Goed nieuws: antistoffen tegen corona worden juist sterker na besmetting

Een medewerker van de GGD in Limburg prikt bloed bij een deelnemer om te testen op antistoffen tegen het coronavirus. Foto: ANP

Bij  ruim negentig procent van de mensen bij wie antistoffen zijn gevonden tegen het coronavirus, zijn ruim zes maanden later nog steeds antistoffen te vinden in hun bloed. Die antistoffen zijn ook nog eens sterker geworden.

Dat blijkt uit de zogeheten Pienter Coronastudie van het RIVM, het Rijksinstituut van Volksgezondheid en Milieu. Hiervoor werden bloedmonsters van  ruim 6.500 mensen onderzocht. Bij ruim negentig procent van de mensen bij wie antistoffen tegen SARS-CoV-2 in het bloed zijn gevonden, zijn ruim 6 maanden later nog steeds antistoffen in het bloed aanwezig. Het gaat hierbij om het type antistof IgG Immunoglobulin G, meldt het RIVM. ‘Dit is uiteindelijk het belangrijkste type antistof, want deze zorgt voor bescherming op de lange termijn', schrijven de onderzoekers.

Goed nieuws: de antistoffen zijn in die zes maanden ook nog eens sterker geworden. ‘Ze binden zich beter aan het virus en daarom zijn minder antistoffen nodig om hetzelfde werk te doen.’

Onderzoek bij verschillende leeftijden, verspreid door Nederland

Door het meten van antistoffen in het bloed onderzoekt het RIVM hoeveel mensen uit de bevolking in aanraking zijn geweest met het virus, want de meeste mensen die met het virus te maken krijgen, maken antistoffen aan. Het onderzoek wordt gedaan bij mensen van verschillende leeftijden en in verschillende gemeenten, verspreid over Nederland.

De eerste ronde van de studie was in april en mei, toen er ruim 3.200 bloedmonsters werden onderzocht. In de tweede ronde, in juni en juli waren dat ruim 7.300 monsters. Tijdens de eerste onderzoeksronde bleek dat ongeveer drie procent antistoffen had aangemaakt tegen corona. In de tweede ronde steeg dit naar 4,5 procent. Dat gold voor mannen en vrouwen, ongeacht hun etnische komaf. Wel hadden mensen tussen de 20 en 35 jaar vaker antistoffen: in het voorjaar zo’n vier tot vijf procent in die leeftijdscategorie, in de zomer steeg dit percentage tot ongeveer tien procent . Daarbij ging het vooral om jongvolwassenen van begin 20.

Bloedbank

Een maand geleden meldde bloedbank Sanquin al dat naar schatting 6,2 procent van de Nederlanders antistoffen ontwikkeld tegen het coronavirus. Dat was een lichte stijging ten opzichte van mei, toen het nog op 5,4 procent stond. Bij 18- tot 40-jarigen uit grote steden was eind oktober naar schatting 11 procent immuun voor het coronavirus.

Uit de gegevens van bloeddonoren bleek toen ook dat de verschillen binnen Nederland kleiner worden. Waar eerst in Noord-Nederland mensen amper immuniteit hadden opgebouwd was dat percentage eind oktober gestegen tot 3,9 procent. In Noord-Brabant en Limburg zakte het percentage met antistoffen juist, van zo'n 10 procent naar 8,5 procent.

Nieuws

Meest gelezen

menu