Duizend keer bijstandsfraude in Noorden, terwijl wet wankelt

Bijna 1000 bijstandsgerechtigden in Groningen en Drenthe zijn het afgelopen jaar aangemerkt als fraudeur. Ondertussen lijkt de strenge bijstandswet zijn langste tijd te hebben gehad.

Hoogleraar sociaalzekerheidsrecht Gijsbert Vonk.

Hoogleraar sociaalzekerheidsrecht Gijsbert Vonk. Foto: Corné Sparidaens

Sociaal rechercheurs die in dienst zijn van gemeenten mogen ver gaan bij het opsporen van bijstandsfraude. Heel ver, zegt Gijsbert Vonk, hoogleraar sociaalzekerheidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). „Huiszoekingen, data combineren van huisvuilpassen met energierekeningen, soms liggen sociaal rechercheurs zelfs in de heg”, somt Vonk op. „Van verdachte bijstandsgerechtigden worden enorme profielen opgemaakt en bijgehouden.”

De bijstand staat volop in de aandacht. Aanleiding is het inmiddels beruchte geval van de vrouw in de gemeente Wijdemeren. Zij kreeg wekelijks een tas boodschappen van haar moeder maar gaf deze ‘inkomsten’ niet op aan de gemeente, terwijl dat wel verplicht is. Gevolg: 7000 euro terugbetalen inclusief boete voor overtreding van de inlichtingenplicht.

Een golf van verontwaardiging ging in december door Nederland. De menselijke maat bij fraudecontrole zou zijn verdwenen, met de toeslagenaffaire, waarover het kabinet is gevallen, nog vers in het achterhoofd.

Een meerderheid in de Kamer staat sindsdien open voor het afschaffen van een boete voor mensen in de bijstand die een fout hebben gemaakt. Gemeenten moet zelf kunnen beslissen wanneer zij een boete opleggen en of zij die ook terugvorderen.

Slecht jaar voor opsporing

Voor de inlichtingendiensten en sociaal rechercheurs die bijstandsfraude moeten opsporen was 2020 geen makkelijk jaar. Door corona konden zij bijvoorbeeld geen huiszoekingen doen en vonden minder individuele gesprekken plaats, waardoor minder bijstandsfraude is opgespoord dan in andere jaren. Dat blijkt uit antwoorden op vragen die Dagblad van het Noorden stelde aan alle Drentse en Groningse gemeenten.

De 22 Drentse en Groningse gemeenten kennen gezamenlijk zo’n 30.000 bijstandsgerechtigden. Daarvan zijn vorig jaar 986 aangemerkt als fraudeur. De participatiewet dwingt gemeenten alles terug te vorderen. In totaal gebeurt dat bij 846 gevallen. Hele kleine bedragen, de zogenoemde ‘kruimelbedragen’ van soms niet meer dan een euro, worden in sommige gevallen alsnog kwijtgescholden.

Het totaalbedrag aan fraude komt uit op iets minder dan 2 miljoen. De teruggevorderde bedragen lopen per geval sterk uiteen. Zo wil de gemeente Oldambt van een uitkeringsgerechtigde een bedrag van meer dan een ton terug hebben, terwijl een Assenaar van zijn gemeente een terugvordering kreeg van niet meer dan 1,38 euro.

Nauwelijks ruimte in de wet

De bijstandswet kent een strakke definitie van fraude. „Elke cent moet worden gemeld”, zegt de hoogleraar socialezekerheidsrecht Gijsbert Vonk. „Doe je dat niet dan overtreed je de inlichtingenverplichting, moet je alles terugbetalen en word je als fraudeur gezien”. Bij de meeste fraudegevallen in het Noorden gaat het om verzwegen inkomsten, of kloppen adresgegevens niet waardoor iemand een te hoge uitkering ontvangt. Iemand woont dan bijvoorbeeld samen, terwijl hij of zij als ‘alleenstaand’ geregistreerd staat.

De strikte regels van de bijstandswet zorgen ervoor dat het gros van de bijstandsgerechtigden op enigerwijze en al dan niet bewust fraudeur is, legt Vonk uit. Voor zijn onderzoeken sprak hij veel mensen in de bijstand. Daarin kwam de hoogleraar de nodige ‘overlevingsstrategieën’ tegen, zoals hij dat noemt. „Als je langdurig op de bijstand bent aangewezen is dat armoede. Dus je moet wat”, zegt Vonk.

Denk aan oppassen op de kleinkinderen, kinderkleren verkopen via Marktplaats, schoonmaken. Maar soms is het ook minder onschuldig, zegt Vonk. „In Groningen en Drenthe hebben we daar misschien nog niet zo heel veel last van, maar het alternatieve circuit met softdrugs is ook een bekende overlevingsstrategie.”

Het maakt uit waar je woont

„Er zit een raar soort schemergebied tussen wat als gift wordt gezien, en wat niet. Per gemeente verschilt dat ook nog weer eens”, zegt Vonk.

Landelijk worden de Groningse en Drentse gemeenten gezien als de sociale hoek van Nederland. Toch maakt het uit in welke gemeente iemand woont. Noordelijke gemeenten heb namelijk geen eenduidig beleid. Sommige gemeenten beoordelen per ‘gift’ wat toegestaan is. Anderen stellen de maximumgrens op 750 euro per jaar. Weer een andere gemeente stelt het bedrag van de maandelijkse bijstand als norm voor de giften, terwijl ook een gemeente de bovengrens op 1700 euro stelt.

Werkplein Drentsche Aa is de uitvoeringsorganisatie voor de gemeenten Assen, Tynaarlo en Aa en Hunze. Drentsche Aa zegt per geval te bekijken wat wel door de beugel kan en wat niet. „Als iemand vertelt elke week boodschappen van haar moeder te krijgen omdat diegene in een duur huis woont, zijn we daar blij mee”, zegt directeur Arjan Schonewille. „Dan kijken we eerst waar de vaste lasten omlaag kunnen. Tot die tijd zeggen we: oké die boodschappen mogen strikt formeel niet, maar we kijken het door de vingers. Zodra u een goedkoper huis heeft, gaan we kijken naar de boodschappen.”

De gemeentelijke verschillen bestaan omdat de afgelopen jaren voor het beleid veel ruimte is gecreëerd, legt Vonk uit. Maar op handhaving zijn gemeenten verplicht tot terugvorderen. „Geeft iemand inkomsten niet op? Dan moeten er sancties volgen. Die vrijheid voor gemeenten is op dat punt beperkt”, aldus vonk.

Toch zit het ‘echte’ probleem rondom de bijstandsfraude niet bij de uitvoering en de handhaving van de wet, beargumenteert Vonk. „De ijzeren logica van de bijstand dwingt mensen die vitaliteit ten toon spreiden om iets van hun leven te maken, via hobby’s als dj’en, oppassen, of spullen verkopen via marktplaats, de illegaliteit in. Alles wat je potentieel ten gelde kan maken, en je niet ten gelde maakt, is dus strafbaar gedrag en levert boetes en terugvorderingen op.”

Hij juicht het plan om gemeenten zelf te laten bepalen of ze de boete bij overtreding daadwerkelijk opleggen dan ook toe. Vonk: „Een uitstekend plan: rekening houden met de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van het geval.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu