Monnikenwerk aan Sint Jacobuskerk in Uithuizen: Irma Ballast en Rens Bonekamp maken elk stukje glas zorgvuldig schoon

Het wemelt in Noord-Nederland van de unieke historische gebouwen. Die restaureren is een vak apart. We nemen een kijkje bij zes bijzondere projecten, en spreken de ambachtslieden die eraan werken. In dit verhaal de restauratie van de glas-in-lood-ramen van de 160-jaar oude katholieke Sint-Jacobus de Meerderekerk in het Groningse Uithuizen.

In het atelier aan het werk.

In het atelier aan het werk.

Je kunt de restauratie van de glas-in-loodramen van de katholieke Sint-Jacobus de Meerderekerk (1861) in het Groningse Uithuizen gerust een megaklus noemen. 24 gigantische ramen met in totaal 277 glazen panelen worden nauwgezet één voor één verwijderd, schoongemaakt, hersteld en teruggeplaatst. Per paneel zijn glazeniers Irma Ballast (64) en Rens Bonekamp (59), verantwoordelijk voor dit omvangrijke project, twee à drie dagen bezig. Ze hopen eind 2022 klaar te zijn. Een optimistische inschatting, als je bedenkt dat ze pas dit voorjaar met de bulk van het werk zijn begonnen.

 

„Eigenlijk zouden we al begin 2020 starten”, vertelt Ballast in hun ‘Atelier voor glastoepassing’, in een statig herenhuis aan de Groningse Turfsingel. „Maar door corona kwam alles maanden stil te liggen.” Uiteindelijk gingen ze vorig jaar augustus met een proefraam aan de slag, afgelopen april met de rest. Momenteel werken ze aan de vijf ramen (met elk twintig panelen) van het koor. Op drie ervan zijn schilderingen van heiligen te zien, de andere twee hebben geometrische patronen. Eind deze maand hopen ze ze allemaal terug te plaatsen. Tot dan zijn de honderd ‘gaten’ in het koor dichtgetimmerd met houten platen.

 

Oude rotten

Ballast en Bonekamp werken al sinds 1988 samen in hun eigen atelier. Maar dat ze glazenier zouden worden, lag helemaal niet voor de hand. Er is Nederland namelijk geen speciale opleiding voor het maken van glas-in-lood. „De meesten van ons zijn bij toeval in het vak gerold”, aldus Bonekamp. Zo ook hij en Ballast. Beiden volgden in de jaren ‘80 een opleiding tot meesterschilder en kwamen voor een stage in een glasatelier terecht. Daar werden ze gegrepen door de magie van het glas.

Vier decennia later zijn ze oude rotten in het vak, die door heel Nederland worden ingehuurd. Meestal voor restauratiewerk, bijvoorbeeld aan kerken of oude huizen. Maar ze maken ook nieuwe glaskunst, zoals 70 meter panelen voor de fietsenkelder van het Groningse treinstation Europapark en enorme panelen voor het nieuwe stadhuis van Zaanstad. Juist die afwisseling houdt het interessant. „Restauratiewerk in de eigen provincie is wel extra speciaal”, vindt Ballast. „Het is fijn om het erfgoed in onze regio te kunnen helpen bewaren.”

 

Roest

Daar komt zogezegd wel heel wat bij kijken. Voor ze aan een raam beginnen, plakken de glazeniers eerst ter plaatse de panelen helemaal af met een soort plakband. Dit om te voorkomen dat er tijdens het verwijderen stukjes beschadigd glas uitvallen. Dan bikken ze voorzichtig de voegen uit en halen ze de panelen uit de sponningen. Gewikkeld in folie gaan die vervolgens mee naar hun atelier. Daar maken ze een afdruk van het paneel en meten ze elk glaasje nauwkeurig op.

Dan start het echt ambachtelijke werk, te beginnen met het verwijderen van het oude lood, de voornaamste bron van schade aan glas-in-loodramen.

„Onder invloed van zuurstof en water oxideert lood”, legt Bonekamp uit. „De roest die dan ontstaat, heeft een groter volume dan het oorspronkelijke materiaal en neemt dus meer ruimte. De veroorzaakte druk leidt uiteindelijk tot haarscheurtjes of zelfs barsten in het glas. Honderd jaar is meestal wel de maximumtijd dat een glas-in-loodraam meekan. Daarna moet je het lood echt vervangen om verdere schade te voorkomen. Wat dat betreft hebben de ramen in Uithuizen, waar sinds de bouw niets aan is gedaan, het uitzonderlijk lang uitgehouden.” Of de Groningse aardbevingen hebben bijgedragen aan het huidige verval, durven hij en Ballast niet te zeggen.

Brandschilderen

Als het lood is verwijderd, maken de glazeniers elk stukje glas zorgvuldig schoon. Kapotte ruitjes zonder afbeelding vervangen ze door nieuwe. Beschadigde gebrandschilderde ruitjes (dus met een afbeelding) proberen ze zoveel mogelijk te behouden door ze te lijmen. „Restaureren betekent voor ons: zoveel mogelijk behouden wat er is”, betuigt Ballast. „Dat geldt zeker voor oude schilderingen. Alleen als een ruitje te veel beschadigd is, brandschilder ik een nieuw stukje.”

 

Ook dat is trouwens een vak apart. Glas beschilderen gebeurt in verschillende lagen. Eerst brengt Ballast met donker pigmentpoeder de contouren van de tekening op het glas aan. Vervolgens gaat dat voor de eerste keer in de oven, op een temperatuur van zo’n 650 graden Celsius. Daarna volgt een geschilderde schaduwlaag, de ‘grisaille’, en een nieuwe ovenronde. Voor zowel de contouren als de grisaille gebruikt ze verfpoeders met metaaloxide, gemengd met water en een bindmiddel. In de oven brandt het bindmiddel weg en versmelt het poeder met het glas, waardoor het inbrandt. „Het resultaat is in principe voor eeuwig”, besluit ze. „Eenmaal ingebrand verkleurt het nooit. Het ultieme bewijs zijn de oudst bekende glas-in-loodramen, uit 1050, in de Dom van het Duitse Ausburg. Die zijn nog altijd even kleurrijk.”

Magie

Zijn alle ruitjes van een paneel compleet, dan worden ze opnieuw in lood gevat en ingewassen. Nadat de panelen ook rondom zijn voorzien van nieuw lood, kunnen ze weer naar de kerk. Ook het terugplaatsen doen de glazeniers overigens zelf. Een klus waar je, gezien de immense bouwsteigers die ze tientallen keren beklimmen, geen hoogtevrees voor moet hebben. Als het laatste paneel van een raam op z’n plek zit en de zon erdoor naar binnen schijnt, baadt de kerk in gekleurd licht. Het lijkt haast alsof de afbeeldingen op de ramen tot leven te komen. Ongetwijfeld precies wat de oorspronkelijke makers meer dan een eeuw geleden voor ogen hadden. De magie van het glas-in-lood doet weer zijn werk.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu