Hoeveel koolmezen en vlinders zag jij dit voorjaar? Ecoloog Jan Doevendans uit Groningen: Vogels sterven de hongerdood

Het is slecht gesteld met de kool- en pimpelmezen in ons land, zegt ecoloog Jan Doevendans (66) uit Groningen. ,,Ze hebben gebrek aan eten.’’

Ecoloog Jan Doevendans haalt het nest van een koolmees uit de nestkast.  Bij zijn huis op vakantiepark Suyderoogh in Nationaal Park Lauwersmeer heeft de 66-jarige ecoloog een tuin van 2000 vierkante meter waar hij al 25 jaar onderzoek doet en waar het wemelt van de vogels.

Ecoloog Jan Doevendans haalt het nest van een koolmees uit de nestkast. Bij zijn huis op vakantiepark Suyderoogh in Nationaal Park Lauwersmeer heeft de 66-jarige ecoloog een tuin van 2000 vierkante meter waar hij al 25 jaar onderzoek doet en waar het wemelt van de vogels. Foto: Corné Sparidaens

Jan Doevendans woont in Groningen, tegen het Noorderplantsoen aan en in zijn achtertuintje nestelen tal van vogels. Daar zorgt hij wel voor. Bij zijn huis op vakantiepark Suyderoogh in Nationaal Park Lauwersmeer heeft de 66-jarige ecoloog een tuin van 2000 vierkante meter waar hij al 25 jaar onderzoek doet en waar het wemelt van de vogels.

Groenlingen, appelvinken, goudvinken, koolmezen, grauwe vliegenvangers, nachtegalen. ,,In deze tuin wonen wel dertig soorten’’, zegt hij.

Hij maait er ternauwernood, hij laat zo veel mogelijk planten bloeien, opdat er insecten op afkomen en vogels. Welke vogels, hoe veel het er zijn, wat ze wegen, of ze jongen krijgen – hij houdt het allemaal bij door ze te volgen, te vangen en te ringen. Doevendans is wetenschapper.

Bezorgde wetenschapper

Een bezorgde wetenschapper, want hij heeft nog maar drie jonge koolmezen gezien dit jaar. Ze komen om van de honger, zegt hij.

 

,,Heb jij dit voorjaar vlinders gezien? Nauwelijks, hè? Er zijn geen rupsen. Van de insecten is 80 procent verdwenen, de resterende 20 procent werd wakker uit de winterslaap en liep tegen een te lage temperatuur aan. Het moet 14 graden zijn en het is dit jaar veel te lang te koud geweest.’’

Vandaar dat hij voor het eerst een grote voederbak in zijn tuin heeft geplaatst waar de vogels gretig gebruik van maken. De zaden en pitten zijn te groot en te vet voor de jongen. Goed voedsel – rupsen – voor de jongen is er te weinig, waardoor die nu te zwak zijn om uit te vliegen.

Hij opent een nestkast die een paar weken geleden een nest met vijf jonge koolmezen telde. Hij vreest, gezien de vlooien en mestkevers (‘doodgravers’) op het nest, dat geen van de jongen nog leeft. In het nest treft hij één dode jonge koolmees. Wat hem meevalt. De andere vier zijn uitgevlogen.

Meer ruimte voor natuur

Debet aan de vogel- en insectensterfte is de mens, zegt Doevendans. ,,Er zou minder ruimte moeten zijn voor de mens, meer voor de natuur.’’

 

Hij foetert op de hang naar geld waardoor de natuur het ondergeschoven kindje is. ,,Als je straks van Lauwersoog naar Groningen rijdt, zie je links en rechts de groene dood. Eindeloos grasland waarin geen bloem te bekennen is en dus geen insecten en dus geen vogels. Dat de katten de grote boosdoeners zijn, is niet waar. Het échte probleem is de mens. Geen diersoort vervuilt z’n eigen nest zo erg als de mens. We draaien de natuur de nek om.’’

Hij denkt dat het tij nauwelijks nog te keren is, maar toch, als hij rondkijkt in het Lauwersmeergebied zegt hij dat de basis er nog is. Volgens Doevendans moet de politiek betere keuzes maken voor de natuur. En ieder individueel mens ook. ,,Laat bloemen staan, blijf van het gif af, zorg voor variatie in je tuin en hark ’m niet te keurig aan. Laat bij grasmaaien en snoeien altijd 20 procent staan. Vogels en insecten hebben het nodig dat ze in je tuin kunnen eten, drinken, schuilen en wonen. En wij ook.’’

 

‘Waarom maaien jullie?’

Anna Schwab is beleidsmedewerker groen en ecologie van de gemeente Groningen. Ze zegt dat het wereldwijd inderdaad slecht gaat met de insecten en zodoende ook met de vogels, omdat die afhankelijk zijn van insecten. Volgens haar past de gemeente het beleid stap voor stap aan. ,,Het gaat niet zo hard, omdat het ook een kwestie van geld is. Maar de gemeente zorgt steeds vaker voor bloeiende bermen en groenstroken, door bollen te poten waardoor er vroeg in het voorjaar al bloemen bloeien en door meer variatie: niet alleen maar gras. Ook maait de gemeente gefaseerd, zodat er voedsel blijft voor insecten.’’

Schwab zegt te merken dat steeds meer Groningers het belang van biodiversiteit inzien. ,,De gemeente krijgt steeds vaker de vraag waarom er gemaaid wordt. Vroeger was het veel vaker andersom. Dan vroegen de mensen waarom we nog níet gemaaid hadden.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu