In een tuin vol tegels vinden vogels, egels, bijen en vlinders precies niets | column duurzaamheid

Sanne Eva Dijkstra

Een tijdje geleden liep ik in Leeuwarden langs een huis dat in de afgelopen jaren volledig gestript en vervolgens weer opgebouwd is. Mooi geworden, dacht ik. En wat een prachtplek om te wonen, zo met uitzicht op het water en daar weer achter de stad. Maar toen ik al wandelend dichterbij kwam, verviel ik van verwondering in verbazing. Dat gazon zag er wel heel netjes uit. Té netjes. Onnatuurlijk recht en ook wel heel erg groen. Jawel: kunstgras. Wat ís dat toch met Nederlanders en onderhoudsvrije tuinen?

Naast de liefde voor kunstgras – sommige mensen stofzuigen het wekelijks – is er ook de wijdverspreide voorkeur voor volledig betegelde tuinen, niet zelden donkergrijs of pikzwart (stel je dat eens voor onder je blote voeten tijdens hete zomers) en met evenveel natuurlijke uitstraling als de gemiddelde parkeergarage. Zoek op Instagram het account @onderheidsarmoe maar eens op, een ‘bloemlezing op de ontgroening van NL’. Dat is eerst nog wel om te lachen, maar na tien, twintig, dertig foto’s eigenlijk vooral dieptriest.

Vogels, egels, bijen en vlinders hebben planten en bloemen nodig om te overleven

Nou valt over smaak te twisten, dat gaat niet op voor biodiversiteit. Het overschot aan tegels en een groeiend gebrek aan groen in onze leefomgeving is dramatisch voor onder andere vogels, egels, bijen en vlinders. Die hebben planten, bloemen, struiken en beestjes nodig om te overleven. In een groene tuin vinden ze een veilige schuilplaats, voldoende voedsel en nestmateriaal. In een tuin (kun je het nog wel zo noemen?) die hoofdzakelijk of uitsluitend uit vierkante meters steen bestaat vinden ze precies niets.

Ironisch genoeg vraagt de zogenaamd onderhoudsvrije tuin vaak meer tijd dan verwacht – de tegels moeten geschrobd, het onkruid uit nogal veel voegen verwijderd – terwijl een tuin die de biodiversiteit een handje helpt helemaal niet tijdrovend hoeft te zijn. Sterker nog, de boel wat meer de boel laten is meestal het advies. Wij modderen sinds we ons huis drie jaar geleden kochten dan ook meestal maar wat aan. Eens in de zoveel tijd het gras maaien, af en toe iets nieuws zaaien of planten, snoeien als het nodig is: veel meer dan een paar uurtjes per maand kost het ons niet. Toch wordt onze tuin elk jaar een groenere, kleurrijkere en fijnere plek. Voor ons als mens, maar ook voor andere ‘bewoners’.

Ja, het grasveld staat vol paardenbloemen

Terwijl ik dit tik zit ik in de schaduw van een sering, met rechts naast me een pioenroos vol knoppen, een vlinderstruik die over een tijdje weer vol prachtige paarse bloemetjes zit, en nog iets verderop een groeiende verzameling vergeet-me-nietjes. Ja, het grasveld staat vol paardenbloemen, de voegen tussen de klinkers van het tuinpad en het terras zijn bemost en er verschijnt af en toe onkruid op plekken waar we het liever niet zouden zien. Maar ik verheug me nu al op de tijd dat we weer regelmatig nachtelijk bezoek krijgen van egels, de seringen zitten vaak vol koolmeesjes en mussen en ook de eerste bijen heb ik alweer gespot.

Het hoeft allemaal niet zo keurig, die tuin. Leven en laten leven, net als in de natuur.

Nieuws

menu