Zoutkoepels van Groningen en Drenthe al 45 jaar in beeld voor berging radioactief afval. 'In Nederland krijg je nog geen kubieke centimeter radioactief afval onder de grond'

Op 18 juni 1976 besloot het kabinet-Den Uyl een aantal zoutkoepels in Groningen en Drenthe te onderzoeken op hun geschiktheid voor de eindberging van radioactief afval. De plannen stuitten op massaal verzet in Noord-Nederland. Precies 45 jaar later is de oplossing voor het bergingsprobleem nog geen stap verder. Zou de berging er ooit van komen?

Scan archieffoto. Gasselte. Demonstratie tegen kernafval in de zoutkoepels.

Foto: Folkers\Karel Bekkenk

Scan archieffoto. Gasselte. Demonstratie tegen kernafval in de zoutkoepels. Foto: Folkers\Karel Bekkenk Foto: Folkers\Karel Bekkenk

Het kabinet heeft wel een jaar geprikt waarin een besluit moet worden genomen over de opslag: 2100. Dertig jaar later moet het afval voor tienduizenden jaren veilig zijn opgeborgen.

‘Nog geen kubieke centimeter’

Nog altijd zijn de zoutkoepels daarvoor in beeld, net als inmiddels ook de ondergrond van de gebieden met een Boomse kleilaag. Leo van de Vate (75) gelooft er echter niets van dat die bergingsmogelijkheden ooit zullen worden benut. ,,In Nederland krijg je nog geen kubieke centimeter radioactief afval onder de grond. Daarvoor is de maatschappelijke weerstand te groot.”

Van de Vate was in dienst van TNO en het ministerie van Economische Zaken zo’n veertig jaar nauw betrokken bij het vraagstuk van kernenergie en - in het bijzonder - radioactief afval. Nog altijd denkt hij dat de eindberging in de zoutkoepels technisch verantwoord was. ,,Het RIVM, de Rijks Geologische Dienst, TNO en allerlei andere instanties hebben destijds gezegd: ‘Wij vinden geen redenen waarom het niet zou kunnen’.”

Verzet enorm

Het verzet in het Noorden was echter enorm. Een demonstratie tegen de proefboringen op 2 juni 1979 in Gasselte trok 25.000 deelnemers. Sindsdien bleef de berging en later de bovengrondse opslag van het radioactieve afval onderwerp van een reeks studies en rapportages waarbij Van de Vate tot zo’n vijf jaar geleden steevast een prominente rol had.

Hij was in de periode 1981-1983 secretaris en hoofd van de wetenschappelijke staf van de stuurgroep die onder leiding van jonkheer mr. M.L. (Mauk) de Brauw de Brede Maatschappelijke Discussie (BMD) voerde over het toekomstige energiebeleid. De belangrijkste vraag was: gaat Nederland door met kernenergie? Het verzet daartegen was zo groot dat de stuurgroep het advies gaf: kerncentrales zijn niet nodig, energiebesparing is voldoende.

Met klem

Van de Vate: ,,De stuurgroep adviseerde echter wel met klem om het onderzoek naar een oplossing voor het bergingsprobleem voortvarend op te pakken. Met name de voorstanders van kernenergie in de stuurgroep hoopten dat als daar iets voor was bedacht, de bouw van kerncentrales alsnog zou kunnen beginnen.”

Het toenmalige kabinet-Van Agt besloot aanvankelijk het negatieve advies over kernenergie naast zich neer te leggen, maar na de ramp met de kerncentrale in Tsjernobyl (1986) schrapte ze het onderwerp van de politieke agenda.

Minstens 100 jaar bovengronds

Twee jaar eerder was al besloten het radioactieve afval minstens 100 jaar bovengronds op te slaan. Dat gebeurt sinds 2002 in een grote opslag bij de Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA) nabij de kerncentrale in Borssele. Nederland hoopt dat het buitenland ondertussen technieken ontwikkelt voor een veilige eindberging. Het COVRA zegt bovendien een eeuw nodig te hebben om voldoende geld te verzamelen voor de bekostiging van een ondergrondse berging. Daartoe belegt het zijn inkomsten uit de opslag.



‘Te gek voor woorden’

Van de Vate: ,,Het geld is de laatste jaren alleen maar minder waarde geworden. Zo’n berging gaat wel twintig miljard euro kosten. Waar halen ze de moed vandaan dat je de derde generatie na ons opzadelt met een probleem dat je zelf niet onder controle krijgt? Dat is te gek voor woorden.”

Hij is ervan overtuigd dat de techniek voor een definitieve, veilige ondergrondse opslag er is. Zelf deed hij met een aantal andere deskundigen, onder wie de Groningse onderzoeker en tegenstander van kernenergie Herman Damveld, in 2018 nog een voorstel aan de politiek. Hij pleitte ervoor om na de beoogde sluiting van de kerncentrale in Borssele in 2033 op die locatie het hoogradioactieve afval 4 tot 5 kilometer onder de grond op te slaan. Een relatief goedkope en veilige methode, stelde hij. Het minder schadelijke afval zou in bunkers onder de grond nabij Urenco in Almelo geborgen kunnen worden.

Zijn voorstel vond geen gehoor.

Het jaar 2200

Van de Vate ziet de vrees voor maatschappelijke weerstand tegen de ondergrondse opberging ook terug in de hernieuwde discussie over kernenergie (‘Ik ben niet voor of tegen’), waarin een meerderheid van de Tweede Kamer een oplossing ziet voor het klimaatprobleem. ,,Hoor jij iemand praten over afval en opberging?”

Hij gelooft ook niet dat er iets terecht komt van de plannen voor een berging in 2130. ,,Als het er al van komt, dan gaat dat zo lang duren: de techniek, de locatiekeuze, het onderzoek naar de geschiktheid van de ondergrond… Daarmee ben je bezig tot minstens de tweede helft van de volgende eeuw. Rond het maar af naar het jaar 2200.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Economie
menu