Vanaf het boerenerf in Groningen en Drenthe: 'Een boer geeft soms overlast. Het is niet anders'

Dagblad van het Noorden vertelt elke zaterdag verhalen vanaf het boerenerf in Groningen en Drenthe. Vandaag gaat het over de soms moeizame relatie tussen boeren en hun buren. En hoe zit het met de waardering voor boeren?

Een koe siert een oprit van een boerderij in Bedum. De kloof tussen boeren en de stad is veel kleiner dan velen denken.

Een koe siert een oprit van een boerderij in Bedum. De kloof tussen boeren en de stad is veel kleiner dan velen denken. Foto: Kees van de Veen

Dat het soms flink knettert tussen boeren en hun buren leert een blik in de kranten van de afgelopen maanden. Inwoners van Tinallinge, onder de rook van het tot mooiste dorp van Nederland gekozen Winsum, lopen te hoop tegen het plan van een boer om een megastal voor ruim negenhonderd koeien te bouwen. Ze zijn bang voor het verpesten van hun uitzicht en dreigen met juridische stappen als de gemeente groen licht geeft.

In de Bokkenbuurt in Doezum ontspoort de relatie tussen een aantal omwonenden en een maatschap. De boeren hebben, tot woede van enkele buren, in een kleinschalig weidegebied een aantal bomen laten rooien en sloten uitgegraven, waardoor het landschap is strakgetrokken. Ook willen ze een nieuwe, grotere dam aanleggen, zonder over een vergunning te beschikken. Gesprekken tussen beide partijen leveren tot verdriet van ChristenUnie-wethouder Bert Nederveen niets op. ,,Jammer, de verhoudingen waren altijd goed.’’

Aan de stok

In Ter Apel krijgt een boer met een plan voor een megastal voor zevenhonderd melkkoeien het aan de stok met natuurvereniging IVN en een aantal bewoners. In een emotioneel betoog voor de Raad van State beschuldigt hij het IVN van dierenmishandeling, omdat koeien in zijn huidige stal veel te weinig ruimte hebben.

In de gemeente Westerveld is de teelt van lelies, waarbij kwistig van bestrijdingsmiddelen gebruik wordt gemaakt, al jaren een steen des aanstoots. De Drentse bollenboeren, die zeggen zich aan alle wettelijke regels en voorschriften te houden, worden geconfronteerd met achterdocht van omwonenden. Die eisen spuitvrije zones, meer onderzoek en maatregelen om hen tegen mogelijke gevaarlijke stoffen te beschermen.

Mee vallen

Kommer en kwel dus, die verhouding tussen boer en buur? Heeft de samenleving de buik vol van de landbouw?

Dat blijkt reuze mee te vallen. De landelijke Agrifoodmonitor, een tweejaarlijks onderzoek van de Wageningen Universiteit waarin sinds 2012 wordt gekeken naar de waardering van de maatschappij voor boeren en tuinders, vertelt een ander verhaal. Uit de dit jaar gepubliceerde editie blijkt dat de erkenning voor boeren en tuinders juist voor het eerst in jaren zelfs iets toeneemt - boerenprotest of niet.

,,Alleen de varkenshouderij en de pluimveehouderij hebben echt een lagere score. Ze doen het minder goed op vertrouwen en betrokkenheid, op die factoren gaat het mis. En op diervriendelijkheid en milieuvriendelijkheid scoren ze ook slecht’’, zegt projectleider dr. Marleen Onwezen.

Afstand

Het valt de sociaal psycholoog op dat hoe meer kennis mensen hebben van het boerenbedrijf, des te positiever er over wordt gedacht. ,,Afstand is belangrijk. Hoe kleiner die is, hoe beter voor de boer. Mensen die zelf een boer kennen, denken gunstiger over de landbouw. Men waardeert in deze coronatijd ook duidelijk dat producten uit de regio komen.’’

