Ons land wordt steeds natter én steeds droger. Hoe zit dat eigenlijk en wat kunnen wij eraan doen?

Nederland wordt steeds droger, maar als het regent dan regent het dat het giet. Terwijl we de laatste drie zomers tot de droogste 5 procent ooit rekenen, is de hoeveelheid neerslag in de afgelopen eeuw met 28 procent toegenomen. Komt het water alleen nog maar op de verkeerde momenten uit de lucht? En wat kunnen wij daartegen doen?

Extreme neerslag en langdurige droogte nopen de waterschappen tot kostbare maatregelen.

Extreme neerslag en langdurige droogte nopen de waterschappen tot kostbare maatregelen. Foto: Archief/Jilmer Postma

Op het weer lijkt geen peil meer te trekken. We schaatsten op de gracht en een kleine week later scheen het zonnetje alsof het al volop lente was. De vorige zomer was ook al zo verwarrend: de droogste start ooit, gevolgd door een flinke lading buien, en daarna weer een droge herfst. Toch is er wel een patroon in te herkennen: door de gemiddeld hogere temperaturen neemt de verdamping toe, waardoor onze zomers langzaam steeds droger worden. Maar de totale hoeveelheid neerslag in een jaar neemt niet af en valt juist vaker in één klap.

Wateroverlast

Het aantal stortbuien in de zomer is in de afgelopen veertig jaar verdubbeld en als je de afgelopen eeuw bekijkt, hebben we juist 28 procent méér regen gehad. Die stortbuien veroorzaken wateroverlast. Zo kun je dus zeggen dat het hier ‘droger én natter wordt’. Maar omdat door de temperatuurstijging de verdamping in de zomer toe blijft nemen, zullen we vooral merken hoe droog het is - ondanks alle buien. Deze voorspellingen kun je zelf volgen in het klimaatdashboard van het KNMI.

Effect

RUG-onderzoeker op het gebied van water en ruimte Margo van den Brink legt uit wat de gevolgen zijn van dit ‘nieuwe weer’: „Er zullen vaker extreme regenbuien zijn en ook periodes van droogte zullen vaker voorkomen. De gevolgen van een watertekort variëren van schade aan natuur en landbouw, verzakking van gebouwen tot problemen voor de scheepvaart. De drinkwatervoorziening kan ook in gevaar komen.”

Het is daarom belangrijk om regenwater goed in de bodem te infiltreren. „Zowel in stedelijk gebied, als in landbouwgebied, als in natuurgebied. Daar heeft iedereen profijt van. De landbouw en natuur via de betere beschikbaarheid van water en het stedelijk gebied door het voorkomen van hittestress en wateroverlast.”

Groene plekken creëren (zoals wadi’s , waterpleinen , retentievijvers, groene en blauwe daken) en minder verharding in tuinen (tegels eruit en planten erin, gebruik van een regenton) zijn oplossingen op de plekken waar mensen wonen. In de natuurgebieden kunnen grote(re) waterretentiegebieden stroomopwaarts of ondergrondse waterbuffers uitkomst bieden. Hoe we dit precies aanpakken, staat (uitgebreid) beschreven in het Deltaprogramma van de Rijksoverheid.

Klei vs. zand

Op veel plekken in Nederland is water vasthouden de grootste opgave. Daarom heeft minister Van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) vorig jaar 100 miljoen euro extra uitgetrokken om Nederland beter te bewapenen tegen de droogte. „Maar in het Noorden hebben wij ook gebieden met kleigrond [ten noorden van de A7, red.] die het water van zichzelf al veel beter vasthoudt.”, aldus het waterschap Noorderzijlvest. Natuurlijk heeft het Noorden last van de droogte, maar niet zoveel als in bijvoorbeeld Brabant of Twente.

Omgaan met klimaatverandering

„Droogte én veel regen zijn wel de weerskenmerken die door klimaatverandering meer op ons afkomen”, vertelt een woordvoerder van waterschap Noorderzijlvest. „We zullen steeds vaker moeten omgaan met hoogwater en waterveiligheid, en aan de andere kant de droogte die veel invloed heeft op de natuur en de landbouw.”

Eeuwenlang hebben wij in Nederland gewerkt om ons land zo droog mogelijk te maken. Een voorbeeld daarvan is het rechttrekken van de beken, waardoor ze water sneller afvoeren. „Je kan het zo zien: we hebben snelwegen naar onze kanalen gemaakt. Als er dan ineens een grote plens water valt, zoals bij het hoogwater van 1998, komt het zo snel in de kanalen terecht dat het water uiteindelijk bij het Groninger Museum door de ramen naar binnen stroomt”, vertelt Ronald Leeraar, hydroloog bij het waterschap Hunze en Aa’s. Daarom werken waterschappen aan projecten waarbij ze beken weer laten kronkelen. Op die manier wordt het water als een spons vastgehouden in de beken en stroomt het minder snel naar de grote kanalen.

Natte voeten

De waterschappen houden ook dagelijks in de gaten hoe hoog het grondwater en als het nodig is, grijpen ze in: „We houden in de winter het oppervlaktewaterpeil laag zodat de grondwaterstanden niet te hoog worden. In de zomer zijn de peilen in de sloot juist hoog om de grondwaterstanden niet te ver te laten uitzakken. De afgelopen tijd heeft het bijvoorbeeld nauwelijks geregend, dus zetten we de stuwen omhoog om het water in de sloten wat hoger te houden en het grondwater vast te houden. En dat geldt ook andersom, als er straks weer regen aankomt en de grondwaterstanden te hoog worden.”

Wat mensen zich vaak niet realiseren, is dat wij in Noord-Nederland in geval van droogte water kunnen halen uit het IJsselmeer. Dat begint voor het waterschap Hunze en Aa’s bij het gemaal van Dorkwerd (de hele route gaat via Lemmer dwars door Friesland) en kan tot aan Ter Apel opgepompt worden. „Over het algemeen kunnen we het grondwater ook als het droger is daardoor goed regelen. Uitzondering zijn de ‘hoge zandgronden’ (ongeveer een derde van het gebied) waar we geen water naartoe kunnen voeren. En als het echt heel droog is en er veel water verdampt in het meer, kunnen we gekort worden op het water dat we vanuit het IJsselmeer krijgen. In 2018 waren we daar dichtbij.”

Kortom: het bestieren van ons water is niet alleen een kwestie van met man en macht water vasthouden, want dan krijgen mensen bij een extreme bui al snel natte voeten. Maar we kunnen maar beter gaan wennen aan de droge, tropische zomers met veel buien.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra
menu