Waarom Marieke Derksen nooit zal aanschuiven bij vader Johan in Veronica Inside: 'Als ik daar ga zitten, ben ik bang voor een soort Tommy Cooper-moment. Dat ik een hartverknettering krijg en iedereen denkt: ze acteert het'

Terwijl haar vader Johan tijdens dit EK tweemaal daags, primetime, te zien is op SBS6, blijft dochter Marieke Derksen liever achter de schermen actief. Maar net zo rap van tong als haar oude heer, levert ze met haar Uitgeverij Inside de ene na de andere bestseller af. „Werk en privé lopen bij mij moeiteloos in elkaar over. Ik ben al negen jaar samen met mijn vriend en hij vindt het nog steeds ziekelijk dat ik altijd maar mijn telefoon opneem.”

Als hoofd van de succesvolle Uitgeverij Inside is Marieke Derksen veel meer dan ’de dochter van’.

Als hoofd van de succesvolle Uitgeverij Inside is Marieke Derksen veel meer dan ’de dochter van’. Foto: ANP/HH

Het is doorgaans lachen, gieren, brullen met vader en dochter Johan en Marieke Derksen. De een al jaren succesvol op televisie en de komende weken dagelijks te zien in De Oranjezomer. De ander het gezicht van Uitgeverij Inside, dat de ene na de andere bestseller uitbrengt.

Achter al die vrolijkheid gaat echter stilletjes een hoop verdriet schuil. Door een noodlottig ongeval in huis verloor Johan bijna dertig jaar geleden zijn eerste vrouw Linda. Als tiener groeide Marieke op zonder moeder en de sporen die dat heeft achtergelaten, worden tot op de dag van vandaag nog steeds onderdrukt.

Hoe anders was jij nu geweest als je moeder niet op je twaalfde was overleden?

„Ik zou wat minder zwartgallige humor hebben gehad en minder onafhankelijk zijn geweest. Ik was echt een moederskindje, maar moest snel volwassen worden. Dat heeft me uiteindelijk sterker gemaakt, maar het zorgt er ook voor dat mijn vriend en ik apart van elkaar wonen. Ik ben graag alleen, al kunnen we prima samenleven. Tijdens corona zaten we bijvoorbeeld met elkaar opgesloten en dat was oké. Ik heb geleerd om mij aan te passen en overal mijn weg te vinden. Wel ben ik, als gevolg van dat vroege verlies, bang om mensen kwijt te raken zodra ze te dichtbij komen.”

Op je zestiende ben je een jaar in Oklahoma naar school gegaan.

„Ik wilde eerst naar Australië, maar dat vond mijn vader te ver. Amerika vond hij wel prima, maar wist hij veel dat je naar een uithoek als Oklahoma ook behoorlijk lang onderweg bent. Het is geen New York of Los Angeles, dat heel Europees aanvoelt, maar echt Trump-country met mensen die wereldvreemd zijn, niets buiten Amerika kennen en mij serieus vroegen of we in Nederland al elektriciteit hebben. Ik zag al helemaal voor me hoe ik daar een leven zou opbouwen als dat van Herman Brood, maar in plaats daarvan moest ik in de pas lopen. Voor jongeren was er een avondklok en alcohol kreeg je pas vanaf je 21e. Ik heb een beetje de neiging te ontsporen, dus die regels waren op dat moment wel goed voor me. Een halfjaar na mijn vertrek stond Johan ineens voor de deur, met naast hem meteen maar zijn nieuwe vrouw. Oké, hallo. Even voorstellen dan maar. Ik heb me daar geen minuut boos om gemaakt. Als hij gelukkig is, dan ben ik dat ook.”

Je kampte jarenlang met angstaanvallen. Heb je die inmiddels onder controle?

„Dankzij de pillen van psychiater Bram Bakker. Die werken als een malle. Had ik dat maar tien jaar eerder gedaan. Er zit nog best een taboe op geesteszieken, alsof ze allemaal uit One Flew Over the Cuckoo’s Nest komen, maar als medicijnen je bestaan weer leefbaar maken, waarom zou je daar dan moeilijk over doen? Je moest eens weten hoeveel bekende mensen er gebruik van maken. Mijn situatie was jarenlang zo ernstig, dat ik op een zeker punt echt geen leven meer had.”

 

Hoe zag dat eruit?

„Ik kreeg te maken met irreële angsten, waardoor ik non-stop dacht dat ik dood zou gaan. Daardoor ging ik, letterlijk, kruipend door de kamer. Het was niet: ik zie een spin, dus ik ben bang. Het was meer een algeheel angstgevoel voor alles. Kleine ruimtes, grote ruimtes, een lift. Puur iets fysieks. Daardoor krijg je het gevoel te imploderen.

Je denkt bijvoorbeeld dat je niet meer weet hoe je moet ademhalen. Echt een hel. Toen ik bij de GGD aanklopte voor hulp, zei men dat ik moest gaan sporten om me beter te voelen. Ik kreeg een prima figuur, maar was nog steeds ’gek’. Ook kon ik aansluiten bij een groep lotgenoten, maar daar ben ik te rationeel voor. Door uiteindelijk van de reguliere zorg over te stappen op de particuliere, zit ik weer lekkerder in mijn vel. De pillen halen de scherpe randjes er wat van af.”

Veel mensen hebben een mening over je uitgeverij.

„Daar moet je gewoon schijt aan hebben. Ik heb nooit gezegd dat wij literatuur maken, dus beoordeel het ook niet zo. Het grappige is wel dat dezelfde criticasters allemaal aan de lijn hangen zodra er wat knaken te verdienen zijn. Hoe hypocriet is dat? Toen we er net waren, wilden collega-uitgevers mij niet eens een hand geven. De oude garde heeft nog een beetje dat hautaine en draagt uit dat ze literatuur maken. Maar ondertussen komen ze nooit voor op de bestsellerslijst.

Vroeger was ik ontzettend van het pleasen, nu lig ik niet meer wakker als we elkaar een lul vinden. We moeten het ook weer niet belangrijker maken dan het is. De rest van Nederland is met echte dingen bezig, zoals werken en de huur betalen. Werk en privé lopen bij mij moeiteloos in elkaar over. Ik ben al negen jaar samen met mijn vriend en hij vindt het nog steeds ziekelijk dat ik altijd maar mijn telefoon opneem.

Aan de andere kant: ik heb wel de vrijheid om mijn eigen tijd in te delen en te werken waar ik wil. In een bubbelbad, met een gin-tonic, kun je ook prima telefoneren, hoor. Dat moet ook. Als ik van mensen het vertrouwen krijg om hun levensverhaal uit te brengen, dan moet ik er ook zijn als het op zondag om half tien een keer niet zo goed met hen gaat.”

Welk boek maakte indruk?

„Toch wel dat van Fernando Ricksen. Ik ben een enorme fan van de Britse tabloids en daar kende ik hem ook alleen maar van. Als de voetballer die een beetje krankzinnig was en een onenightstand had met (naaktmodel, red.) Katie Price. Bloedordinair, maar héérlijk.

Ook ik hoorde pas op die bewuste avond bij De Wereld Draait Door, een uur vóór de uitzending, dat hij de spierziekte ALS had. Ik zei dat hij naar huis moest gaan. Het was zo pijnlijk. Natuurlijk hoorde ik wel dat hij vreemd sprak, maar tot op dat moment dacht ik dat het kwam door zijn Limburgse accent en het feit dat hij vlak daarvoor van die grote, witte neptanden had laten plaatsen. Voor een prikkie ergens in het buitenland.

Later hebben we daar samen nog hartelijk om gelachen. Fernando is uiteindelijk toch die uitzending ingegaan, maar wat zich op datzelfde moment afspeelde op Twitter, was vreselijk. Alleen maar haatreacties van mensen die dachten dat hij dronken was. Pas toen zijn ziekte ter sprake kwam, was hij ineens ’dapper’ en ’een held’. Ik heb nog lang contact gehad met Fernando, tot hij mij via WhatsApp een laatste bericht stuurde dat het niet meer ging. Dan breekt toch je hart? Het vervolgboek over zijn ziekte heb ik niet uitgegeven. Dat voelde niet goed. ALS, een soort martelgang richting de dood, daar zat niets leuks meer in.”

Waarom zit je zelf nooit aan tafel bij Veronica Inside?

„Omdat ik niet op tv wil. Als ik daar ga zitten, ben ik bang voor een soort Tommy Cooper-moment. Dat ik een hartverknettering krijg en iedereen denkt: ze acteert het. Ik ben wel blij dat mijn vader er een tegengeluid kan geven op de huidige vertruttingsmaatschappij. Het moet toch een keer afgelopen zijn met het niets meer kunnen zeggen en overal aanstoot aan nemen? Dat er een generatie opstaat die daar klaar mee is? Hij krijgt genoeg haat en heeft zelfs eens beveiliging nodig gehad. Maar wanneer hij dan een keer van de trap valt, komt er dan ook een stortvloed aan steunbetuigingen. Van Lodewijk Asscher tot Dirk Kuijt, ik heb ze allemaal aan de lijn gehad. Dat had ik echt niet verwacht. Men kan trouwens twitteren tot ze een ons wegen: Johan heeft geen sociale media en leest het dus toch niet. Hij heeft er alleen al drie dagen over gedaan om zijn nieuwe iPhone aan te krijgen.”

 

Beangstigt zijn leeftijd je?

„Ik ben me bewust van zijn sterfelijkheid, hij is 72, maar ik prijs me ook gelukkig met hoe ouderen tegenwoordig in het leven staan. Kijk eens hoe actief ze vaak nog zijn! Dan krijg je het woord ’bejaarde’ toch haast je strot niet uit? Dan zie ik mezelf soms nog als een grote kleuter. Het confronteert mij meer dat ik 41 ben – een paar maanden ouder dan mijn moeder ooit is geworden. Ik vraag me af welke lessen ze mij in het leven nog had kunnen meegeven, zoals Johan doet. Hij drukte me altijd op het hart geen grijze muis te worden. Altijd zwart of wit, maar nooit ertussenin. Nu is er al ophef als mensen zich naakt laten zien in een programma. Wat is daar mis mee? Al ben ik zelf dan wel weer behoorlijk preuts. Ik ga het liefst in een duikpak naar het strand.”

Welke tripjes met je vader staan je nog bij?

„Hij wilde heel graag een keer naar New York. Uiteindelijk zaten we samen in klein hotelkamertje en gedroegen we ons als echte toeristen. Ook wandelden we eens door Londen. Stond hij plotseling stil voor een poster van de musical Jersey Boys. Ik heb een grondige hekel aan musicals, wat hij wist, waardoor hij er niet over durfde te beginnen. ’Johan, wil je graag naar deze musical?’, vroeg ik. Zaten we een dag later in die zaal.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra
menu