Avondwandeling in Benneveld en omgeving, met het geluid van vogels (en als die zich stilhouden van de insecten) | mijn streek

Benneveld en omgeving lenen zich voor prachtige wandelingen. Maar deze keer staat niet het landschap centraal, maar het tijdstip. Neem de kans ook waar om in deze tijd van het jaar ‘s avonds te wandelen.

De omgeving van Benneveld, waar de rust heerst.

De omgeving van Benneveld, waar de rust heerst. Foto: Paul Straatsma

Vrijdagavond. De zomer heeft een lome, broeierige deken over het landschap gelegd. Onweer dreigt, maar bereikt volgens Buienradar het Noorden niet voor middernacht, of het moet spontaan tot ontwikkeling komen. Op de velden rond Benneveld heerst rust. De boeren zijn klaar met hun werk, de forenzen teruggekeerd van Joost mag het weten waar. Sporadisch dringt het geluid door van een auto die optrekt of van mensen die buiten natafelen in de tuinen rond de prachtig verbouwde Drentse boerderijen. Zijn die geluiden verdwenen, dan hoor je vogels en als die zich stilhouden insecten. Een enkele lastige mug moet zijn opdringerigheid met de dood bekopen, of neemt wraak voor de aanslag op zijn leven.

,,Ik ben benieuwd naar wat je over deze wandeling gaat schrijven”, zegt lief een beetje gniffelend, ergens zo halverwege de tocht, op een van de plekken waar we even stilstaan. Deze keer is dat om een stel kieviten te bekijken die een kraai belagen boven een akker waar mais net de kop boven de grond heeft gestoken. Vanaf de boomwal tussen de oude, knoestige eiken hebben we er zicht op. Verderop staan twee dunne paaltjes niet al te ver van een sloot, werk van de vogelwacht vermoeden wij, dus daartussen zou een nest moeten zijn. Ze wijst naar de vogels: ,,Hoe noem jij dat ook alweer: ‘de marine is aan het werk?’ Oh nee, stom”, verbetert ze zichzelf, ,,de luchtmacht is weer opgestegen...”

Concreet onderwerp

Ze weet dat ik me niet vooraf verdiept heb ik de omgeving, laat staan een concreet onderwerp op het oog heb om over te schrijven. Ze weet ook dat dat een verhaal er niet gemakkelijker op maakt. De strijd die dat soms oplevert, vindt ze wel leuk, tot op zekere hoogte, want ,,zo’n stuk moet niet een eeuwigheid duren”. Voor de verandering loopt ze een keer mee. Ze wilde de benen strekken, eropuit na een lange dag achter de computer. Op de heenreis namen we een softijsje, in Aalden, de eerste van het jaar. We hebben de tijd, niets hoeft.

,,Waar zou jij het verhaal over laten gaan?”, vraag ik.

,,Geen idee”, zegt ze. Ze kijkt nog een keer over de velden, je weet nooit of dat helpt. ,,Maar ik vind het hier écht prachtig.”

We lopen verder in het lome tempo dat het weer ons oplegt. Ach, eigenlijk weet ik wel waarover ik wil schrijven. Dat is niet het landschap, maar het tijdstip. Die avonden in die paar weken rond eind mei en begin juni, wat mij betreft de mooiste tijd om te wandelen. Als je dan eropuit trekt, kunnen de dagen zo onverwacht lang zijn, kan de tijd je zo verrassen. Zeker, de vroege ochtenden in deze periode zijn ook prachtig. Waar we wonen, kijken we uit over weilanden. Een enkele keer als ik tussen 4 en 5 wakker ben, ga ik naar buiten, de stilte is dan zo mogelijk nog groter, de dauw nog mooier. Maar elke mooie ochtend gaat verloren, legt het af tegen het harde zonlicht en de drukte van de dag, de avond daarentegen gaat zacht heen, lost op. Ik ben avondmens.

Meteen verkocht

Ik weet ook wel waarom ik Benneveld heb uitgekozen voor een avondwandeling. Ik heb iets met het dorp – Ich bin ein Bennevelder , om met Kennedy te spreken – raar, want ik ken er niemand en de keren dat ik het dorp passeerde zijn op de vingers van één hand te tellen. Een van die keren was op een zomeravond, een paar jaar terug. Ik kwam terug van een bezoek elders, reed door Sleen en besloot een binnendoorweggetje te nemen. Die ene keer, toen ik hier was, was ik meteen verkocht.

,,Misschien kun je iets doen met al die nestkastjes hier?”, klinkt het naast me.

Naast het pad hangen om de zoveel meter houten vogelhuisjes, elk voorzien van een nummer. Niet hoog aan de bomen, maar laag, op brievenbushoogte. Ze zocht net achter een dikke boom naar een huis dat nergens stond, zelfs geen oprijlaan.

,,Ja maar wat moet ik daarover schrijven....”

,,Het is maar goed dat we thuis de dingen niet zo laag hebben hangen, onze poes zou er de hele dag onder zitten...”

,,Dat denk ik ook...”

,,En die lompe kever van daarnet, kun je daar niet wat mee? Is toch wel bijzonder. Dit is er toch ook eentje?” Ze wijst naar een groot insect dat onhandig fladdert tussen de bladeren langs het pad, alsof het te zwaar beladen is, elk moment van uitputting kan neerstorten. Ik bekijk het diertje van dichterbij, het bevindt zich op ooghoogte, minder dan een halve meter van me.

,,Ja dat zal dezelfde soort zijn.” Eerder op de wandeling lag er een in het zand op het pad, te spartelen op de rug. Met de vinger gaf ik hem een zetje om overeind te komen.

,,Daarginds ligt de Klencke, is toch een havezate? En die visvijver hier, is ook bijzonder... Kun je daar wat mee?”

,,Ik verzin wel wat, komt wel goed.”

Als we Benneveld weer binnenlopen knikken dorpsbewoners ons vriendelijk toe alsof we er al jaren wonen.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra
Mijn Streek
menu