De vent in zijn eigen tent. Klazienaveen doet het op eigen kracht

Veel dorpscentra hebben prima gedraaid tijdens de coronapandemie. Maar hoe ziet hun toekomst eruit? Kunnen ze hun klanten vasthouden? Wat zijn hun sterke en minder sterke punten? Vandaag: Klazienaveen.

Peter Foorthuis (links) en Harry van der Velde geloven allebei sterk in de kracht van een fysieke winkel.

Peter Foorthuis (links) en Harry van der Velde geloven allebei sterk in de kracht van een fysieke winkel. Foto: Jan Anninga

Plotsklaps stonden ze in het brandpunt van de belangstelling. De winkeliers in Klazienaveen wilden begin maart duidelijk maken dat de corona-aanpak van de overheid te heftig was. Ze konden niet meer verder. In Klazienaveen zouden de winkels daarom, tegen de regels in, weer opengaan.

Brancheorganisaties schopten geen deuk in een pakje boter

,,We voelden ons niet gehoord in Den Haag en dat wilden we duidelijk maken’’, kijkt voorzitter Harrie van der Velde van de Handelsvereniging Klazienaveen terug. ,,Onze brancheorganisaties schopten geen deuk in een pakje boter in Den Haag, vonden wij.’’

Het leidde tot een mediastorm in Klazienaveen. ,,Zo ongelooflijk veel aandacht, dat had ik nooit kunnen bevroeden.’’ Er kwam zelfs een telefoontje van de secretaresse van de minister van Economische Zaken. Om aan te kondigen dat de minister later zelf zou bellen. ,,Helaas, is dat telefoontje nooit gekomen.’’

Dit is een no nonsens dorp

Hoe rampzalig was de coronacrisis voor Klazienaveen? Net zo rampzalig als elders, vertelt Van der Velde. ,,Omzetverliezen van 70 tot 80 procent. In onze eigen winkel (met zijn vrouw runt Van der Velde kledingzaak Niezing en Heijes) zijn we eigenlijk alles kwijt geraakt waar we zes jaar voor hebben gewerkt. Dat is hard, maar we zijn er in elk geval nog. Zonder spaargeld was het heel lastig geworden.’’

Doorgaan. Het is wat alle ondernemers in Klazienaveen deden. ,,Dat is wel een beetje onze kracht denk. Klazienaveen is een no-nonsense dorp met veel creatieve ondernemers. Iedereen heeft het opgepakt en is aan de slag gegaan. Dat leverde vaak net genoeg op om de vaste lasten te kunnen betalen.’’

Een ander sterk punt van Klazienaveen is, vindt Van der Velde, het aantal zelfstandige ondernemers. ,,We hebben hier niet veel filiaalbedrijven. Dat is deels onze kracht: de vent in zijn eigen tent. Een zelfstandige ondernemer kent zijn klanten toch beter dan een filiaalbedrijf.’’

Gezelliger maken en opleuken

En die kracht maakt van Klazienaveen een levendig winkeldorp. Met een enorm verzorgingsgebied. Dat spreidt zich uit van Duitsland richting Hoogeveen en van Hardenberg tot Stadskanaal.

Een dorp dat ontwikkelingen op retailgebied wil blijven bijbenen. ,,Er gebeurt veel en er zal veel veranderen. Maar de behoefte bij de consument om te proeven, te ruiken en te zien blijft. Net als de behoefte aan sociale contacten. Daarin speelt een winkel, een winkelcentrum, altijd een rol. Om die reden willen we erover nadenken Klazienaveen gezelliger te maken, op te leuken. Hoe? Bijvoorbeeld door meer te doen met het water in het centrum.’’

Hallo, gemeente Emmen, Klazienaveen is er ook nog

Dat vraagt een financieel offer. En dat is lastig, want de gemeente Emmen heeft Klazienaveen niet hoog op haar lijstje staan, zegt Van der Velde. ,,De plaats Emmen heeft bij de gemeente prioriteit. En ergens snap ik dat nog wel, zeker als je 200.000 huizen wilt bouwen in het Noorden. Die moeten ook in deze buurt komen, daar hebben we allemaal wat aan. Maar toch steek ik wel steeds mijn vinger op om te zeggen ‘he gemeente, Klazienaveen is er ook nog’. De laatste investering in dit dorp is van 15 jaar geleden.’’

Groot vertrouwen in de fysieke winkel

Gedurende de coronacrisis maakte Van der Velde veel gebruik van social media, maar daadwerkelijk online verkopen, daar ziet hij niets in. ,,Je moet ook eens kijken naar hoeveel kleding retour wordt gestuurd. En dan ook nog, in welke staat. En dan nog vraag ik me af hoe duurzaam het is, die busjes die de spullen thuis bezorgen.’’

Iets verderop in het winkelcentrum gelooft Peter Foorthuis ook niet in online verkopen. In 1979 begonnen zijn ouders met kledingwinkel Flair Fashion. In 2013 nam hij het over. De zaak is al diverse keren verbouwd, de volgende uitbreiding staat op stapel.

En het loopt als een tierelier, zegt Foorthuis. ,,Ik heb heel veel vertrouwen in de fysieke winkel. Het is wel anders dan vroeger hoor, het is serieus topsport. Op facetten als service, gastvrijheid, klantvriendelijkheid, aanbod en uitstraling kun je je geen onvoldoende veroorloven.’’

Als soort SRV-man met kledingbus naar de klanten toe

Met diverse events in zijn winkel probeert Foorthuis de klant te binden. In de coronacrisis startte hij een pas-tas. Klanten konden via sociale media kleding uitzoeken, kregen die in een tas thuis. Wat ze wilden hebben, hielden ze, de rest ging terug.

Toen de winkels dicht moesten, bouwde Foorthuis een bus om tot kledingzaak, inclusief spiegel en paskamer. Als een soort SRV-man ging hij naar de klanten toe. ,,Een groot succes, we reden zelfs naar Friesland en Zwolle.’’

Ook loop op dinsdagmorgen

Zoals Foorthuis geloof heeft in de fysieke winkel, heeft hij dat ook in het winkelcentrum. ,,Klazienaveen is een goed winkeldorp, met veel fanatieke ondernemers. Dat is een pré. Maar wat ook telt: in het dorp heb je nog altijd de bakker en de slager. En een half bruin of een pond gehakt gaat altijd door. Daardoor heb je ook op dinsdagmorgen aanloop in het winkelcentrum.’’

Klazienaveen heeft eigenlijk alles

Op winkelgebied heeft Klazienaveen eigenlijk alles te bieden, meent Harrie van der Velde. ,,Supermarkten? We hebben heel veel supermarkten, eigenlijk alles ketens zijn er. Op een na: Albert Heijn. Die is er niet.’’

Ontbreekt er dan niets? ,,We hebben horeca met goede ondernemers. Maar er is ruimte voor meer horeca. Dat zou wel goed zijn. Ook qua terrassen zouden we meer horeca kunnen gebruiken.’’

Klazienaveen heeft eigenlijk alles

Op winkelgebied heeft Klazienaveen eigenlijk alles te bieden, meent Harrie van der Velde. ,,Supermarkten? We hebben heel veel supermarkten, eigenlijk alles ketens zijn er. Op een na: Albert Heijn. Die is er niet.’’ Ontbreekt er dan niets? ,,We hebben horeca met goede ondernemers. Maar er is ruimte voor mee horeca. Dat zou wel goed zijn. Ook qua terrassen zouden we meer horeca kunnen gebruiken.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Economie
menu