Zo redden Nederlands best getrainde militairen honderden evacués uit Afghanistan. Hamid Karzai International Airport was de laatste plek op aarde waar je wilde zijn

Leden van Nederlands best getrainde militaire eenheden begeleidden afgelopen week de evacuaties vanuit Kabul. De operatie was er bij uitstek eentje voor de MARSOF mariniers, marechaussees van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten en de commando’s. Dat vertellen oud-leden van het Korps Commandotroepen, de eenheid die het leeuwendeel van de beveiligingsgroep leverde.

Foto:

Foto: Telegraaf

Hamid Karzai International Airport was donderdagavond de laatste plek op aarde waar je wilde zijn. Met explosies die bij de ingang van de luchthaven de levens van zeker negentig mensen eisten. Waaronder die van twaalf Amerikaanse militairen. Anderhalf week eerder zag de wereld hoe op het vliegveld hordes vluchtelingen over de startbanen tussen taxiënde toestellen door renden. Sommigen van hen klampten zich radeloos aan de toestellen vast en gingen een zekere dood tegemoet. Als er een hel bestaat, dan zou het er heel goed zo uit kunnen zien.

Luitenant buiten dienst Sander is een van de zeldzame mensen die dat anders zien. De voormalig ploegcommandant van het Korps Commandotroepen (KCT), die ook in Afghanistan diende en tegenwoordig in de gespecialiseerde veiligheidssector actief is, zag vooral een mooie klus. Een gelegenheid om te doen waar leden van speciale eenheden voor worden opgeleid en getraind.

Groot probleem

„Er was een groot probleem dat snel moest worden opgelost. Dat gebeurde in nauw overleg met de crisisstaf in Den Haag, maar uiteindelijk weet de vent op de grond het beste wat er moet gebeuren. Nee, dat is niet vervelend, we zijn het wel gewend”, zegt de oud-militair, die na zijn tijd in het veld ook stafmedewerker bij het speciale eenhedencommando SOCOM was.

„In een situatie als deze gaan alle seinen op groen om je werk te kunnen doen. Dat is fijn, zeker als je jaren stand by was en weinig mooie missies had zoals het KCT. Mensen die belangrijk zijn voor Nederland weghalen is mooi en zinnig werk waarmee je graag op tv wordt gezien. Het speelt ook mee dat er mensen in Kabul zaten die met de tolken hebben gewerkt die moesten worden geëvacueerd. Dat geeft extra persoonlijke motivatie.”

„Bij een inzet als deze ga je het vliegtuig in met twintig procent info over de situatie waar je wordt ingezet, en kijk je verder wat er op je af komt. Ter plekke is het eerste wat je doet contact leggen met de grote bondgenoten, de Amerikanen en de Britten, en lokale partners. Als klein land heb je hun steun nodig hebt om te kunnen functioneren. Vanaf het moment dat je aankomt is het werken onder hoogspanning met te weinig mensen en middelen. Zoals altijd eigenlijk. De jongens zijn het gewend.”

Creatieve oplossingen

Oud-commando Gerard zou, als hij nog het uniform had gedragen, de missie graag hebben uitgevoerd. Vooral omdat het een opdracht is die volgens hem een beroep doet op de intelligentie van de militairen en hun vermogen met creatieve oplossingen te komen waarbij ze geen schot hoeven lossen. Een in zijn ogen onderbelichte kant van wat speciale eenheden doen, en eentje waarvan hij als inlichtingenspecialist veel weet.

„Natuurlijk moet je kunnen vechten als het nodig is”, legt de sergeant b.d. uit. „Maar de kracht van het KCT is dat je verder denkt dan de vinger aan de trekker. Niet iedereen kan dat, maar daar word je op geselecteerd. Je moet diplomaat en krijger zijn. Ik denk dat je nu in Kabul je dominante militaire houding vooral van je moet afschudden en moet proberen op alle manieren mensen weg te krijgen. Dat doe je vooral met een goed netwerk.”

Volgens de sergeant begint een evacuatieoperatie als deze al in Nederland. Door contact te zoeken met hier wonende Afghanen kunnen de militairen belangrijke informatie over de aanwezigheid van de Taliban, controleposten en toegang tot nog in Kabul aanwezige potentiële helpers krijgen. Deze vertrouwenspersonen kunnen ze op pad sturen om ongezien en ongemerkt inlichtingen te verzamelen en evacués voor te bereiden op hun vlucht.

Google Maps

„Je ziet vaak dat evacués naar een centraal punt worden gedirigeerd, zodat de mensen die ze komen ophalen zich niet te pletter hoeven zoeken naar elk huisje. In Nederland heb je Google Maps op je telefoon wat je prima de weg wijst, maar in Kabul werkt dat wat minder”, weet Gerard dankzij uitzendingen naar Afghanistan uit eigen ervaring. „Een lokale bron kan ervoor zorgen dat de mensen op een bepaalde tijd bij het verzamelpunt zijn. Tegelijkertijd moet je ook via zulke locals contacten leggen met de Taliban.”

Gerard was als oud-commando niet betrokken bij de evacuatie, dus hij kan niet zeggen of er door evacués en Nederlandse diplomaten is gesproken met de terreurbeweging die het land eerder deze maand overnam. Bronnen van De Telegraaf rond de operatie melden dat er zonder meer contact was. Onder andere op de manier die de sergeant schetst, dus via lokale vertrouwenspersonen.

De bietenbrug op

Het is volgens Gerard essentieel. Bijvoorbeeld om bussen waarmee vluchtelingen naar het vliegveld gaan langs controleposten te krijgen. „Daarover moet je afspraken maken die vervolgens goed horen te worden doorgegeven aan de lokale commandanten en lui die op de checkpoints staan. Zij moeten horen dat er een bus met Nederlanders langskomt en dat zij die langs moeten laten. Wordt dat niet geregeld dan kan je de bietenbrug op gaan.”

„Of het vreemd en moeilijk is om te praten met de Taliban? Nee. Er valt in zulke situaties altijd te wheelen en te dealen. De Taliban denken: wat zit er in voor ons? Ze kunnen wel alle vluchtelingen doden, maar wat schieten ze daarmee op? Als commando moet je uitvinden hoe de belangen liggen en wat je daarmee kan. Waarbij je, als het nodig is, jezelf nederig opstelt. Het is misschien niet leuk om op je knieën te gaan, maar als je daarmee je vluchtelingen weg krijgt, dan is het de beste strategie om je doel te bereiken.”

Op de evacuatie was met name vorige week de nodige kritiek. Nederland zou vergeleken met de Fransen en Britten te laat zijn begonnen. Ook kwam de vraag waarom de leden van onze speciale eenheden niet zoals deze bondgenoten evacués gingen halen, maar op het vliegveld bleven om ze bij de poort op te wachten. Dinsdag meldde het ministerie van Defensie dat ook Nederlandse militairen de stad in zouden gaan, maar wat ze daar precies hebben gedaan blijft onduidelijk. De oud-commando’s temperen verwachtingen over wat onze speciale eenheden hadden kunnen doen of hebben gedaan in Kabul.

Heimelijk opereren

Ze kennen er volgens de luitenant en de sergeant prima de weg. Zij zeggen het niet, maar breed bekend is inmiddels dat commando’s er jarenlang de beveiligers van medewerkers van de Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst waren. Ook voor MARSOF mariniers en BSB’ers die bij de operatie betrokken waren geldt dat ze in Sanders en Gerards ogen goed heimelijk kunnen opereren. Maar als klein land met een dito troepenaantal loopt Nederland volgens de oud-commando’s snel tegen grenzen aan. Met name omdat de sterkte van ondersteunende eenheden zoals logistiek, geneeskundige troepen en inlichtingen beperkt is.

„We hadden geen heli’s zoals de Duitsers en de Amerikanen, dat beperkt je mogelijkheden. En als het fout gaat, heb je als klein land de steun van partners nodig die voor een fallback optie moeten zorgen. En dan is er nog de politieke wil nodig om dit soort dingen te doen…”, laat Sander een veelzeggende stilte vallen. Zijn oud-collega knikt. Maar aan de operators zal het volgens hem nooit liggen. „Die willen maar één ding: iedereen halen en in veiligheid brengen.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra
Afghanistan
menu