Ahmad Almshaal kan iedere klus klaren, maar zijn grote passie heeft de Syriër verloren: 'Ik vind bijen leuk. Niet gips'

In de stroeve coronasamenleving waarin afstand de norm is, steekt discriminatie gemakkelijk de kop op. Want onbekend maakt onbemind. Vandaar een serie portretten van Groningers en Drenten die een stap extra moeten doen om de wereld bij te benen. Vandaag deel 9: Syriër Ahmad Almshaal, imker zonder bijen.

Ahmad Almshaal is de 150 bijenkasten die hij in Syrië had, voor altijd kwijt. ,,Ik vind bijen leuk, niet gips.''

Ahmad Almshaal is de 150 bijenkasten die hij in Syrië had, voor altijd kwijt. ,,Ik vind bijen leuk, niet gips.'' Foto: Siese Veenstra

Dat hij allergisch is voor bijen en na een steek direct naar het ziekenhuis moet, heeft Amhad Almshaal (53) altijd voor lief genomen. Hij is gek op bijen. Die liefde is niet verdwenen, ook niet nadat hij vluchtte uit het Syrische stadje Quneitra, zijn thuis. Waar hij imker was van enorme bijenkoloniën te midden van olijfbomen. Hij weet dat er, acht jaar na zijn vlucht, weinig rest van de boomgaard en de bijenvolken.

,,Ik heb nu vijf kasten bij een dierenboerderij in Hoogezand’’, vertelt Almshaal. Het is klein bier in vergelijking met zijn oude koloniën. ,,Ik had 150 kasten, die drie tot vier ton honing per jaar opleverden’’, zegt hij. Via een foto op zijn telefoon laat hij zien hoe het was. Een vrachtauto, volgeladen met plastic bijenkasten, staat op een bergweggetje. In het beige dal op de achtergrond ligt zijn geboortestad. Niet alleen had hij daar plek om te imkeren, hij had er zijn eigen huis.

Rijtjeswoning in Hoogezand

Nu woont hij in een rijtjeswoning in Hoogezand. Een enorme hoekbank vult er drie muren. Zijn vrouw en twee dochters vullen zijn verhaal nu en dan aan of helpen hem vertalen. Almshaal spreekt Nederlands, maar soms heeft hij hulp nodig met het vinden van de juiste woorden.

De televisie die het nieuws uit de Arabische wereld vertelt, is net uitgeschakeld. Almshaal volgt het nieuws nog dagelijks. Sinds de Arabische Lente tot een oorlog leidde, is vrijwel alles kapotgeschoten in zijn vaderland. Er is geen diesel, geen oogst. Eten is schaars, de prijzen zijn hoog. ,,Vroeger was 1 dollar 74 lira waard. Nu is dat 3000 lira. Alles is duurder geworden, maar het salaris is hetzelfde.’’

Almshaal heeft maar één woord voor de teloorgang van zijn thuisland: ‘vervelend’.

In 2012 bereikte de oorlog Quneitra. Almshaal doet alsof hij een machinegeweer afvuurt in de lucht: ,,Terroristen’’, zegt hij.

Zijn zoon werd opgepakt door de geheime politie. Iemand met dezelfde naam had tegen het Syrische regime geschopt. ,,Ik heb 2000 dollar betaald om hem vrij te krijgen.’’

Met het hele gezin aan het werk

Daarop besloot het gezin te vluchten. Via Damascus naar Libanon en Istanbul. Daar was het geld van de familie op. In de Turkse hoofdstad ging het hele gezin, op de jongste die 7 was na, aan het werk in de bouw of een naaiatelier. Toen er genoeg geld was voor een overtocht, vertrok de vrouw van Almshaal met een bootje naar Griekenland.

Hij kijkt haar trots aan: ,,In 49 dagen liep en liftte ze naar Nederland.’’

Ze kwam aan in de eerste maand van 2015. Via een gezinshereniging konden de andere gezinsleden in juni van datzelfde jaar met het gespaarde geld overvliegen.

,,Het is hier heel anders, dat maakt het moeilijk’’, zegt Almshaal. ,,Alles moest opnieuw.’’

Niet alleen verschilt de taal enorm van zijn moedertaal. Met grote verbazing merkte hij hoe het ’s zomers in Nederland pas ’s avonds laat donker wordt. In Syrië is het nooit om 11 uur donker. ,,Het is dan midden in de nacht.’’ En in Nederland zijn regels. Zoveel regels.

Leren van elkaar

Almshaal heeft nooit gestudeerd. Tenminste, niet zoals dat gebruikelijk is in Nederland, met studiekeuzes, schoolbanken en uiteindelijk een diploma. ,,Het gaat anders. Je kijkt bij de koeien, je kijkt bij de bouw en de bijen. Je gaat aan het werk op de plek waar je het het leukste vindt.’’

Bijenhouden leerde hij in de praktijk, bij andere imkers. Zoals zij het de afgelopen eeuwen van generatie op generatie hebben overgedragen. ,,Wij hielpen elkaar en leerden van elkaar.’’ In de beginjaren werkte hij bij als klusser, tot hij stapje voor stapje voldoende verdiende met zijn bijen.

Zo is hij handig met gereedschap én hij heeft bergen kennis over bijen vergaard. ,,Ik zie wanneer ze ziek zijn en weet welke medicijnen ze nodig hebben. Ik zorg ervoor dat ze de winter goed doorkomen. Hier in Nederland? Imkers doen te weinig tussen de herfst en de lente.’’ In die periode is de bijensterfte in Nederland veel te hoog, vindt hij.

Het plan was in Nederland opnieuw te beginnen met een professionele bijenhouderij. ,,Dat is niet gelukt. Je moet grond hebben en dat heb ik niet.’’ Wel rondde hij met succes een cursus tot bestuivingsimker af. De kasten die hij nu heeft, ziet hij als hobby.

Plan B

Zijn geld verdient hij met ‘plan B’: klussen. Stukadoren, tegels zetten, wc’s en badkamers bouwen. ,,Ik kan alles’’, zegt hij. Op Werkspot.nl, een vacaturesite, staan lovende beoordelingen over hem. Een kleine greep: ,,Hij was erg prettig in de omgang en altijd netjes op tijd.’’ ,,Hij is een harde werker, stopt niet voordat de klus geklaard is en denkt altijd mee.’’ ,,Een aardige man die zijn werk goed doet.’’

Nee, hij wil niet werken voor een aannemer, daar heeft hij slechte ervaringen mee. ,,Ik heb drie maanden stage gelopen, onbetaald. Ze vonden dat ik helemaal niets goed kon doen.’’

De ramadan viel tijdens zijn stage. Voor moslims is het een periode van vasten tussen zonsopgang en zonsondergang. Zijn collega’s verklaarden hem voor gek en maakten grappen over zijn niet eten en drinken.

Almshaal kon er niet om lachen. Hij deed zijn werk secuur en zo goed mogelijk, zegt hij. Hij vraagt zich af: waarom werd hij zo behandeld? Hij zegt dat het hem heeft gekrenkt, als persoon en als gelovige.

Terug?

,,Ik kan prima mijn eigen werk doen’’, zegt hij. Daarom begon hij zijn eigen bedrijf. Zijn familie helpt hem met het vinden van opdrachten door te netwerken en werkopdrachten te vertalen. Het gaat goed, zegt hij. Hij heeft het druk. Toch is hij niet helemaal gelukkig: ,,Ik vind bijen leuk. Niet gips.’’

Af en toe stuurt hij geld naar zijn hoogbejaarde ouders, die nog in Syrië wonen. ,,Het is maar een beetje. In dit huis moeten ook rekeningen betaald worden.’’ In Syrië is het gebruikelijk dat de jongere generatie de oudere ondersteunt. Door de oorlog heeft die sociale structuur een klap gekregen.

Die zal nog lange tijd nagalmen. Almshaal denkt niet dat hij ooit weer in Syrië zal wonen. Hooguit zal hij het land bezoeken als hij er op vakantie gaat. ,,Ik zou alles opnieuw moeten opbouwen. Mijn kinderen studeren nu hier en krijgen hun diploma ook hier. Ze doen het goed.’’

Hij besluit: ,,Syrië was een mooi land, waar we van elkaar hielden. Nu is er alleen nog maar haat.’’


De serie ‘Bekend maakt bemind’ maken we samen met het Discriminatie Meldpunt Groningen en CMO STAMM in Drenthe en is een afgeleide van het Groningse project ‘Verhalen van Nu’. Meer informatie over discriminatie of zelf melding maken: www.discriminatie.nl

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu