Nieuwe politiechef Gery Veldhuis wil als leider 'gewoon doen'

Als iets typerend is voor Gery Veldhuis, de nieuwe politiechef Noord-Nederland, dan is het zijn keuze voor een tijdelijk onderkomen. In Maastricht heeft hij een prachthuis, waar zijn vrouw nu wacht op hun verhuizing naar Assen. In de tussentijd laat hij zich niet fêteren op een chique locatie. Nee, de politiebaas zit tijdelijk in een Friese bed & breakfast. „Budgettair zeer beheerst. Ik kook zelf.”

Gery Veldhuis. Foto: Ermindo Armino

Gery Veldhuis. Foto: Ermindo Armino

De tegenstelling is groot: op het portret dat de eenheid van hem uitdeelt, staat hij in uniform, nu is hij gekleed in een weinig opvallend kostuum. Met uitgestoken hand loopt hij door zijn grote werkkamer naar het bezoek. Zijn goudeerlijke Twentse tongval is zangerig en ontwapenend, zijn stem opvallend zacht.

Tijdens het gesprek laat hij veel stiltes vallen. Veldhuis grossiert niet in euh’s en ah’s, maar deelt helder geformuleerde volzinnen uit. Op het oog gedistantieerd en beheerst. Soms subtiel grappig.

Nee, beaamt hij, hij is niet de man die met de borst vooruit zijn positie bevecht in de media. „Media-optredens zijn voor mij iets wat erbij hoort in kwade tijden. Zaken met een grote impact op collega’s of samenleving. Als het moet, ben ik er.”

Als een scheermes

Maar áls hij zichtbaar is, maakt hij indruk. Zoals in een tv-uitzending van RTL Late Night waarin hij in vol ornaat commentaar gaf op een Limburgse agent die was betrapt op seksuele handelingen op Skype, onder werktijd en in uniform.

Veldhuis sprak als een scheermes hierover: „Ik geneer me in hoge mate. Ik vind het vreselijk. Het is ranzig, scabreus. Hij zet zichzelf, zijn familie voor schut. Hij is een schande voor tienduizenden politieagenten die dit soort gedrag niet willen.”

Als de samenleving vertrouwen wil houden in de politie, dan is het van belang dat de politie laat zien dat zoiets écht niet kan

Veldhuis ging er tijdens die uitzending met gestrekt been in: „Als de samenleving een beetje vertrouwen wil houden in de politie, dan is het toch ook van belang dat diezelfde politie laat zien dat zoiets écht niet kan. Ik heb zoveel positieve reacties gehad. Van Zeeland tot Groningen kreeg ik complimenten dat ik normatief was, dat ik helder uitsprak dat politiemensen zich helemaal rot generen dat iemand in hun uniform dat flikt.”

Hij heeft de diender bewust niet zelf gesproken. Niet alleen vanwege arbeidsrechtelijke formaliteiten, maar „ik had er geen enkele behoefte aan hem te spreken”. Niet dat hij vreesde uit zijn slof te schieten. „Neuh, ik heb mijzelf volstrekt in de hand.”

Het was een weloverwogen keuze om aan te schuiven in die tv-uitzending: „De ontmaskering van die politieman was een primeur van Peter R. de Vries, maar RTL zat ermee in de maag of ze het wel moesten brengen. Ik tilde het onderwerp over de drempel door toe te zeggen dat ik in de uitzending zou gaan zitten. Daarmee kon ik duidelijk stelling nemen. De dag erna was het onderwerp amper nog in de media, en het sloeg niet terug naar onze organisatie als geheel: de nationale politie.”

Want daaraan ergert Veldhuis zich: alle affaires worden uitgesmeerd over de hele nationale politie, terwijl het lokale incidenten zijn. „Toen er nog 25 verschillende korpsen waren, dan was er bijvoorbeeld een kwestie in Zuid-Limburg of Noord-Holland, maar nu stapelen affaires zich op achter de naam ‘nationaal’. En er gaat juist ook zoveel goed. En dan zijn er heel veel collega’s die dan prachtig het podium kunnen krijgen om dat succes te vertellen, juist in de regionale media. Dat vond ik ook altijd zo prettig in Limburg. Wat daar gebeurt zou als het zich in Amsterdam zou afspelen op de voorpagina van De Telegraaf staan. Maar omdat het in Limburg gebeurt, blijft het vaak beperkt tot de provincie. Dat vond ik altijd geweldig. Je zoekt je eigen ellende toch niet? Wat fout gaat, blijft in de omgeving waar je verantwoording aflegt. Dat is prima.”

Onderduiken

Recent waarschuwde de locoburgemeester in Emmen – wekenlang ondergedoken vanwege een zware bedreiging vanuit ‘het milieu’ – dat Limburgse taferelen ook in het ‘goedmoedige’ Noorden hun intrede doen.

Vrijdag nog werd bekend dat een officier van justitie dusdanig is bedreigd dat ze heeft moeten onderduiken en is overgeplaatst. De officier leidde in Noord-Nederland het lopende onderzoek naar de motorclub No Surrender.

Met de ervaring van tien Limburgse jaren als politiebaas weet Veldhuis dat de loco niet overdreef: „Ik heb in Limburg nooit een debat hoeven voeren over de impact van georganiseerde criminaliteit op het openbare leven. Daarvan is iedereen doordrongen. We hoeven niet achter elke boom een boef te zien, maar we moeten ook niet doorslaan in naïviteit. Ik kan me dus goed verplaatsen in die loco. Het is mijn taak ook voor bestuurders zichtbaar te maken wat de realiteit is van georganiseerde criminaliteit.’’

,,Ik hoor van collega’s dat de gevaren van ondermijning goed worden besproken. Maar ook hier – in het Noorden – zijn er plekken om goed op te letten. Welke plekken? Daarover ga ik u niet inlichten, dat is vertrouwelijk en geheim. Als ik erover moet praten, dan eerst met de bestuurders.”

Waterbedeffect

De typische Limburgse pillenhandel verplaatst zich noordwaarts, bevestigt Veldhuis, omdat zuidelijke criminelen worden opgejaagd. Het waterbedeffect „is echt al zichtbaar”, zegt Veldhuis.

„Kijk maar naar de laboratoria voor synthetische drugs die hier opduiken. Wij hoorden in het Zuiden al dat de ‘kansen in het Noorden’ werden gepakt, vanwege de toenemende druk in het Zuiden. Ik hoor het ook van mijn collega’s tijdens mijn kennismakingsgesprekken deze weken in het Noorden; dat ze merken dat er – en dan moet ik het zorgvuldig zeggen – mensen uit het Zuiden worden gespot en dat de Noordelijke ondernemers in het kwaad zich openstellen voor een warme ontvangst.”

Er zijn signalen dat drugscriminelen naarstig zoeken naar onroerend goed in het Noorden. „Ik hoor dat ze hokken nodig hebben, locaties, infrastructuur, gekwalificeerde mensen. Je moet mensen vinden die die synthetische drugs voor je willen koken. Er zijn hier gebieden genoeg waar ‘ambities worden geboren’ als je zegt dat er wat te verdienen valt. Drukken dáár in het Zuiden veroorzaakt een waterbedeffect: niet alleen naar het Noorden, ook richting Duitsland en België. Ze klagen erover in Noordrijn-Westfalen; dat er altijd Nederlandse connecties zijn als er weer iets wordt opgerold in de drugswereld.”

Gewoon doen – zo’n soort leider wil hij zijn. En dat is iets anders dan bescheiden zijn, benadrukt hij. Hij wil toegankelijk zijn, maar mensen typeren hem ook als iemand met distantie. Hij weet van zichzelf dat hij zakelijk hard is, zonder het onmogelijke te willen vragen. „Ik ga uit van vertrouwen. Wat we afspreken, moet ook gebeuren.”

De verkwistende uitgaven, de exorbitante feestjes en uitgaven van de Centrale Ondernemingsraad van de Nationale Politie zijn hem derhalve een gruwel, maar hij maakt een typerend voorbehoud. „Het ondermijnt het vertrouwen van de burger in de politie. En ik vind het erg voor al die duizenden politiemensen die zo niet te boek willen staan; als uitvreters. Dat geldt ook voor de COR-leden die erin zaten en dit pas laat doorkregen en net zo verbijsterd waren en zich geneerden voor het feit dat ze niet stop! hebben gezegd. Dan voel ik ook wel weer compassie of begrip, wil ik die mensen ook helpen om verder te kunnen.”

Katholiek

Veldhuis is getrouwd, dol op zijn vrouw, die hij momenteel enorm mist. Maar hij draagt geen trouwring. „Nee, ik draag ook geen horloge of andere sieraden, heb er een hekel aan. Na mijn huwelijk heeft het vijf dagen geduurd, toen heb ik die ring afgedaan. Ik had direct een hekel aan dat ding”, zegt hij, terwijl hij grijpt naar zijn linker ringvinger.

Ik geloof in tweede kansen, ik blijf altijd de mens zien achter wat fout ging, zonder aanziens des persoons

Daarmee verraadt hij zijn katholieke afkomst; alleen katholieken dragen de trouwring links. „Ja, praktiserend”, benadrukt hij. Hij houdt kantoor op enkele meters afstand van de Sint-Jozefkathedraal in Groningen, niet slecht voor een praktiserend katholiek. „Ik ben nog niet binnen geweest, maar heb vanochtend nog gedacht: als het kan tussen de middag, dan ga ik nog even.”

Hoe belangrijk is dat voor hem, het katholiek zijn? „Het hoort bij ons leven, geeft betekenis en de kans om ook eens dankjewel te zeggen. Ik heb niet de behoefte om mijn zielenroerselen bloot te geven, ik zeg dit erover: natuurlijk ken ik de kritiek op de Kerk, maar ik zat in de nachtmis in de Sint-Servaasbasiliek, met alles erop en eraan, en dan zie ik vooral de warmte en de inhoud. Dat is voor mij echt thuis, dat was zo in Twente, dat was zo in Limburg en dat hoop ik hier ook te vinden. Ik heb niet zozeer de behoefte dat katholieke te benadrukken, maar het schijnt door in mijn houding; ik kan hard zijn als het nodig is, maar heb ook een klein hartje. Ik geloof in tweede kansen, ik blijf altijd de mens zien achter wat fout ging, zonder aanziens des persoons.”

Samen met zijn vrouw heeft hij een huis gevonden in Assen, dat in juni beschikbaar komt. „Dus ik ben eventjes aan het nomaden; ik live apart together en ik vind het vre-se-lijk! Dat mijn vrouw er niet is wanneer ik ’s avonds thuiskom. Ik zit in een budgettair verantwoorde bed & breakfast in Friesland, koken doe ik zelf, ik heb het daar uitstekend. En ik kan terecht bij mijn ouders in Friesland.”

Focussen

Veldhuis heeft een heldere ambitie: de politie moet weer meer focussen op het lokale, het eigene, de directe omgeving. Door de vele reorganisaties zijn de uniformiteit en de standaardisering te ver doorgeschoten, zegt de politieman.

„Ik heb de afgelopen weken door de 52 politieteams in Drenthe, Friesland en Groningen prachtig politiewerk voorgeschoteld gekregen. Dat ontstaat niet door de structuur van de Nationale Politie maar door de toevallige aanwezigheid van geweldig goede mensen. Structuur is slechts een hulpmiddel, goede mensen moet je faciliteren, aandacht geven aan lokale kwaliteiten.”

De samenwerking van politiemensen over de drie provincies is „voorbeeldig in vergelijking met andere regio’s”, benadrukt Veldhuis. „Tussen 2004 en 2008 is de Noordelijke recherche tot stand gekomen, de samenwerking tussen de drie korpsen en de gedeelde meldkamer. Vervolgens ging ik naar Limburg, om te ontdekken dat daar nul samenwerking was tussen Noord- en Zuid-Limburg. Nul. In de meldkamer hoorde ik dat agenten in Drenthe, Friesland en Groningen allen hun eigen manier van werken hebben, maar dat gun ik iedereen van harte.” Overigens smeedde Veldhuis ook de twee voormalige Limburgse politiekorpsen tot één geheel.

Fries spreekt hij niet, hij verstaat het wel. Hij gaat beslist niet proberen Fries te spreken. „U hoort aan mij dat ik ook bepaald niet zonder tongval ben. Als ik mensen Twents hoor spreken die dat niet van huis uit hebben gekregen, dan denk ik altijd: dit is niet waarachtig. Die indruk wil ik niet maken met mijn steenkolen-Fries. Ik ben dat niet. Heb ik dat zo netjes uitgelegd?”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra
menu