Wandelen met Max de Krijger: Dansen door de bossen bij Staverden

. Foto: Max de Krijger

In het noorden van de Veluwe maken we een dansje door de bossen en zwieren over heidevelden langs een sfeervolle schaapskooi en fraaie landgoederen. Het vorig jaar uitgestippelde Speuldepad toont het mooiste van de streek.

We staan klaar voor de start in de binnenstad van Staverden, al oogt het hier niet als een stad. Rondom staat slechts een handvol huizen, een kasteel en heel veel bos. Toch heeft Staverden al sinds het jaar 1291 stadsrechten. Maar na de aanleg van havezate, bijgebouwen en grachtenstelsel besloot de graaf van Gelre rond 1320 om af te zien van de grootschalige stadse ideeën.

Slechts 52 mensen zijn inwoner van deze als buurtschap vermomde stad, die geldt als de kleinste stad van de Benelux. We draaien een paar rondjes door de tuinen en langs de grote vijver. Daarna de brasserie – de voormalige oranjerie – voor een krachtige kop koffie en dan langs het kletterende waterrad en een winkeltje met streekinformatie. Net voor het kerkje van Staverden duiken we het bos in en lijken we opgeslokt.

Het kristalheldere water van de Staverdense Beek volgt ons op de voet

Stromend kristalhelder water volgt ons op de voet. Het is de Staverdense Beek die de Veluwe ontdoet van overtollig vocht. We pakken de folder van dit Gelderse Klompenpad erbij: ‘Op een aantal plekken is zand gestort dat de beek zelf gaat verspreiden. Ook is veel dood hout in de beek aangebracht. Op sommige plekken zal de beek tijdelijk overstromen en het dode hout zorgt dan voor stroomversnellingen waardoor grindbedjes ontstaan. Dat zijn geschikte plekken voor vissen en andere beekorganismen om hun eitjes af te zetten. De takken vormen ook uitstekende schuilplaatsen voor vissen.’ Fijn om te lezen, natuur wordt hier gekoesterd.

Het murmelende geluid werkt op de blaas. De koffie hadden we misschien moeten overslaan, maar gelukkig dient de mogelijkheid voor een sanitaire stop zich aan in het eveneens piepkleine Leuvenum. Met woningen en boerderijen voor ongeveer 65 inwoners is ook dit niet echt een megalomaan bouwkundig project geweest.

Leuvenum is zonder stadsrechten, maar heeft wel een eigen havezate. Gebouwd tussen 1921 en 1923, zo vertelt de brochure. Vanaf de toegangspoort is hij te zien. De horeca van De Zwarte Boer is in het dorp ons doel; bijna dansend lenigen we de hoge nood en kiezen daarna voor een gezond sapje. Nippend lezen we over de geschiedenis van deze uitspanning.

Herberg De Zwarte Boer was eeuwenlang een pleisterplaats voor handelaren en reizigers

De Zwarte Boer ligt aan een kruispunt van oude hessenwegen; de herberg was eeuwenlang een pleisterplaats voor handelaren en reizigers. Naast het hotel-restaurant staat nog een oude doorrijschuur of doorrit. Hier reed de menner met paard-en-wagen aan de ene kant naar binnen om de volgende dag zonder te hoeven keren de schuur aan de andere kant te verlaten. Nu zou zoiets een drive-through heten.

De beek kiest een andere richting, bos en heide omringen ons nu. We steken de weg over en lopen op het randje van de Ermelosche heide. We zien kleine bulten, grafheuvels van duizenden jaren oud. Volgens de route moet je linksaf het bos in, maar we zijn zo eigenwijs om een stukje rechtdoor te lopen. Het geblaat van de schapen is te aanlokkelijk om dat niet te doen.

Het eerste is al snel te zien, daarna volgen er meer. Ze hebben flinke oren, zijn groot, lang en staan hoog op de poten. De kop is ongehoornd en kaal en het lijf matglanzend en vrij grof behaard, kop en poten hebben soms vlekken. De staart is lang en vol wol. Zo worden deze dieren omschreven, maar ze ogen boven alles gewoon lief en aardig. Hallo, Veluws heideschaap! Nieuwsgierig komen ze dichterbij.

Sprookjesachtig, betoverend en rustgevend zijn de sleutelwoorden van het Speulder- en Sprielderbos

Na de heide dansen ineens bomen om ons heen, die zich met weelderige kronkels en sierlijke bochten naar de hemel richten. Sprookjesachtig, betoverend en rustgevend zijn de sleutelwoorden van het Speulder- en Sprielderbos bij de buurtschap Drie.

Op deze oude lanen reden eeuwenlang paarden met karren vol handelswaar. En koetsen met notabelen. Het koninklijk huis liet in de 16de eeuw zelfs een laan aanleggen vanaf Het Loo in Apeldoorn, zodat ze snel op deze rijke jachtvelden waren. Die laan voert dwars door een grafheuvel, want de royals houden niet van omwegen.

Dit stuk Veluwegroen is geen oerbos. Niettemin zijn Speulder- en Sprielderbos al meer dan 250 jaar oud. De bomen die krullend een weg naar het licht vinden zijn natuurlijke zaailingen. Wilde varkens en herten knaagden jarenlang aan de stammen, waardoor de bomen soms in nogal vreemde vormen groeiden. Uitspanning Boshuis Drie ligt tussen de zwierige bomen, het is een geschikte plek voor de lunch.

Daarna volgt het buurtschap Speuld, naamgever van dit Klompenpad. Speuld of Speulde komt al in 1313 voor als Spelde. De naam is mogelijk afgeleid van het oud-Nederlandse woord ‘spel-doorn’, dat verwijst naar de sleedoornhagen die hier rond de akkers groeiden. Met doornhagen beschermde de kleine agrarische nederzetting de levende have tegen roofdieren.

Na nog meer heide en bos pakken we de beek weer op en volgen andermaal het kabbelende water. Een vreugdedansje volgt, want na een paar stappen uit het bos zijn we terug in de binnenstad van Staverden.

Bezeten monniken en heksen

Het Solse Gat ligt niet op de route van dit Klompenpad, maar is gemakkelijk te belopen vanaf Boshuis Drie. Het is een kuil met water in het bos met de dansende bomen. Vanaf een heuveltje kijk je de – naar Nederlandse begrippen – diepte in. De bekende tekenaar Rien Poortvliet vond hier inspiratie voor zijn kabouterboeken.

Het verhaal gaat dat hier een klooster heeft gestaan, met bezeten monniken en gekke heksen die uitbundig dansten en feestvierden met drank en vuur. Als straf voor dit zondig leven verzwolg de aarde deze bezeten plek. Dit gat herinnert hieraan.

Meer geloofwaardig is dat hier een ijsklomp heeft gelegen in de ijstijd. Nadat deze was weggesmolten, haalden de boeren uit de regio de achtergebleven vruchtbare grond weg op deze plek. Door dat afgraven is hier een bijzondere vegetatie ontstaan. Sleutelbloem en bosanemoon hebben hier hun wortels.

Hoeveel Kilometer is het Speuldepad?

Het Speuldepad telt 16 kilometer, maar is uiteraard een paar kilometer langer wanneer de schaapskooi en het Solse Gat ook worden bezocht. De route is aangegeven met bordjes met daarop klompjes. Startpunt is parkeerplaats Landgoed Staverden, Uddelermeerweg in Ermelo. Het Speuldepad is een van de Gelderse Klompenpaden. Kijk voor meer informatie op www.klompenpaden.nl

Nieuws

Meest gelezen

menu