Een dag op het Slaapcentrum van het Martini Ziekenhuis

Slapen. In Morfeus’ armen liggen, het is de ultieme ontsnapping aan het dagelijks leven. Maar wat als Morfeus je iedere nacht terug duwt? Een dag op het Slaapcentrum van het Martini Ziekenhuis.

Foto: Kees van de Veen

Foto: Kees van de Veen Foto: Kees van de Veen

Het is een ongelooflijk verhaal, zo raar, dat ze het eerst niet geloofde. En helemaal niet dat zij dat deed.

Jannie, uit Groningen, werd elke morgen wakker met spierpijn. Waarom? De dokter wist het ook niet. Wat wel vreemd was, dat de onderburen al maandenlang klaagden over lawaai, dat ‘s nachts uit haar woonkamer kwam. Maar ze deed niks! Ze sliep gewoon!

Totdat Jannie een vriend kreeg, die bij haar bleef slapen. De volgende ochtend keek hij haar stomverbaasd aan. ,,Wat ik nou heb meegemaakt’’, zei hij. ,,Je bent midden in de nacht opgestaan, toen heb je alles in de woonkamer opzijgeschoven en daarna heb je een uur lang turnoefeningen gedaan. Echt waar’’, zei hij. ,,Je sprong gewoon over de tafel. En toen zette je alles weer terug en klom weer in bed.’’

Nou ja, het verklaarde in ieder geval wel de spierpijn, dacht Jannie. Maar dat zij? Over die tafel? Ze zat niet eens op turnen.

Slaap. Het is een moeilijk te bevatten begrip, zegt knf-neuroloog Arjen Schaafsma (klinische neurofysiologie). Hij ziet ze geregeld in zijn spreekkamer van het Groninger Martini Ziekenhuis: de slaapwandelaars die ‘s morgens wakker worden in een geheel anders ingerichte slaapkamer. ,,Die mensen denken: oh, ik ben vannacht zeker weer bezig geweest.’’

Dit is een verhaal over slapen. Of liever: over niet slapen. Over probleemslapers en probleemwakers. De mensen die zich ‘s nachts in Morfeus’ armen willen nestelen, maar daar niet in slagen. Die overdag om de twee uur een dutje moeten doen. De snurkers die denken te slapen, maar wel veertig keer per uur wakker worden zonder dat ze het merken. De oververmoeiden die om vier uur ‘s nachts voor de zoveelste maal proberen hun leven te overzien, die niet meer naar bed durven te gaan omdat ze bang zijn voor nachtmerries, die alles zouden geven om te kunnen ontsnappen aan die gekmakende slapeloosheid.

Dat zijn de mensen die naar het Slaapcentrum van het Martini Ziekenhuis gaan. En ze willen maar een ding: pitten.

Slaapzuster

Fuchsiaroze en mintgroen is de wachtkamer van de polikliniek Longziekten. Achter balie 9 maken de medisch secretaresses zachte klikgeluiden op hun toetsenborden. Een bordje vermeldt dat je hier moet zijn om een afspraak te maken met de longarts. Twee patiënten staren naar hun mobiele telefoon; ze wachten op een gesprek met de ‘slaapzusters’ Froukje en Elise. Soms kunnen de wachtenden hun ogen hier niet open houden.

In de spreekkamer van verpleegkundige Elise legt mevrouw Jansje Schierbeek (78) haar in een groen vest gestoken armen op het bureau. ,,Het apparaat knipperde vannacht’’, zegt ze. ,,Mijn man zei: we hebben disco in de slaapkamer!’’ Haar dochter Ina Laning (51) lacht.

Mevrouw Schierbeek lijdt aan slaapapneu; dat wil zeggen dat de bovenste luchtwegen tijdens de slaap zo verslappen dat de adem tijdelijk stokt. Wie dat meer dan vijf keer per uur overkomt, heeft slaapapneu. Bij Jansje Schierbeek gebeurt ongeveer negentien keer per uur. Iemand die aan slaapapneu lijdt, geraakt niet in de diepe slaap waarvan je echt uitrust, omdat die telkens even wakker schrikt.

Mevrouw Schierbeek zet een doos op het bureau. Die is van de Philipsfabriek en bevat een apparaat en een slaapmasker; een doorzichtig plastic geval met een slang, een masker dat je eerder aan F16- piloten koppelt dan aan een 78-jarige dame met grijsbruine krulletjes. Ze heeft het masker nu twee maanden, het moet haar helpen om rustig te ademen.

,,Het is wel een gedoe natuurlijk, zo’n ding’’, zegt ze tegen de verpleegkundige. ,,Laatst had ik hem veel te stief om, toen had ik ‘s morgens een deuk in mijn wang.’’

Elise neemt een geheugenstick uit het apparaat, voert het in in haar computer en bekijkt de uitdraai. Het apparaat heeft nauwkeurig bijgehouden hoe vaak mevrouw Schierbeek het masker heeft gebruikt en hoe het met haar ademhaling is gesteld. ,,U bent van negentien ademhalingsstops naar twaalf gegaan.’’

,,Nou’’, zegt mevrouw Schierbeek. ,,Toch mooi. Maar dat ding maakte wel lawaai, vannacht.’’ Elise kijkt. ,,Had u hem wel goed om’’, vraagt ze. Turend: ,,Ik zie niet dat het masker lucht gelekt heeft.’’

Elise, met een klein lachje: ,,Ik zie hier dat u het masker gisteren om zes uur even af hebt gedaan, klopt dat?’’

,,Oh dat’’, zegt mevrouw Schierbeek. ,,Ja, toen was ik naar de wc geweest en dacht ik: en nou even lekker slapen zonder dat ding.’’

Het slaapapneusyndoom, daar is het slaapcentrum van het Martini Ziekenhuis in gespecialiseerd. Een team van longartsen, kno-artsen, neurologen, psychologen en gespecialiseerde verpleegkundigen - ‘slaapzusters’ is hun geuzennaam - werken samen om deze slaapstoornis te verzachten en soms zelfs op te heffen. Het aantal slechtslapers met apneu vormt een grote groep. Het zijn zowel mannelijke als vrouwelijke snurkers die ‘s nachts hoogstpersoonlijk een compleet subtropisch regenwoud in stukken zagen. Het Martini Ziekenhuis onderzoekt jaarlijks zo’n achthonderd slapelozen - de helft tot een derde van de onderzochten lijdt aan dit syndroom.

,,Apneu wordt meer en meer een maatschappelijk probleem’’, zegt slaapverpleegkundige Froukje. ,,Het aantal patiënten is in de loop der jaren toegenomen, we begonnen in 1997 met zo’n honderd patiënten, nu behandelen we jaarlijks ongeveer het tienvoudige. Obesitas is de boosdoener. Mensen worden steeds dikker. Het vet rondom hun hals drukt op de hoge luchtwegen. Maar het kan dus gebeuren dat als mensen afvallen - dan heb ik het wel over tientallen kilo’s - ze het masker op den duur niet meer nodig hebben.’’

De non-stopwereld heeft ervoor gezorgd dat het begrip slaaphygiëne zijn intrede heeft gedaan: slaapregels die de rust zoekende verlichting kunnen brengen en die door het slaapteam van het Martini Ziekenhuis onder de aandacht worden gebracht. Een greep: 's morgens zo snel mogelijk het daglicht in, 's avonds het licht juist temperen voordat je naar bed gaat. Geen mobiele telefoon naast het bed. Geen televisie kijken of niet achter je computer wegduiken voor het slapen gaan, vermijd wekkerkijken 's nachts, en doe overdag niet teveel dutjes tussendoor, want dat verstoort je slaapritme. Drink niet teveel alcohol. Beweeg, maar sport niet vlak voor het slapengaan. Ga op dezelfde tijd naar bed en sta op dezelfde tijd op.
Slaaptips oma-style, misschien. Maar ze schijnen te werken.

Slaaponderzoek

Een verdieping lager staat Henri Groenendijk (61) uit Paterswolde in een grijs T-shirt met een vleermuis erop naast een tafeltje waarop een veelkleurige spaghetti aan snoeren ligt. ,,Dat hele tafeltje moet leeg’’, zegt Claire Senechal, laborante klinische neurofysiologie. Ze begint te plakken en te wikkelen: een band om Groenendijks borst, één om zijn buik. Ze plakt witte cirkeltjes op zijn T-shirt, op zijn hoofd, zijn slaap, op zijn wang, en bevestigt er elektroden aan die meten hoe de spierspanning van de kaken is, en de oogbeweging en hartslag registreren. Groenendijk is hier voor een slaaponderzoek dat hij vannacht, thuis, in zijn eigen bed, ondergaat. Hij gaat straks naar huis met een beplakt lichaam en een kastje op zijn borst.

,,Gelukkig ben ik met de auto’’, zegt hij. Senechal: ,,Het is wel eens voorgekomen dat een patiënt niet met de stadsbus mee mocht, toen ze al die draadjes zagen.’’

Groenendijk heeft net met prikogen in de wachtkamer gezeten. Als het nog langer had geduurd, was hij erbij gaan liggen, zo moe is hij. ,,Ik slaap niet dóór’’, zegt hij. ,,Ik ga om half twaalf naar bed en negen van de tien keer zit ik om drie uur weer in de kamer. ‘s Morgens heb ik nooit het gevoel van: huppakee, kom maar op. Ik verzet me tegen die vermoeidheid, als ik aan het werk ben gaat het wel. Gelukkig heb ik een eigen bedrijf, ik kan tussen de middag een uurtje liggen. Dat heb ik ook echt nodig. Maar ik ben nooit echt uitgerust en ik heb het weekend nodig om bij te komen.’’

De longarts en de kno-arts hebben zijn luchtwegen onderzocht en het vermoeden bestaat dat hij lijdt aan het slaapapneusyndroom. Tijdens een vakantie zei een vriend: ,,Hee, jij stopt met ademhalen.’’ Hij was al eens eerder voor een dergelijk onderzoek in het ziekenhuis geweest, maar toen was het niet zo erg, dus hij liet het erbij. Maar nu...

,,Je gaat er toch niet dood aan hè, aan apneu’’, vraagt hij bezorgd. ,,Nee”, zegt Senechal en smeert lijm op een van de cirkeltjes. ,,In principe niet. Maar het is ongezond voor hart en vaten. U krijgt gewoon systematisch te weinig zuurstof.’’

Wirwar

,,Kijk’’, zegt knf-neuroloog Arjen Schaafsma. Hij zet de computer aan. Op het scherm verschijnt een wirwar van lijnen die beurtelings parallel lopen en uiteen wijken. Dit bijna feestelijk ogende slingerlandschap is het resultaat van een nacht slapen met een kastje op de borst.

Zijn geoefend oog dwaalt over het lijnenlandschap. Hij wijst: ,,Deze lijn laat zien dat de patiënt veel bewoog tussen half twee en vijf. Deze laat zien dat rond twaalf uur zijn oogbewegingen versnelden, dat hij, met andere woorden, in de droomslaapfase verkeerde. En dat kleine lijntje bovenin, dat op een minikasteeltje lijkt met zestien kleine torentjes in het midden, is minder schattig dan het eruit ziet - al die torentjes wijzen erop dat deze patiënt een aantal uren alleen heel licht heeft geslapen.

'Iemand met een slaapstoornis zal overdag die slaap compenseren'

Licht slapen is niet goed. Daar rust een mens niet van uit. Lekker slapen doe je alleen als je een slaapcyclus completeert, en die cyclus kent vijf stadia: de eerste lichte slaap, die ook wel doezelen wordt genoemd. Dan volgt het tweede lichte slaapstadium, waarin je echt wegzeilt. Slaapfase 3 en 4 worden de ‘diepe slaap’ genoemd. De spieren verslappen, de slaper ligt bewegingloos in bed, en uiteindelijk mondt de diepe slaapfase uit in fase 5: de REM-slaap, ook wel ‘droomslaap’ genoemd, die gekenmerkt wordt doordat de slaper snelle oogbewegingen maakt.

Fase 3, 4 en 5 zijn goed voor het gestel. Ze zijn het verkwikkende onderdeel van de slaap. Wie alleen in fase 1 en 2 blijft hangen, zoals de snurker met regelmatige ademnood, en zodoende een chronisch slaaptekort opbouwt, kan een gevaar voor zichzelf en zijn omgeving worden.

,,Ik denk alleen al aan de mensen die knikkebollend achter het stuur zitten’’, zegt Schaafsma. ,,We hebben ook gezien dat sommige mensen die slaaptekort hebben, overdag onbewust kunnen slapen, met hun ogen open. Die hebben dan een slaapaanval, een aandachtsdip waarin hun hersengolven vertragen als in slaap.’’ Een slaapstoornis is iets anders dan vermoeid zijn, benadrukt hij. ,,Iemand met een slaapstoornis zal overdag die slaap compenseren. Als je overdag steeds wegsuft, dan is er toch iets mis.’’

Daar staat tegenover dat hij een groot gedeelte van zijn patiënten kan geruststellen. ,,Dat zijn de mensen die ‘s nachts telkens op hun wekker kijken en denken: ik heb het twee uur, drie uur, vier uur zien worden. Help! Ik kan niet slapen! Dat noemen we slaapmisperceptie. Iedereen is namelijk een paar keer per nacht wakker, simpelweg omdat je niet heel lang in dezelfde houding kunt liggen.’’

Hij maakt zich wel zorgen over een ander soort misperceptie, die over het algemeen online plaatsvindt. ,,Er is veel pseudokennis over slaap. Melatonine, bijvoorbeeld, is een gewild artikel onder mensen die niet goed kunnen slapen, maar dat middel wordt onderschat. Mensen slikken er snel te veel van, op verschillende tijdstippen, dat verstoort eerder het slaapritme dan dat het helpt. Maar ja, er zit een hele markt achter, hè.’’

Niet alleen apneupatiënten bevolken zijn praktijk. Er zijn veel meer slaapstoornissen. Hij ziet mensen met rusteloze benen die ‘s nachts telkens moeten verliggen. Mensen met ‘waakstoornissen’ die overdag niet wakker kunnen blijven terwijl ze ‘s nachts toch goed slapen. De slaapwandelaars, wier droomslaap verstoord is, waardoor ze het vermogen over hun spierbeweging houden. De mensen die niet durven te slapen omdat ze nachtmerries hebben.

Soms helpt medicatie. Soms biedt de psycholoog uitkomst.

,,Het helpt wel eens om de gedachten ter discussie te stellen’’, zegt gz-psycholoog Wendelien Bohmers. ,,Veel mensen ontwikkelen de overtuiging dat ze niet kunnen functioneren als ze niet acht uur slaap hebben gehad. Ik zeg dan: probeer dat eens. Want misschien valt dat reuze mee.’’

Wie wel eens wakker heeft gelegen in emotioneel uitdagende tijden weet: een probleem is ‘s nachts vele malen groter dan overdag. Bohmers raadt de piekeraars yoga en mindfullness aan, doet ontspanningsoefeningen met ze. In bepaalde gevallen, zoals bij mensen die zich achtervolgd voelen door nachtmerries, adviseert ze EMDR, de zogeheten kliktherapie die trauma’s aanpakt. ,,Ik vraag mensen die nachtmerries hebben wel eens om ze te herschrijven met een goed eind. Dat kan helpen. Ik zeg ook wel eens: reserveer overdag een piekerkwartier. En lig je te denken aan wat je nog allemaal moet doen? Schrijf het op in een boekje naast je bed en leg het daarna weg.’’

Bohmers heeft het idee dat het leger der slapelozen gestaag groeit. ,,We leven in een 24- uursmaatschappij, worden veel blootgesteld aan blauw schermlicht.”

Duisternis

De duisternis valt. In de kantoren van het Martini Ziekenhuis, aan de overkant van het Slaapcentrum, worden een voor een de lichten uitgedaan. De bezoekers verlaten de ziekenhuishal. Op de derde verdieping zitten zes mannen achter een tafel en kijken naar verpleegkundige Ineke, die hen welkom heet en hen zo meteen allemaal een slaapmasker zal aanmeten.

Het zijn, op twee uitzonderingen na, forse mannen. Sommige hebben hun vrouw en kinderen meegebracht. Ze hebben de tassen met hun tandenborstels in een van de zes kamers gezet van het slaapcentrum. Kamers met een bed, een nachtkastje, een wastafel, drie stoelen en een klok.

Deze mannen gaan hier slapen. Voor het eerst met een gezichtsmasker op.

Bob Kappen (52) zit er nu al doorheen. Hij wil zo snel mogelijk het bed in. ,,Ik heb waarschijnlijk al mijn hele leven last van apneu. Als klein jongetje viel ik in de klas al in slaap.’’

Hij ziet er wel tegenop, zo'n masker. ,,Ik dacht, misschien kunnen ze het verhelpen met een operatie of zo. Maar dat kan niet. Mijn apneu wordt veroorzaakt doordat er een soort lui deeltje in mijn hersenen zit. Ik vind het wel wat hoor. Maar als het maar helpt.’’

Verpleegkundige Ineke legt uit: ,,We beginnen met een lage druk. We observeren jullie vannacht, en als we zien dat jullie zuurstofgebruik zakt, verhogen we die druk. Jullie krijgen het apparaat mee naar huis met een druk die bij jullie past, ga dat niet zelf bijstellen, dat doen wij.’’

Ze kijkt de kring rond. ,,Laat het over je heenkomen’’, zegt ze. ,,Geef het een echte kans. We zien vaak dat als het niet direct lukt, mensen het masker in de kast zetten. Maar als je het halverwege de nacht afzet, had je het net zo goed niet hoeven gebruiken, want dan werkt het niet.’’

Na vier tot zes weken zullen deze mannen terugkomen met het apparaat, zodat het kaartje met hun persoonlijke nachtrustgegevens kan worden uitgelezen. Ineke laat zien hoe de maskers eens per week moeten worden schoongemaakt; in een sopje met afwasmiddel.

Ze snurken allemaal, deze mannen. Hard. Sebastiaan van der Kooi (37) belt zijn vriendin. ,,Ik heb ze gezegd dat ik een klein beetje snurk’’, zegt hij. Vriendin: ,,Een klein beetje?’’ Sebastiaan: ,,Ze zeggen dat dat apparaat een rustgevend geluid maakt. Dat hoor je bijna niet.’’ Vriendin: ,,Nou, dat hoop ik voor je.’’

Hij grijnst. Hij heeft er zin in. Hij is blij dat er iets aan zijn slaapprobleem gedaan kan worden. ,,Ik ben zo geschrokken van die diagnose. Ik ben direct op dieet gegaan, ik ben al 3 kilo kwijt.’’ Elise komt zijn kamer binnen. Ze heeft vier modellen bij zich en pakt als eerste een neusmasker, dat de naam Eson draagt: 'nose', maar dan omgekeerd. Sebastiaan gaat op het bed liggen. Elise zet het apparaat aan. Piep. Zacht ruisend stroomt de lucht door de slang naar Sebastiaan’s neus. Het is geen zuurstof, gewoon de lucht die in deze kamer hangt, de lucht die iedereen inademt.

,,Ik vind dit behoorlijk veel druk’’, zegt hij, maar het klinkt gek, want de lucht waarmee hij praat ontsnapt met kracht vanuit zijn neus in zijn mondholte. ,,Je moet tegen de druk uitademen’’, zegt Elise. ,,Dat is iets waar je aan went.’’

Sebastiaan wil het fullfacemodel uitproberen. Elise brengt het aan. ,,Denk eraan dat je het nooit te hoog bij je ogen bevestigt’’, zegt ze. ,,Dit zit wel prettig’’, zegt Sebastiaan. ,,Die riemen zijn zacht en het zit niet te strak.’’

Hendrik Hamminga (73) zwaait zijn vrouw gedag. Zijn adem stokt vijftig keer per uur, en dat is veel. ,,Mijn vrouw maakt zich zorgen. Ze stoot me aan 's nachts. ‘Doe toch, doe toch, doe toch’, roept ze dan. Soms praat ik in mijn slaap en soms zing ik er zelfs bij. Ik ben zo moe overdag. Als ik om negen uur opsta, lig ik om half elf alweer te slapen. Van die korte dutjes doe ik dan.’’

Stefan Hilhorst (32) wordt al vier jaar lang wakker met pijn in zijn borst. ,,Maar het hartfilmpje was goed. Toen zei mijn schoonvader: misschien is het wel apneu.’’

Ineke zet hem een neusmasker op en zet het luchtdrukapparaat aan. Piep. Ze kijkt naar hem. ,,Je gaat nu een beetje hyperventileren’’, observeert ze. ,,Want je let te veel op je ademhaling. Doe maar rustig. Dit werkt. Geloof me.’’

Sebastiaan is blij. ,,Ik heb zo'n zin om te slapen!’’ Hij komt de kamer van Stefan binnen en geeft hem een briefje waarop hij zijn dieet heeft geschreven: geen brood. Geen aardappels. Wel havermout. Veel groente. ,,Helpt hoor’’, zegt hij. ,,Helpt echt! Ik ben ook gaan sporten.’’

Hij kwam van ver, zegt hij. ,,Ik was vroeger heel mager. Maar het zijn verdrietige tijden geweest. En dan ga je eten. Mijn geloof heeft me erdoor heen geholpen. En sinds ik om hulp heb gebeden, gaat mijn leven bergopwaarts. Geweldig.’’

In de controlekamer zitten verpleegkundigen Ineke Kuiper en haar collega Maartje Jas. Zij zullen vannacht de monitors in de gaten houden, geregeld bij de patiënten gaan kijken en hier en daar de druk bijstellen. Op een van de monitors is te zien dat Bob Kappen al slaapt. De anderen volgen nu ook. Kuiper loopt de kamers langs, en zet de drukapparaten aan. ,,Lekker slapen’’, zegt ze. ,,Rustig in- en uitademen. Denk maar dat je aan een strand ligt, met een harde zeewind, en alles lekker fris en zonnig is...’’

,,Het is toch wel een beetje benauwd’’, zegt Stefan. Kuiper zet de druk lager. ,,Ontspan’’, zegt ze. ,,Er zijn je duizenden voorgegaan, er overkomt niemand wat, je moet er gewoon even aan wennen. Je gaat slapen. Geniet ervan dat het nu makkelijk zal gaan.’’

De mannen sluiten hun ogen.

Slapen. Lèkker slapen. Nooit was dat ideaal zo dichtbij.

 

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra
menu