Welke invloed heeft het boerenprotest? ,,Tja, dat is lastig. Er is veel gebeurd in de afgelopen twee jaar. We zien een soort tweedeling. Mensen die positief staan jegens de landbouw oordelen ook gunstig over de boerenacties. En wie negatief is over de sector, is dat ook over de protesten. Daar heb je die boeren weer, zeggen sommige mensen dan. Ik denk dat het voor de landbouw wel belangrijk is om antennes te houden voor de samenleving.’’

Samenleving

Jan Bloemerts, regiobestuurder van LTO Noord uit Lhee, beaamt dat volmondig. Boeren moeten niet met de rug naar de samenleving gaan staan, vindt hij. ,,Wat je ziet is dat de afstand tussen de boer en zijn omgeving groter wordt. Vroeger had iedereen wel iemand in de familie die boer was. Of je zat op school bij de boerenkinderen in de klas. Dat is niet meer zo. Er zijn veel minder boeren en het aantal blijft afnemen. Sommige boeren schalen flink op, andere stoppen. Boeren verdwijnen uit delen van het land. Door dat alles verandert de verhouding tussen boeren en burgers. Er is een stuk verbinding weg.’’

In Duitsland komt hij wel eens in dorpen waar nog een landbouwer woont. ,,Soms echt midden in het dorp. Dat vind ik altijd een prachtig gezicht. Dat boertje midden in het dorp zorgt voor loyaliteit. Het geeft directe betrokkenheid, zo iemand is echt het gezicht van de landbouw. Mensen komen over de vloer op de boerderij en krijgen zo meer begrip voor boeren.’’

Wrange vruchten

Het stoppen van agrariërs is echter niet het enige dat speelt op het platteland. De samenleving blijft ook gestaag veranderen en verder individualiseren. Mensen zijn minder geneigd rekening te houden met elkaar. Het noaberschap s taat onder druk, signaleert Bloemerts. Boeren plukken daar af en toe de wrange vruchten van.

,,Een boer geeft soms overlast. Dat is nodig, hij moet nu eenmaal mest uitrijden of andere werkzaamheden uitvoeren waar de buurt iets van merkt. Dat geeft tegenwoordig wel eens problemen en dat is jammer. Je zou willen dat mensen dat accepteren.’’

Maar, benadrukt Bloemerts: het geven en nemen heeft twee kanten. ,,Accepteer dat er soms overlast is. Dat geldt voor de burger én de boer. Die moet ook rekening houden met anderen. Ik woon zelf naast een hotel en let er bij werkzaamheden altijd op of de wind niet verkeerd staat. Ik heb ook nog nooit ruzie met de buren gehad en daar prijs ik me gelukkig om. Maar mensen weten me ook altijd te vinden.’’

Vooroordelen

Toch staan de boeren er misschien veel minder slecht op dan ze zelf vaak denken. Zo bleek eind vorig jaar uit een onderzoek van Nieuwe Oogst dat Randstedelingen in grote meerderheid zijn gecharmeerd van agrariërs. Ruim 95 procent vindt dat de ‘hardwerkende’ boeren en tuinders belangrijk zijn voor het platteland.

Omgekeerd werd ook pijnlijk duidelijk dat boeren weinig op hebben met stedelingen. Die zouden niets weten over het leven op het platteland en vooroordelen koesteren. Bijna driekwart van de boeren gelooft dat inwoners van de Randstad denken dat boeren de hele dag op klompen lopen en praten in dialect.

Hoezo dus geen kloof? ,,Tja, wij hebben indicaties dat die kloof juist minder wordt. De waardering is er en neemt nog steeds iets toe. Er is vertrouwen’’, houdt Onwezen vol.

Ook Bloemerts houdt moed. ,,Die schaalvergroting is er, die gaat door. Er zijn steeds minder boeren. De resterende boeren moeten gewoon zorgen dat ze de luiken open houden.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu