Groningen levert als enige provincie in op toerisme

Directeur Barbara Risselada van Marketing Groningen: ,,...en toen kleurde Groningen als eerste provincie opeens donkerrood op de kaart van het RIVM.'' Foto: Corne Sparidaens

Groningen heeft het afgelopen jaar minder toeristen ontvangen die één of meer nachten bleven slapen. Dat klinkt logisch, toch is Groningen de enige provincie waar dit gebeurde.

Het aantal overnachtingen van toeristen in de provincie Groningen is het afgelopen jaar 4 procent lager uitgevallen dan in 2020, het eerste coronajaar. En daarmee is Groningen de uitzondering op de regel, want in alle andere provincies nam het aantal overnachtingen juist toe.

Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In Drenthe en Friesland gaat het respectievelijk om een stijging van 16 en 18 procent. In Zeeland verliep het herstel het hardst met 30 procent meer overnachtingen dan in 2020. De provincie Friesland is overigens de enige die qua overnachtingen vorig jaar op het niveau van voor de crisis bleef. In alle andere provincies was op tweejaarlijks niveau sprake van een daling.

Barbara Risselada is directeur van Marketing Groningen heeft het cruciale moment van 2021 nog op haar netvlies staan: ,,Medio juli, iedereen zat tot het laatst te wachten op wat ze konden gaan doen met vakantie en toen kleurde Groningen opeens als eerste provincie donkerrood op de coronakaart van het RIVM. De rest van Nederland volgde pas twee weken later. De Duitsers (min 32 procent) bleven thuis en de Nederlandse toeristen kozen veelal voor een veiliger kleur.’’ Het enige lichtpuntje dat Risselada uit de cijfers kan halen is dat er weliswaar minder binnenlandse toeristen kwamen, maardat zij in totaal wel 1 procent meer overnachtingen hebben geboekt in Groningen.

Meer Nederlanders bleven in eigen land

Het zijn vooral de Nederlanders zelf die het landelijk toerisme in de benen hebben gehouden vorig jaar. Nederlanders trokken er vaker op uit in eigen land en waren goed voor 25,7 miljoen overnachtingen; een plus van 28 procent. Daarmee is het weer terug op het niveau van voor de coronacrisis.

Daartegenover staat dat Nederland veel minder buitenlandse toeristen heeft verwelkomd vorig jaar in vergelijking met 2020. Het gaat om een daling van 13 procent. In 2020 was er al sprake van een daling van 69 procent.

Vooral Duitsers en Britten lieten het afweten

Vooral uit Duitsland en het Verenigd Koninkrijk kwamen minder bezoekers naar Nederland. Op jaarbasis daalde het aantal Duitse bezoekers met een kwart tot 2,5 miljoen. Vanuit het Verenigd Koninkrijk was zelfs sprake van een min van 65 procent tot 210.000. Op tweejaarlijkse basis lag het aantal Duitse bezoekers 60 procent lager. Bij de Britten ging het om een min van 91 procent. Bij de Belgen die naar Nederland kwamen was er tussen 2020 en 2021 nauwelijks verschil, met circa 1 miljoen bezoekers. In vergelijking met 2019 ging het hier om een daling met 56 procent.

In heel 2021 werd bij elkaar, dus door binnenlandse en buitenlandse toeristen, 32 miljoen keer overnacht in accommodaties zoals hotels, campings en huisjes . Dat was 17 procent meer dan in 2020, maar nog altijd 30 procent minder dan in 2019. Buitenlandse gasten waren daarbij goed voor 6,3 miljoen overnachtingen. Met uitzondering van groepsaccommodaties was over de hele breedte sprake van een daling. Bij hotels was de min met 14 procent het grootst. Afgezet tegen 2019 daalden de hotelovernachtingen door buitenlanders met 72 procent.

Nieuws

Meest gelezen

menu