Maarten van der Weijden: 'Corona kun je zien als een soort collectieve pech'

Wat hebben wij geleerd van de coronacrisis? Olympisch kampioen Maarten van der Weijden kreeg een andere kijk op het leven toen hij jaren geleden van kanker genas. Die les is ook nu toepasbaar: „Accepteer pech. Ons leven is niet maakbaar, dat is flauwekul.”

Maarten van der Weijden: „Na een tijdje heb je overal zo lang over nagedacht dat het wel klaar is en dan ontstaat er een soort van rust.”

Maarten van der Weijden: „Na een tijdje heb je overal zo lang over nagedacht dat het wel klaar is en dan ontstaat er een soort van rust.” Foto: Matty van Wijnbergen

’Een maatje van mij is heel ziek. Hij heeft kanker en zit aan de chemotherapie.” Zwemmer Maarten van der Weijden (40) vertelt over de ziekte van zijn vriend. „Door corona kunnen we hem minder warmte geven dan hij anders had gekregen.” Liefkozend heeft hij het over ’een van mijn beste vriendjes’. „Hij was tijdens mijn elfstedenzwemtocht mijn coach.”

Alles is anders als je in de coronatijd kanker krijgt. „Het contact met andere mensen is nu moeilijker, terwijl dat zó belangrijk is als je zo ziek bent.” Van der Weijden houdt zich keurig aan alle coronaregels („de laatste keer dat ik mijn moeder een knuffel gaf, was anderhalf jaar geleden”) maar hij wil er wel zijn voor zijn zieke vriend. „Hij was ook erg angstig, bang om nu het virus te krijgen.”

Kanker

Op zijn 19e kreeg Van der Weijden zelf kanker. En hij genas. Door deze ziekte leerde hij een levensles die zo te vertalen is naar de coronacrisis. „De maatschappij heeft ons heel lang verteld dat het leven maakbaar is. Ik heb een aantal keer eerder in mijn leven ervaren dat dat niet zo is.” Hij was wél met die gedachte opgevoed: „Mijn vader gaf mij mee: alles wat jou zal overkomen, daar ben je zelf verantwoordelijk voor. Dat is het resultaat van de keuzes die jíj maakt. Ik moest hard werken, goed mijn best doen, hoge cijfers halen op school, heel hard zwemmen. Als ik dat allemaal goed genoeg deed, dan kon ik alles bereiken wat ik zelf zou willen.”

Hij gelooft daar niet meer in: „Toen lag ik opeens in het ziekenhuis en bleek dat flauwekul te zijn. Wat mij overkwam, was gewoon domme pech.” Van der Weijden zal ook nooit zeggen dat hij streed tegen kanker en de ziekte overwon. Nee, hij was overgeleverd aan artsen en verpleegkundigen en had het geluk dat hij beter werd. In tegenstelling tot anderen bij hem op zaal.

Van der Weijden spreekt bedachtzaam, over veel van wat hij meemaakte spreekt hij bijna analytisch. „Ik heb ook wel buitenproportioneel lang over mezelf nagedacht.” Corona kun je zien als ’een soort collectieve pech’, zegt hij. Langdurig piekeren was er voor hem dan ook niet bij toen we in de eerste lockdown terechtkwamen. „Als je gelooft dat pech nu eenmaal onderdeel van het leven is, kun je de omslag sneller maken. De vraag: ’waarom treft dit mij?’ is dan niet zinvol.”

Lezingen

Normaliter is Van der Weijden druk voor zijn stichting waarmee hij geld ophaalt voor kankeronderzoek. De kost verdient hij met lezingen – het thema van die presentaties is steeds ’Accepteer pech, leef jouw leven en verbind!’ Het motto lijkt nu wel op corona te slaan.

In maart vorig jaar viel dat drukke leven stil. Maar Van der Weijden zat niet stil. „Ik ging dagelijks twee tot drie uur sporten. Ik denk dat ik sinds maart vorig jaar geen glas wijn meer gedronken heb, want dat is slecht voor het herstel van je lichaam. Ik wilde in beweging blijven. Wandelen, hardlopen, fietsen, zwemmen als het kon.”

Met zijn stichting ging hij sportieve uitdagingen verzinnen die ook in coronatijd geld van sponsors konden opbrengen. Zo haalde hij met een thuistriatlon een ton op. Veel minder dan de miljoenen die de elfstedenzwemtocht opleverde, maar ook voor dit geld deed hij zijn stinkende best: „Met die ton financieren we een onderzoek naar palliatieve zorg, de stervensbegeleiding van kankerpatiënten. Dat is hartstikke belangrijk.”

Het bleef niet bij die negen uur durende thuistriatlon: „Op de langste dag, 21 juni, heb ik van zonsopgang tot zonsondergang in mijn zwembad gezwommen. In totaal 16 uur en 40 minuten. Een kleine week later ging een groep fietsers voor mijn stichting 600 kilometer fietsen in een etmaal. Ik heb toen 250 kilometer meegefietst, een uur of acht. En laatst heb ik voor de lol 60 kilometer gewandeld, wat 9,5 uur duurde.”

Meditatief

Dan zegt hij droog: „Ik vind lang sporten fijn.” Niet alleen vanwege de fysieke uitdaging. Tijdens die afmattende uren bezint hij zich op werk, gezin, het leven. „Dat ervaar ik als een meditatieve status.” Een uurtje wandelen met de kinderen is leuk, maar om voor zichzelf alles op een rijtje te zetten, moet er urenlang gesport worden: „In de eerste uren neem ik mijn agenda door, daarna vraagstukken waar ik mee bezig ben en daar hak ik dan knopen over door. Na een tijdje heb je overal zolang over nagedacht dat het wel klaar is en dan ontstaat er een soort van rust.”

Soms heb je pech, soms geluk, zo luidt de hoofdboodschap van Van der Weijden. Hij vertelt over de Olympische Spelen van 2008 in Peking waar hij de 10 kilometer in open water zwom: „Er was een moment in de race dat ik op een onmogelijke plek terecht kwam voor het goud. Als ik me er toen op had vastgepind dat ik het goud móést halen, dan had me dat veel energie gekost. Ik dacht: ik kan ook voor zilver gaan, dat zou gaaf zijn.”

Serieus? Dat bedacht hij tijdens de race? „Ja, in het water. Ik kon snel schakelen, raakte niet gefrustreerd en kon sneller weer door.” Hij won goud. „De bookmakers gaven mij vooraf een kans van 1 op 40. En terecht. Maar het mooie van kleine kansen is dat die ook soms uitkomen. Ik heb verdomde mazzel gehad.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra
Coronavirus
menu