Inki wil op vakantie haar telefoon thuis laten. 'Dat zeg je elk jaar en toch neem je hem mee', zegt haar man

We appen, facetimen, mailen, twitteren; dankzij de immer aanwezige mobiele telefoon hebben we de wereld onder de duim. Maar een mens wil ook weleens onbereikbaar zijn. Over vakantievieren zónder.

Foto:

Foto: Shutterstock

‘Ik laat mijn telefoon thuis.’’ Ik weet nog dat ik het zei, en waar. In het bos bij Paterswolde was het, mijn man en ik bespraken onze wandelvakantie door Nederland. Veel kon er niet in die kleine rugzakken, zorgvuldig inpakken was geboden, en toen zei ik het. Van die telefoon.

Niet dat het apparaat veel ruimte zou innemen, niet in mijn rugzak tenminste, maar wel in mijn hoofd. Want ik weet: neem je je telefoon mee op vakantie, dan neem je de mailbox vol voorlichters mee, je in groepsappjes geclusterde collega’s, je foto’s, filmpjes en tikkies delende vrienden, je bankzaken, en voor je het weet scroll je elke avond, begeleid door een kr-kr-krekelkoor, het gebogen hoofd slechts beschenen door de volle maan, door het riool dat Twitter heet.

Ik liet dus mijn telefoon thuis op onze wandeltocht van Groningen naar Utrecht. Acht dagen zonder. Hoe moeilijk kon het zijn?

Munten in telefooncel

Het zou weer net zo worden als vroeger. Ah! Vroeger! Toen helemaal niet alles beter was, misschien wel saaier, maar ook overzichtelijker en omslachtiger. Toen we nog munten in buitenlandse telefooncellen moesten gooien om aan onze moeders te vertellen dat we veilig waren aangekomen.

Er stonden altijd enorme rijen vakantiegangers voor die cellen en eenmaal binnen rook het er altijd doordringend naar een urinoir, maar toch. Eenmaal buiten zoog je de longen vol vakantielucht en zette het ergens, vrij, onverveerd en onbekommerd op een slempen. Nee, ik zou absoluut mijn telefoon thuislaten.

Waarop mijn man bromde: ,,Dat zeg je elk jaar. En dan neem je ’m toch mee.’’

Wat waar was.

Week zonder telefoon geeft al gezondheidswinst

We willen rust. We willen ‘uit ons hoofd.’ We gaan massaal aan de mindfulness en yoga. We willen weten hoe dat moet, niks doen. We lezen er boeken over, met tips over hoe je je adem laag houdt en je navel het centrum wordt van het heelal.

Tegelijkertijd zijn we verkleefd aan onze mobiele telefoon. Voor veel mensen is het mobieltje het eerste wat ze ’s morgens pakken en het laatste dat ze wegleggen voor ze gaan slapen.

Die hoeveelheid tijd die we spenderen aan dat duizenddingenkastje is niet gezond. Een week zonder telefoon geeft al gezondheidswinst, zo stelt dr. Thibaud Dumas, als neurowetenschapper verbonden aan de Sorbonne-universiteit in Parijs. In zijn vorig jaar verschenen boek Afkicken van de Smartphone houdt hij een pleidooi voor dagdromen en verveling. Onze hersenen varen daar wel bij: het stimuleert de aanmaak van herinneringen en creativiteit. Een digitale detox dus. Maar wie verveelt zich nog? Kijk naar de gebogen hoofden in treincoupé en busstation en constateer: wachttijd is smartphonetijd geworden.

Digitale detox lijkt me wel wat

,,Wat?’’, zeggen mijn vrienden. ,,Zonder telefoon op vakantie? Jij? Yeah right .’’ Maar zo’n digitale detox lijkt me wel wat. Toch vind ik deze plotselinge onbereikbaarheid ook eng. Mijn ouders hebben een kwetsbare gezondheid, wat als er thuis iemand omvalt? We sluiten een compromis. Mijn man neemt zijn telefoon wel mee, zodat we voor de familie in uiterste noodgevallen te bereiken zullen zijn. Hij bergt het ding ver weg in zijn rugzak. Ik zal er niet aankomen. En dan hoop ik dat ik tijdens de vakantie weer dat gevoel krijg van de eindeloze zomers uit mijn jeugd. Waarin de tijd geen gewicht leek te hebben.

