Een kop vol woorden

Tien minuten was Jan Siebo Uffen, de Groninger schrijver die in de kop van Drenthe woont, dood. Hij bewonderde een muur met regenboogkleuren, maar het was nog niet zijn tijd. Een week voor de Dag van de Grunneger Toal een interview met de man die harder dan ooit schrijft, vertaalt en doet. ,,Ik kan nog 25 jaar vooruit, maar het kan morgen ook afgelopen zijn.’’

FOTO MARCEL JURIAN DE JONG

FOTO MARCEL JURIAN DE JONG

Toen Jan Siebo Uffen op 18 juli 2012 aan de hemelpoort verscheen, was Petrus niet blij hem daar te zien. ,,Hij zei: wat doe jij hier, een Groninger schrijver die in de kop van Drenthe woont, alsof ik nog niet genoeg aan mijn hoofd heb. Kom later nog maar eens terug!’’ Uffen (Noordlaren, 1942) werd wakker en was zich van geen kwaad bewust. ,,Euforisch door de morfine en ander slaapvruchtspul. Een bijgedachte: laat me nu slapen. Zó wegdrijven uit het leven had ik niet erg gevonden.’’ In het ziekenhuis hadden ze hem anderhalve dag laten slapen, koud gehouden, nadat hij op de tennisbaan in zijn woonplaats Annen in elkaar was gezakt. ,,Ik weet nog dat ik een muur met regenboogkleuren heb liggen bewonderen, een variatie op het licht aan het eind van de tunnel. Ik was verrukt. Ik was tien minuten dood. Dat heb ik mij laten vertellen, zelf weet ik er niets meer van. Ja, ik weet nog dat ik naar de tennisbaan zou, de rest is gewist. Ik had het geluk dat er iemand op de tennisbaan was die kon reanimeren.’’ Hij kreeg een pacemaker en een inwendige defibrillator. ,,Mij is verzekerd dat die het nog doen als ik al dood ben.’’ Een lach.

Nieuws

menu