Nederlanders zijn vandaag twee keer zo rijk als 50 jaar geleden. Dat de koopkracht niet stijgt en werken niet loont is een fabel

Het beeld dat de gemiddelde Nederlander niet profiteert van de economische groei, is volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek incorrect. Vandaag verschenen nieuwe cijfers waaruit blijkt dat wij vandaag de dag twee keer zoveel geld te besteden hebben als 50 jaar geleden.

Foto:

Foto: ANP

Die uitkomst van het CBS-onderzoek is opmerkelijk. De laatste tijd horen we in de maatschappij en politiek juist dat werkenden nauwelijks profiteren van de groeiende rijkdom in ons land. De lonen zouden al jaren achterblijven bij de economische groei en de Rabobank kwam in 2018 met een uitgebreid rapport over hoe het besteedbaar inkomen van huishoudens al jaren niet groeit.

Het CBS kwam met een hele andere uitkomst. „In 2020 bedroeg het netto besteedbaar inkomen 21.900 euro. Dat is 112 procent meer dan in 1969 [toen was dat 10.300 euro]. En dat is gecorrigeerd voor inflatie. De groei van de economie bedroeg in diezelfde periode 126 procent”, aldus hoofdeconoom van het CBS Peter Hein van Mulligen.

Dus, hoe zit het?

Volgens econoom en hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) Robert Inklaar is er in de afgelopen jaren op verschillende manieren gekeken naar de groei van ons inkomen. „Dat ons inkomen groeit, is niet verrassend. Het inkomen van de gehele economie (het Bruto Binnenlands Product, of ‘bbp’) is gestegen en dat moet ergens terechtkomen. Dus ook bij huishoudens.”

Waarom de Rabobank uitrekende dat het inkomen van huishoudens jarenlang stagneerde, terwijl het CBS nu zegt dat we twee keer zo rijk zijn geworden, heeft te maken met welke getallen gebruikt zijn. „Om dat concreet te maken: het CBS keek naar het inkomen per individu, terwijl de Rabobank keek naar de huishoudens. Huishoudens zijn in de afgelopen 50 jaar kleiner geworden en er zijn meer eenpersoonshuishoudens bijgekomen.”

Oftewel: we verdelen onze groeiende welvaart over meer huishoudens dan vroeger, waardoor het inkomen van huishoudens nauwelijks groeit. Maar als je het geld van alle huishoudens bij elkaar optelt en het deelt door het aantal Nederlanders, dan zie je dat wij erop vooruit zijn gegaan.

De economie groeit harder

Als je het bbp per Nederlander in dezelfde grafiek zet als het besteedbaar inkomen per Nederlander, dan zie je een gat tussen die twee lijnen dat de afgelopen jaren groter werd. Groeit de economie toch harder dan onze inkomens? Inklaar: „Een deel van wat wij verdienen gaat naar de overheid door de belastingen en premies die we betalen. Dat geld is niet weg, het komt bij ons terug in de vorm van overheidsuitgaven in de zorg en het onderwijs, bijvoorbeeld.”

Het geld wat wij als individuen ‘in natura’ terugkrijgen van de overheid, heet in vaktermen ‘individuele overheidsconsumptie’. En als je die óók in de grafiek zet, verdwijnt het verschil.

De rijken rijker?

De berekeningen van het CBS zijn een gemiddelde. Is het niet zo dat de top van het bedrijfsleven profiteert van de economische groei, terwijl de werkenden er niet zoveel van merken? Volgens Inklaar is de inkomensongelijkheid sinds 1970 redelijk constant gebleven in Nederland. Ook internationaal is geen enorme verschuiving te zien, maar wel een lichte trend waarin de rijkste 1% rijker wordt ten koste van de armste 50%. De verklaring is volgens Inklaar dat bijvoorbeeld hoger geschoold werk meer beloond wordt en dat de bazen van grote multinationals heel veel meer zijn gaan verdienen.

Van Mulligen meent ook dat niet alleen de hogere inkomens geprofiteerd hebben van de economische groei. Uit andere data van het CBS blijkt dat de inkomensongelijkheid gelijk is gebleven en dat de armoede in de laatste decennia lager is.

Daarmee wil hij niet zeggen dat alles goed gaat: „Armoede bestaat nog steeds, veel mensen hebben met een onzeker inkomen weinig bestaanszekerheid en er is een duidelijke kloof tussen mensen met veel en weinig opleiding in bijvoorbeeld levensverwachting en geluk.” Die problemen zijn echter niet nieuw, aldus Van Mulligen. „Dat er problemen zijn, betekent niet automatisch dat ze groter zijn geworden. Verwar ontwikkelingen in de tijd niet met de situatie op een bepaald moment.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Economie
menu