Groen groeit hard door deze regenachtige zomer. Ook onkruid gedijt bij dit weer. Liever wat vaker schoffelen dan steeds bewateren, zegt groenbeheerder Nico Kelderhuis

Het is groeizaam weer, óók voor onkruid. Ach, zegt groenbeheerder Nico Kelderhuis. ,,Alles groeit harder en daar is niks mis mee.”

Het is groeizaam weer, óók voor onkruid. Ach, zegt groenbeheerder Nico Kelderhuis. ,,Alles groeit harder en daar is niks mis mee.”

Het is groeizaam weer, óók voor onkruid. Ach, zegt groenbeheerder Nico Kelderhuis. ,,Alles groeit harder en daar is niks mis mee.” Foto: Niels Westra

Een slechte zomer door te veel regen en te weinig zonneschijn? Nee hoor, zegt Nico Kelderhuis, verantwoordelijk voor het groenbeheer in de gemeente Leeuwarden. Voor alles wat groeit en bloeit, zijn het juist fijne maanden.

,,Kijk eens hoe mooi groen en fris alles is”, zegt hij. ,,In de vorige, hete zomers was alles in juli en augustus dor en ‘energieloos’. Dan is dit veel beter. Voor mensen die in Nederland op vakantie zijn of die te maken hebben gehad met wateroverlast, is het natte weer natuurlijk helemaal niet leuk. Maar voor de natuur is het niet slecht, behalve dan op de plekken waar extreem veel regen is gevallen.”

Nadeel: onkruid gedijt bij de huidige weersomstandigheden. Wie het vervelende straatjesgras, de tamelijk irritante heermoes of de ongewilde haagwinde heeft weggehaald, moet na een week opnieuw de tuin in om te wieden. En niet veel later wéér.

Plantenvak

De beheerders van de gemeente Leeuwarden zijn druk met het onderhoud van het openbaar groen. ,,Het is bouwvak, maar de natuur gaat natuurlijk niet op vakantie. We moeten nu wat vaker schoffelen. Dat is beter dan planten en bloemen steeds bewateren, zoals de afgelopen jaren het geval was”, zegt Kelderhuis. ,,We moeten ook veel vaker maaien. Hoe vaak precies hangt af van de plek. We hebben vijftien verschillende zogeheten maairegimes en proberen steeds rekening te houden met de biodiversiteit.”

Hij doet zijn verhaal bij een ‘wisselborder’ bij het Historisch Centrum Leeuwarden, met allemaal eetbare gewassen en volgend jaar weer andere planten en bloemen. Boven zijn hoofd is de lucht loodgrijs en dient een volgende forse bui zich aan.

Wat hier opvalt: er is amper onkruid te vinden tussen de kool, de bloemen en de mais. ,,We houden het aardig bij. Maar dat het er goed uitziet, heeft ook te maken met de inrichting van dit plantenvak, zoals wij het noemen. Als je ervoor zorgt dat planten niet te ver en op een goede afstand van elkaar staan, dan geef je onkruid minder kans. En werkt dat onvoldoende, dan kun je uiteraard nog nadenken over het type beplanting, rekening houdend met bijvoorbeeld schaduw, zon en grondsoort. Als je het goed doet, dan scheelt dat later heel veel werk aan onkruidbestrijding.”

Kruidachtigen

Kelderhuis en zijn collega’s inspecteren om de zoveel tijd alle perken in de gemeente. Soms zitten daar om uiteenlopende redenen gaten in, ruimtes die ,,ongewenste kruidachtigen” volop de kans bieden om te floreren. En dat wil je dus niet, zegt Kelderhuis. Die kans moet tot een minimum worden beperkt.

,,Aan ons de taak om dan een vervangingsplan te bedenken waardoor kruiden die je op bepaalde plekken niet wilt hebben, volgend jaar minder tot hun recht te laten komen. Zo kunnen mensen het in hun eigen tuin ook aanpakken.”

Er is niet een bepaald onkruid dat het bij vochtig weer extra goed doet, stelt Kelderhuis. ,,De reuzenberenklauw en de Japanse duizendknoop bestrijden we altijd heel actief, maar dat was al zo. Dat geldt in de mindere mate ook voor het jacobskruiskruid en de springbalsemien. Verder zijn er eigenlijk geen soorten waar we nu specifiek op letten. Alles groeit harder en daar is niks mis mee. We waren in Nederland een beetje vergeten hoe een Hollandse zomer eruitziet.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra
Natuur en milieu
menu