Jan Smit is 25 jaar zanger, gevierd tv-maker, Songfestivalgezicht en horeca-ondernemer. Maar hij heeft ook een ander leven, als 'motor' van FC Volendam

Hij is 25 jaar zanger, maar volgens ludieke Volendamse logica wordt dat jubileum pas volgend jaar gevierd. Jan Smit, artiest met 74 gouden platen, gevierd tv-maker, Songfestivalgezicht, horeca-ondernemer. Maar ook een man met een ánder leven, als ‘motor’ van FC Volendam, die Robert Mühren van Cambuur terughaalde.

Jan Smit in het Kras Stadion van FC Volendam.

Jan Smit in het Kras Stadion van FC Volendam. Foto: Eran Oppenheimer

Tien minuten voor het begin van het Eurovisie Songfestival werd de zanger/presentator – net in de schmink – gebeld door Keje Molenaar. Tot verbazing van de ex-topvoetballer nam z’n dorpsgenoot op.

Drie maanden later is Jan Smit – op het terras van Smit Bokkum in zijn Volendam – verwonderd over die verwondering. „Dat belletje – wist ik – ging over FC Volendam, over onze rechtsbuiten Daryl van Mieghem. En als Keje belt is het belangrijk, dus hem druk ik niet weg.”

Je stond op het punt om een show te gaan presenteren voor 184 miljoen tv-kijkers.

„Ja, en? Ik hoefde alleen maar teksten voor te lezen en als ik daarvan zenuwachtig zou worden, hadden ze me niet voor die rol gevraagd.”

Hij pakt z’n mobiel, toont een whatsappje dat hij kort na de liedjesfinale stuurde naar Van Mieghem.

Daryl, het Songfestival is achter de rug, nu is het tijd voor belangrijke zaken. De club wil de komende week heel graag met je in gesprek, laat je me weten wanneer het jou schikt?

Hij loopt er niet mee te koop, vindt het de normaalste zaak van de wereld dat hij vijftig uur per week bezig is voor FC Volendam. Dat dóe je gewoon, uit clubliefde. Zijn vrouw Liza zegt gekscherend ’ik kom op de tweede plaats’ en dan doelt ze niet op het claimgedrag van de muziekfans, maar op Jans passie voor de voetbalclub. In september 2019 was – met hem als motor - de oranje trots van het dorp klaargestoomd voor betere tijden: Wim Jonk als de gedroomde trainer, Keje Molenaar als bewaker van het gezonde voetbalverstand, een pot van drie miljoen voor spelersaankopen… En toen stortte hij in. Burn-out, maandenlange absolute rust.

„Ja, het was een beetje te veel, allemaal. Maar voor mij is het altijd simpel geweest: als de voetbalclub je nodig heeft, moet je er staan.”

Het klinkt alsof FC Volendam voor jou een fulltime baan is.

„Is ’t ook. Onbezoldigd.”

Maar je hebt er ook nog wat dingetjes bij… TV-programma’s, concerten, andere optredens, een eigen restaurant, het Eurovisie Songfestival…

„Ja natuurlijk, het voetbal is altijd er-even-tussendoor. Toen we het Project Team Jonk hadden opgetuigd, begon het seizoen en viel ik om. Alles wat ik had aan energie zat daar in.”

Tussen ons in – op het tafeltje waar overheen vanaf het IJsselmeer een aangenaam windje blaast – ligt een 25 jaar oude foto. Jan-van-11 trots poserend met Wim Jonk, toen nog international.

„Ik had net een eerste hitje, met BZN. Het Nederlands elftal ging een dagje vissen, hier op het IJsselmeer. Wim had een botter geregeld en ik mocht mee, met een schoolvriendje. Die dag voelde als een droom. Voetbal was alles voor me. Ik zat als kind op de nek van m’n vader op de staantribune naar Volendam te kijken, mijn schoolmeester Dick de Boer werd de trainer van de FC en keeper Edwin Zoetebier was al zijn schoonzoon. Ik at iedere woensdagmiddag bij de familie De Boer thuis. Edwin nam me mee naar de bekerfinale Feyenoord-Volendam in de Kuip, 1995. Ik ben altijd een soort mascotte geweest. En gebleven. Lag regelmatig in de sloot achter veld C wanneer ik als ballenjongen weer eens te veel risico had genomen. Stond op elftalfoto’s en op foto’s met sponsors, werd ingezet om de commerciële afdeling een extra zetje te geven.”

Wat was je voor voetballer?

