Zou het territorium van de Krikati, een van de pakweg driehonderd inheemse volkeren in Brazilië, bij een volgend bezoek nog bestaan? | column Nina Jurna

Iedere week staat in de bijlage van DVHN een column van Onze Vrouw/Man, een mediacorrespondent uit een ander continent.

Nina Jurna in Rio.

Nina Jurna in Rio. Eigen foto

Soms korte harde klanken en dan weer lange uithalen. Gefascineerd luister ik naar de taal van de Krikati, de inheemse groep, die ik een paar dagen volg, diep in de Amazone. ,,Als buitenstaanders ons horen praten’’, vertelt de cacique van het dorp, de traditionele leider, ,,dan denken ze dat we de hele tijd ruzie met elkaar maken’’. Ik schiet in de lach, want dat dacht ik inderdaad ook even.

Ik ben in de Braziliaanse deelstaat Maranhão, een uur of vier vliegen vanuit mijn woonplaats Rio de Janeiro. Hier wonen de Krikati, een van de nog pakweg driehonderd inheemse volkeren in Brazilië. Vóór de invasie van de Portugezen in Brazilië, in de 16e eeuw, woonden er in het precolumbiaanse Brazilië naar schatting 15 miljoen oorspronkelijke bewoners. Het aantal is door eeuwen van kolonisatie teruggelopen naar zo’n 900.00 inheemsen.

In het dorp waar ik samen met de fotograaf logeer wordt een rouwperiode van bijna een jaar afgesloten met een driedaags feest. Tussen de hutten van klei, hout en af en toe wat stenen huisjes, zitten mannen en vrouwen die zich beschilderen met jenipapo, een zwarte kleurstof die uit een plant komt. Sierlijke krulvormen maar ook rechthoekige lijnen worden op gezicht, armen en benen getekend.

Ik maak een reportage over de bedreigingen waar de Krikati mee te maken hebben. Niet alleen is hun leefgebied door massale ontbossing en klimaatverandering enorm uitgedroogd en praktisch veranderd in een woestijn, maar daarnaast worden ze ook bedreigd door indringers in hun territorium zoals illegale boeren, houtkappers en jagers. Sinds het aantreden van de ultrarechtse president Jair Bolsonaro, die een economische agenda boven het behoud van de Amazone stelt, en de inheemsen en zelfbeschikking binnen hun territorium als een sta-in-de-weg-ziet, staat alles verder onder druk.

Om zich te verdedigen tegen indringers zijn de Krikati daarom een soort militie begonnen, ,,Beschermers van het Land van de Krikati’’ noemen ze zich. In het Portugees: Guardiões do Territorio Krikati . Bewapend met jachtgeweren, gestoken in camouflagekleding en op motoren patrouilleren ze in hun gebied. Ik interview de leden van de groep in het Portugees, maar dat is niet hun moedertaal.

,,Ik was pas veertien jaar toen ik Portugees leerde spreken’’, vertelt Yontep me, de vrouwelijke leider van de groep. ,,Als ik me echt moet uitdrukken dan kan ik dat het beste in het Krikati. Ik denk in het Krikati, ik droom in mijn taal, en in het Krikati zijn ook de verhalen aan mij als kind verteld en zijn de liedjes voor mij gezongen’’, legt ze uit.

Ik moet denken aan mijn jeugd in Nederland en de bezoeken aan mijn Friese adoptiefamilie waar soms dan ook werd overgeschakeld in het voor mij raadselachtige Fries. Ik leerde de woordjes van wat ik lekker vond (sûkerbôle) en wat kinderliedjes in de taal van mijn Friese oma (beppe noemden we haar niet, mijn opa was daarentegen wel pake). Ik zong wat regels uit die liedjes in zelfbedachte versjes jaren later voor mijn kinderen in Suriname, waar ik op zoek naar mijn roots, bijna elf jaar woonde.

Thuis in het dorp Paasloo waar ik opgroeide werd bij ons geen Fries gesproken. Daarvoor hadden mijn adoptieouders -hoewel beiden afkomstig Leeuwarden- te lang ‘buiten’ gewoond, onder meer in Amsterdam. ‘Pake’ is van die vervlogen Friese woorden overigens wel intact gebleven: mijn kinderen noemen mijn vader ‘Opa Pake’ waarbij ze lange tijd dachten dat ‘Pake’ zijn voornaam was.

Behalve hun eigen taal spelen de grenzen van hun territorium bij de Krikati een belangrijke rol. Mateus, de broer van Yontep, legt me uit hoe de grens loopt terwijl we door het gebied rijden. ,,Nu zijn we buiten ons territorium’’, zegt hij. De weg verhardt, in de verte staat een boerderij. Na een stukje rijden draaien we een bospad in. ,,Dit is weer ons gebied.’’

Ook bij mijn ouderlijke huis in Paasloo liep een grens. Dwars door ons huis om precies te zijn. Mijn vader nam nieuw bezoek vaak eerst even mee naar buiten, naar de groene brievenbus voor het huis waar de grens begon die vervolgens dan precies door de woonkamer liep, zo legde hij uit. Het linkerdeel van de kamer is namelijk Friesland, de rechterkant ligt in Overijssel. Mijn vader woont nog steeds in het ouderlijke huis en kan het grensverhaal nog altijd kleurrijk vertellen.

Grote gevolgen voor ons heeft de curieuze situatie nooit gehad, maar voor de Krikati is de grens een gevecht om hun voortbestaan. Net als vele honderden andere inheemse groepen kregen de Krikati eind jaren tachtig, in het kader van de zogeheten demarcação , oftewel afbakening, zeggenschap over hun historische gronden.

Dit proces, dat overigens nog steeds niet voor alle inheemse groepen is afgerond, staat momenteel onder druk, omdat er een wetsvoorstel ligt waarbij inheemse volkeren zoals de Krikati hun land dreigen te verliezen. Zou bij een volgend bezoek het territorium van de Krikati nog bestaan? Yontep zegt iets in haar taal. Opnieuw korte klanken gevolgd door een lange uithaal. ,,Wie zich als een vriend op stelt is altijd welkom’’, vertaalt ze nu in het Portugees. ,,Zelfs als wij geen land meer hebben.’’

Onze V/M

Nina Jurna (Renkum, 1969) is sinds 2015 correspondent Latijns-Amerika voor de NRC. Ze studeerde journalistiek op de Hogeschool Windesheim in Zwolle. Ze is geadopteerd door Friese ouders en groeide op in Paasloo, op de grens van Overrijssel en Friesland. Ze woonde en werkte 11 jaar in Suriname als correspondent. Ze woont in Rio de Janeiro, Brazilië.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra
Onze V-M
Column
menu