Drie opvarenden Frisia kwamen om het leven: Reder deels schuldig, maar geen strafoplegging

Reddingswerkers zijn op en rond de omgeslagen schelpenzuiger vergeefs op zoek naar de opvarenden van de Frisia. Foto: Onderzoeksraad\KLPD

De rechtbank Amsterdam heeft reder Matthijs van der Ploeg uit Zoutkamp schuldig bevonden in de strafzaak rond de ramp met schelpenzuiger Frisia. Echter zonder strafoplegging.

Justitie hield reder Van der Ploeg en diens ex-bedrijfsleider verantwoordelijk voor de dood van de driekoppige bemanning en eiste werkstraffen van 180 uur tegen beiden. Het OM eiste ook boetes van elk 60.000 euro tegen de bedrijven De Rousant en Van der Ploeg Beheer bv.

De Frisia verging in december 2010 boven Terschelling. Daarbij stierven schipper Jan Tuin (46) en stuurman Jannes Lap (49), beiden uit Leens, en matroos Steven van den Broek (19) uit Groningen.

Niet gebaat bij vergelding

De rechtbank legt de rederij geen straf op. De rechtbank zegt ,,rekening te houden met het feit dat hij ernstig financieel nadeel heeft geleden. In de rederij zijn bovendien kostbare veranderingen doorgevoerd om de veiligheid van medewerkers beter te waarborgen.”

,,De eigenaar heeft op zitting aangevoerd dat binnen de bedrijven inmiddels van alles is gedaan om herhaling te voorkomen. De rechtbank heeft geen enkele reden om daaraan te twijfelen. Ook gaat de rechtbank ervan uit dat de nabestaanden niet zijn gebaat bij verdere vergelding.”

,,De rechtbank houdt ten slotte ook rekening met de persoonlijke gevolgen voor de eigenaar, die 7 jaar lang in de negatieve belangstelling heeft gestaan.”

Bedrijfsleider vrijgesproken

De bedrijfsleider van het scheepsreparatiebedrijf dat verbonden was aan de rederij is vrijgesproken. Volgens de rechtbank ,,droeg hij gezien zijn positie geen verantwoordelijkheid voor fouten van de rederij”.

Het kapseizen van de Frisia was het gevolg van verschillende oorzaken, oordeelt de rechtbank. Zo nam de schipper een route, die bij de voorspelde sterke wind en hoge golven te gevaarlijk was.

Ook waren niet alle openingen goed afgesloten, zodat bij overslaande golven water in het schip kon stromen. Deze schipper bleek niet de juiste vaarbevoegdheid te bezitten.

,,Omdat de rederij en de eigenaar moeten zorgen voor de juiste bemanning zijn zij medeverantwoordelijk voor de fouten die de schipper heeft gemaakt. Daarnaast konden de waterloospoorten van het schip niet worden geopend, waardoor veel meer water in het ruim kon blijven staan. Voor dit gebrek is de rederij verantwoordelijk: die moet zorgen voor een goed functionerend schip.”

Niemand wilde dit

Het is, volgens de rechtbank, duidelijk dat de dood van de bemanning door niemand is gewild. Er is dan ook geen sprake van opzet. Van “dood door schuld” is sprake als de dood is veroorzaakt doordat iemand aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gehandeld.

Dat is naar het oordeel van de rechtbank precies wat er in deze zaak is gebeurd. De rechtbank wijst er uitdrukkelijk op dat dit een juridische benaming is en zeker niet betekent dat de rederij en de eigenaar de enige “schuldigen” zijn.

Bij de rederij en de eigenaar is, volgens de rechtbank, geen sprake van wanbeleid of laksheid ten aanzien van de veiligheid van medewerkers. Ze hebben fouten gemaakt, maar niet zo veel en zo ernstig als men zou kunnen denken na lezing van het OVV-rapport.

Was het schip zeewaardig?

De rechtbank is tot andere conclusies gekomen dan de OVV, in het bijzonder ten aanzien van de gebreken aan het schip. De conclusie van de OVV, dat het schip niet zeewaardig was, kan de rechtbank niet onderschrijven.

De Onderzoeksraad voor Veiligheid concludeerde dat de Frisia niet zeewaardig was, kampte met talrijke mankementen en dat de bemanning gebrekkige overlevingspakken had.

„De rederij heeft verzuimd te zorgen voor een zeewaardig schip en heeft daarmee de veiligheid van de bemanning in gevaar gebracht”, aldus de Onderzoeksraad. Na lezing van dit rapport deed Erik van den Broek, de vader van de overleden matroos Steven, aangifte tegen de rederij.

Nalatig en laks

Ook justitie oordeelde na het eigen strafrechtelijke onderzoek ‘Pantera’ dat nalatig en laks is gehandeld, met onvoldoende aandacht voor de veiligheid. Volgens officieren van justitie Sachs en Kubicz hebben de verdachten de dood van de drie bemanningsleden natuurlijk niet gewild. „Maar de lakse houding heeft er wel voor gezorgd dat drie mensen zijn overleden.”

Volgens de verdachten heeft de schipper het ongeval zelf veroorzaakt. Ondanks een waarschuwing voer hij toch tegen harde wind en hoge golven over de Noordzee met zijn open ruim vol schelpen. Door het opspattende water liep zijn schip vol en kapseisde het.

Bedrijfsleider B. voelt zich ‘afgeslacht’ door de Onderzoeksraad. Het rapport leidde tot een strafzaak. Hij had nooit aan dat onderzoek moeten meewerken, stelt hij nu. Zelfs Erik van den Broek, vader van de verdronken matroos Steven, kwam tijdens de rechtszaak tot de conclusie dat het gewraakte rapport „enige nuance” behoeft.

De uitspraak van de rechtbank werd een half uur verlaat om Erik van den Broek in de gelegenheid te stellen om aanwezig te zijn in de rechtbank in Amsterdam. De aangever hoorde enkele uren voor het vonnis van Dagblad van het Noorden dat er vervroegd uitspraak werd gedaan. Justitie had verzuimd hem hierover in te lichten.

Vader tevreden over vonnis

Vader Erik van den Broek zegt ,,helemaal tevreden” te zijn over het vonnis. ,,Dit is het maximaal haalbare. Door de strafzaak blijkt dat het inktzwarte beeld dat opsteeg uit het rapport van de Onderzoeksraad toch niet helemaal klopte.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu