoen euro. Maar uiteindelijk gaat zich dat terugverdienen. Sterker nog: de efficiëntieslag die het bouwbedrijf ermee maakt is zo groot, dat de prijs van woningen op den duur omlaag kan, zodat een eigen huis voor meer mensen in zicht komt.

,,De grootste winst zit hem in het voorkomen van fouten. Die komen nu bij elk nieuwbouwproject voor, eigenlijk omdat elk project als het ware een nieuw project is. Veel nieuwbouwprojecten zijn daardoor zelfs verlieslatend. Door industrieel te gaan produceren, haal je heel veel faalkosten uit het proces. Dit systeem werkt overigens alleen voor grote hoeveelheden. De traditionele mkb’er in de bouw blijft ook keihard nodig voor maatwerk.’’

Temeer omdat Van Wijnen steeds verder wil gaan met automatisering. Dat geldt niet alleen voor de productie, maar het hele bouwproces. ,,Met één druk op de knop moet je straks alles in gang zetten. Alle documenten, de vergunningen, de bouwtekening, alles. Normaal ben je daar een half jaar zoet mee. Wij willen voor onze waaier aan standaardbouwdelen dat hele proces van tevoren al in het systeem hebben.’’

In de fabriek in Heerenveen worden straks plafonds, vloerdelen, gevels, casco’s, toiletgroepen, badkamers en meer in standaardmaten gefabriceerd. Zodat volledige woningdelen op de bouwplaats alleen nog maar gemonteerd hoeven worden. Vanwege de al bekende maten, is het overbodig steeds opnieuw langs dezelfde vergunningafdelingen te gaan.

Op die manier kunnen we 120.000 tot 130.000 verschillende soorten woningen bouwen

Dat klinkt misschien een beetje als eenheidsworst, die standaardbouwdelen. Maar dat is nogal relatief. ,,We hebben alle bouwdelen in een aantal variaties. Ze zijn allemaal te combineren, omdat alles op alles past. Op die manier kunnen we 120.000 tot 130.000 verschillende soorten woningen bouwen. Vergelijk het met een 3D-planner van een keuken. Je voert de maten van je bouwgrond in en zoekt er vervolgens je favoriete vloer, gevels, keuken en alles bij. Druk op akkoord en de fabriek gaat aan het werk.’’

Zo bouwde Van Wijnen al heel wat woningen. Diender: ,,Ik geloof niet dat wij bouwers de komende jaren 100.000 huizen kunnen neerzetten op de traditionele manier. Dan móeten we wel industrieel gaan denken. Wij kunnen op onze manier binnen twee jaar tussen de 3000 en 4000 woningen en appartementen per jaar produceren. En dat is pas het begin. Nu is het vooral zaak de wet- en regelgeving zo aan te passen dat het bouwproces in het industriële systeem past. Dat is hard werken, maar het moet lukken, anders staan we straks met een Porsche in de file.’’

De wet- en regelgeving is zo’n factor van belang die buiten de bouwsector zelf ligt. Datzelfde geldt voor een andere factor van belang: de wereldmarkt. Erik Buuursema ziet daarin een grote uitdaging op weg naar de grote bouwopgave die voor ons ligt. De directeur-eigenaar van Buursema Bouwbedrijf uit Erm (107 man op de loonlijst) ziet dat de omstandigheden iedereen in de sector nopen meer samen te werken.

,,De schaarste aan hout, staal en andere bouwmaterialen is een wereldwijd probleem. Die zorgt niet alleen voor hogere kosten, maar ook voor vertragingen. En daarmee nemen de risico’s voor aannemers en bouwbedrijven flink toe. ,,Ook door crises als die rond stikstof en PFAS.’’

Ook kleine bedrijven kunnen straks caso’s inkopen bij de fabriek

Net als Alex Diender ziet hij een oplossing in het industrieel produceren. ,,Prefab wordt steeds meer toegepast. Bij ons met name in de verduurzamingsopgaves die er liggen, omdat wij geen nieuwbouwers zijn.” Ik denk dat de bouwwereld innig moet samenwerken om in korte tijd veel woningen te kunnen bouwen en kan verduurzamen. Het zou zo maar kunnen dat in de toekomst casco’s en andere bouwdelen geprefabriceerd worden in de fabriek, waar ook de MKB-bouwbedrijven kunnen inkopen en ze zelf kunnen monteren.

De traditionele manier van bouwen is eindig, denkt hij. ,,Inschrijven op de laagste prijs en dan je best doen een beetje winst te maken dat is niet de manier, zeker niet als je intussen ook nog flink wilt innoveren. Dan moet je gewoon goede prijsafspraken maken, elkaar wat gunnen en de handen ineenslaan.’’

Industrialiseren en slim zijn. Die weg sloeg bouwgroep Dijkstra Draisma (hoofdkantoor Dokkum) jaren geleden ook al in. Het ontving al eens de prestigieuze Koning Willem I-prijs vanwege de industriële aanpak. Robots in de fabriek bouwen complete gevels op. Toch maakt de bouwgroep het echte verschil met veruit de meeste andere bouwers op een ander terrein: de absolute nadruk op duurzaam. Minder CO2, meer circulariteit, minder footprint, meer biobased. De ambitieuze doelen lopen als een rode draad door het bedrijf.

,,Daarin gaan we heel ver ja’’, zegt directeur Biense Dijkstra. ,,In wezen leggen we alles wat we doen op de weegschaal van de LCA, de levenscyclusanalyse en die van de CO2-footprint. Wij gaan voor écht circulair, dat is een hele stap verder dan recycling. Ik vind dat je onze huizen niet alleen uit elkaar moet kunnen halen en de materialen opnieuw moet kunnen gebruiken. Nee, ook die materialen zelf mogen op den duur niet bestaan uit fossiele grondstoffen.’’

Geen pur dus, geen andere op olie gebaseerde kunststoffen. Oppassen met beton vanwege de CO2-uitstoot en nog veel meer. Dijkstra Draisma heeft er een uniek laboratorium voor ingericht om te onderzoeken welke materialen en methoden het beste op de meetlat passen. ,,We hebben een innovatieteam met mensen die niet uit de bouw komen. Die kijken met heel andere ogen en dat is precies wat we nodig hebben.’’

Lisdodden isoleren fantastisch en zijn ook als de woning wordt afgebroken herbruikbaar

Een voorbeeld? Isolatiemateriaal in spouwmuren is doorgaans polystyreen, een op aardolie gebaseerde kunststof. Dijkstra Draisma toonde al aan dat cellulose (papierpulp) uitstekend werkt, de LCA fors opstuwt en de CO2-footprint verlaagt. Maar het kan nog beter: lisdodden, van die rietsigaren die je regelmatig aan de waterkant ziet. ,,We schrokken bijna van de tests daarmee. Die waren extreem gunstig. Het materiaal isoleert fantastisch en het gebruik ervan is zelfs CO2-positief.’’

Dat komt zo: de lisdodde groeit geweldig in een veenweidegebied (op een proeflocatie in de buurt van de bouwfabriek in Dokkum). Door het onder water zetten van deze veenweide bespaar je alleen al 20 ton CO2 per hectare. Tijdens de groei slaat het gewas CO2 op. En als het isolatiemateriaal niet meer gebruikt wordt, bijvoorbeeld omdat een woning wordt afgebroken, kan de oude lisdodde dienst doen als meststof voor nieuwe lisdodde. ,,Dat is circulair. Het spul is elk jaar te oogsten, zonder dat de grond uitput. Voor boeren betekent het bovendien een lucratief, nieuw verdienmodel.’’

En zo experimenteert het innovatieteam met nog veel meer. Een nieuw type warmtepomp bijvoorbeeld, alternatieven voor beton, proeven met waterstof, de inzet van drones, testgewassen met van alles en nog wat. En onlangs zijn we als initiator gestart met een geothermieboring van 2,7 km diepte naar water van 92 graden Celsius om de gebouwde omgeving mee te verwarmen.’’ Dijkstra: ,,Wij zijn in wezen een techbedrijf geworden.’’

Rest de vraag: hebben we daar nog wat aan in ons streven de komende jaren 100.000 woningen te bouwen? Jazeker. ,,We zetten een huis in een dag neer dankzij het ver gevorderde geïndustrialiseerde productieproces. En dan is het ook nog een woning die geheel te demonteren is en vier tot vijf keer beter dan de duurzaamheidsnorm. Die bouwopgave redden we zonder problemen, als we het maar slim aanpakken.’’


Je kunt deze onderwerpen volgen
Economie
Duurzaamheid
Duurzaam ondernemen
menu