„Een luie spits. Kon redelijk tegen een bal schoppen, maar niet zo goed als andere jongens in het dorp. Wat niet wegnam dat ik helemaal gek was van het spelletje. Van wedstrijden spelen op zaterdag.”

Je manager Jaap Buijs zei: ‘Voor jou wordt het iedere dag zaterdag’ en hij bedoelde niet: op het voetbalveld.

„We zaten in het weekeinde bijna altijd voor optredens in Duitsland. Jaap zei: ’Als jij je aan mij vasthoudt, wordt het voor jou altijd zaterdag’. Hij bedoelde: straks heb je genoeg verdiend om te kunnen doen wat je wilt. Wijze woorden, maar ik dacht vooral: ik kan op zaterdag niet voetballen. Zingen was m’n hobby, voetbal m’n passie. Jaap zei: ’Je kunt alléén niet meer voetballen’. Maar mijn leven bestond voor m’n gevoel uit alléén voetbal.”

Het zingen schonk ook privileges.

„Absoluut. Ik kreeg van tv-maker Harry Vermeegen een oranje regenjas. Daarin liet hij mij op ’t Havendijkje het Wilhelmus zingen en met de beelden ging hij naar Guus Hiddink (toen bondscoach -red.-). Harry vond dat ik bij alle wedstrijden van het Nederlands elftal het volkslied moest zingen en zei: ‘Kijk Guus, hier staat hij. Jantje Smit. Alsjeblieft’. Dat waren de leuke dingen.”

Je hebt er als artiest veel meer voor teruggegeven. Toen FC Volendam even geen shirtsponsor en dus geen geld had, gaf jij met Nick & Simon en de Drie J’s een concert, waarvan de opbrengst rechtstreeks de clubkas in ging.

„Er kwamen 15.000 mensen; we haalden meer geld op dan de vorige hoofdsponsor voor een heel jaar had afgetikt. En toen stonden wij op de borst van de spelers, als Votown-AllStars. Was in 2009, net na de degradatie uit de Eredivisie. Juist als de club je het hardst nodig heeft, moet je er staan. Na drie jaar kwam er een andere shirtsponsor, maar we zijn wel concerten blijven geven voor de clubkas. We staan alleen niet meer op de shirts.”

Je geeft ook privé-optredens voor FC Volendam.

„Ja, dan laat ik me tijdens clubavonden veilen: wat heb je ervoor over als Jan Smit op jouw tuinfeest een paar liedjes komt zingen? Je doet ’t voor de club. Ik heb een oranje hart.”

Toen Volendam vijf jaar geleden op de 16de plaats stond in de eerste divisie begon het opnieuw bij je te kriebelen.

„We vonden in het dorp dat er iets moest gebeuren. Heb op de Dijk lange informele gesprekken gehad met Wim Jonk. Hij is technisch directeur geweest, ging weg met een meningsverschil, er zat oud zeer. Ben naar Keje gegaan: hoe krijgen we Wim binnenboord?”

Keje wilde – na Ajax – niet weer in een voetbalavontuur stappen, maar zwichtte voor jouw enthousiasme.

Glinstering in de ogen. „Mooi dat hij dat zegt. De enige die ons hierbij kon helpen was Keje. Hij heeft een verleden bij Ajax, Oranje, Feyenoord, heeft voetbalverstand en gaat voor je door het vuur. Hij was de ontbrekende schakel in wat Team Jonk moest worden. Het bestuur waar ik al in zat moest worden opgedoekt. Was ontzettend moeilijk. De voorzitter - Henk Kras – was mijn leermeester, heeft de club lang overeind gehouden. Als je dan als snotneus van net in de 30 de bestuurskamer in moet stappen met de mededeling: ‘Nou jongens, jullie tijdperk is voorbij…’ Ik heb er slapeloze nachten van gehad, maar ’t moest gebeuren. Er was nieuwe energie nodig, een jonger team.”

Je hebt altijd veel hooi op de vork genomen. Toen je als puber al druk was met optredens, stond je stickers te plakken bij Bart Smit.

„Dat moest van m’n ouders. M’n moeder werkte bij Bart Smit, m’n zus in de viswinkel, m’n vader als visser op zee. Ik moest de waarde van geld leren kennen. Niemand vertelde me dat ik met m’n optredens goed verdiende. Op m’n vijftiende werd ik kwaad en zei ik tegen Jaap Buijs: ’Ik móet weten of ik een brommer kan kopen als ik 16 ben’. Jaap antwoordde: ‘Niet tegen je vader zeggen, maar je kunt er wel tien kopen’. Zo gaat dat hier. Of je nou zingt of voetbalt, met beide benen op de grond blijven.”

Staat er een dijk tussen het voetbal en de muziek in Volendam?

„Nee, we versterken elkaar. Voor voetbal en muziek geldt hetzelfde: klein dorp, tot veel in staat. Vroeger was Pé Mühren ’s lands bekendste stadionspeaker en werd er in de pauze louter Volendamse muziek gedraaid, nu doet Jack Mühren – een neef van Pé en de broer van de voetballers Arnold en Gerrie – het en hoor je nog steeds alleen maar Volendamse muziek.”

Je zegt dat ze jou in het dorp zien als Het Bestuurslid, niet als De Zanger. Maar als De Zanger vraagt om de portemonnee te trekken voor de club, zegt niemand ’nee’.

„Nou… Uhhh… Daar zeg je wat. Het is vaak waar. Dat komt omdat je zelf gepassioneerd bent en het eerlijke verhaal vertelt. Ik zeg: ‘Niet goed, geld weg’. In het zakenleven spreek je over win-win-situaties, wij over Wim-win-situaties. Schermen met een ster van Ajax, Oranje, Inter Milaan en ook nog een Volendammer. Dan heb je wel een verhaal hoor! Wim zei tegen me: ‘FC Volendam is een tralala-bedrijf…”

Tralala?

„Hij bedoelde: het gros van de supporters ging in de pauze bier drinken en kwam niet meer naar buiten. Wim wil ze de tweede helft lokken met mooi voetbal en dat ze daarná een stuk in de kraag zuipen omdat we hebben gewonnen. Er kwam steeds meer live-muziek en ander feestgedruis in het stadion om de mensen vertier te bieden. Met Wim op de bank moet voetbal weer voor het meeste vermaak zorgen. Ach, er blijft nog zoveel te dromen. We willen een nieuw stadion, een stabiele plek in het linker rijtje van de Eredivisie… We moeten groot durven denken. Dat heb ik van Jaap Buijs geleerd.”

Had hij – als hij nog leefde – ook van waarde kunnen zijn voor de voetbalbestuurder Jan Smit?

Stellig: „Nee. Jaap zei altijd tegen me: ‘Stop met de FC, want ’t kost je jouw leven’. Hij heeft ooit voor 2 miljoen gulden Veronica als sponsor aan de club gekoppeld en daarbij is iets mis gegaan, dus hij had een haat-liefde relatie met Volendam. Deed ik wat voor de club, zei hij: ‘Sta je je weer voor de kat z’n viool uit te sloven…’ Was hij geen voorstander van.”

Waarom bagatelliseer je als ’t even kan jouw rol binnen de club?

„Omdat we het samen doen. Wim vraagt soms, als we het project gaan promoten: waarom moet ik mee? ‘Omdat jij Wim Jonk bent’, zeg ik dan. ‘Omdat jij bij al die grote clubs hebt gespeeld’. Ik kan niet vertellen hoe ’t was bij Inter. Ik kan alleen een liedje zingen.”

Zelfs de Vlaamse schlagerzanger Christoff stopt geld in de club. ’Ik doe het voor Jan’, zegt hij.

„We zijn in een bus met onder anderen Wim en Keje naar Gent gereden en hebben daar aan voetballiefhebbers ons verhaal verteld. We kregen de Belgen enthousiast; ze komen naar wedstrijden van Volendam. Dan nodig ik ze allemaal uit in mijn restaurant Lotje. Inmiddels is de Vlaamse Alliantie Volendam opgericht. We hebben in Vlaanderen 400.000 euro opgehaald. Maar die mensen vragen wel aan mij: ‘Jan, met hoeveel zit je er zelf in?’ Dan is het belangrijk dat je kunt zeggen: ‘Natúúrlijk doe ik zelf ook mee’.”

Je zegt: ‘Ik bemoei me niet met het voetbal’, maar zonder jou was topscorer Robert Mühren niet de nieuwe spits van FC Volendam geweest.

Bescheiden glimlach. „Dat klopt. Hij stond op het verlanglijstje van 15 eredivisieclubs, dus wij dachten: voor ons onhaalbaar. Totdat hij tegen me zei: ‘Ik heb nog geen aanbieding van Volendam gehad’. Toen ben ik snel een paar mensen met geld gaan bellen om Robert – een jongen van het dorp – te kunnen contracteren.”

Trots dat het is gelukt?

Weer die bescheiden glimlach. „Ik ben blij voor de club.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra
Interview
Instagram
menu