De tijd, daar heb je twee soorten van. Dat stelt filosofe Joke Hermsen in haar boek Stil de Tijd . Er is kloktijd, en er is innerlijke tijd. Kloktijd, gebaseerd op de praktische afspraken die we daarover maakten, kun je meten.

Innerlijke tijd niet. Dat is de tijd zoals we die persoonlijk kunnen ervaren, de minuten die voorbijkruipen of juist eeuwig duren: het examen dat ineens voorbij was, het tergend lange wachten op een bus, de urenlange kus. Innerlijke tijd is een intermezzo op de kloktijd, zegt Hermsen. De Franse filosoof en Nobelprijswinnaar Henri Beyson noemde de innerlijke tijd zelfs ‘de echte tijd.’

Eeuwigheid van het ogenblik

Maar de kloktijd is dominant, want onze economie drijft op dat schema van afspraken. Wie bij de klok leeft, heeft dus minder ruimte om die innerlijke tijd te ervaren. Vakantie, schrijft Hermsen, is hét moment voor innerlijke tijd: niet hoeven kijken naar dagelijkse beslommeringen laat het gevoel van tijd langzaam verdwijnen. Dat is wat de in 1977 overleden Duitse wijsgeer Ernst Bloch noemt ‘de eeuwigheid van het ogenblik’.

In het niets zakken

Collega Esther van der Meer weet wat dat is, dat ultieme besef van tijdloosheid. Vijf jaar geleden zeilde ze met vrienden van Engeland naar Spanje. Ze had gewoon haar telefoon mee.

Maar in de Golf van Biskaje verdween het bereik. Ze herinnert zich hoe ze, na de drukke vaarroute van Engeland naar Frankrijk doorkruist te hebben ineens ‘in het niets zakte.’ Hoe ze ’s nachts tijdens de wacht over de zee staarde. Ze herinnert zich de buitelende dolfijnen overdag, en de keer dat een walvis opdook naast de boot: een zucht, een grijze vin en een lijf dat langzaam, volkomen beheerst, door het spiegelgladde water gleed. ‘Adembenemend’, schreef ze in haar blog.

Tijdens die vijf mobielloze dagen op zee had ze het gevoel alleen op de wereld te zijn. ,,Je kon wel van alles missen, maar dat kon je toch niet checken. Het gaf een gevoel van rust dat ik sindsdien niet meer heb weten terug te krijgen.’’

Alleen rond Buitenpost heb je even geen bereik

Onbereikbaar zijn voor iedereen, dat lukt in Nederland gewoon niet. ,,Alleen in de trein van Leeuwarden naar Groningen, rond Buitenpost, dan heb je even geen bereik. Maar ik weet nog goed dat we op zeker moment in Spanje aankwamen, daar zou weer wifi zijn, ik wilde heel graag contact en dat lukte niet. Dat was wel heel naar. En dat zorgde ineens weer voor onrust. ‘’

Ook zij maakt de vergelijking met vroeger. ,,Toen ik 18 was interrailde ik in m’n eentje en belde af en toe naar huis, je miste niks zonder die telefoon, je maakte je niet druk, je belde alleen bij rampen. Dat geeft een gevoel van rust en oneindigheid en zorgeloosheid, een hier-en-nu-gevoel dat we kwijt zijn. De enige manier om het terug te krijgen is dat mobiele kreng thuis te laten. Op vakantie gaan is toch weggaan van thuis?’’

Dat is een waarheid als een koe.

Even offline

Volgens neurowetenschapper Dumas doen we er goed aan om af en toe tijdelijk digitaal af te kicken. Een weekend offline zou al effect hebben.

Dus ik heb het gedaan. Ik liet ‘het mobiele kreng’ thuis. Ik liep in mei acht dagen lang langs B&B’s door de neongroene bossen van Drenthe, Overijssel en Gelderland. Ik appte niemand. Ik belde nooit. ’s Avonds las ik een boek. Ik was er wel, maar ik was er ook niet. Ik was in de eeuwigheid van het ogenblik. Ongeschermd op pad. Het was heerlijk. Alle acht dagen lang.

En op de negende dag was alles weer bij het oude.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra
menu