Mijn Streek: Een paar gezichten van het Lauwersmeergebied

Het Lauwersmeergebied is meer dan alleen water en rietkragen. Wandelend dringt de impact van de mens op het gebied pas echt door.

In de haven van Lauwersoog.

In de haven van Lauwersoog. Foto: Paul Straatsma

Nieuwsgierigheid en verbazing. Twee woorden die ik wil onthouden, voor het moment dat ik de tocht ga beschrijven. Om het samen te vatten. Ik wandel tussen de oever van het meer en het dorp Lauwersoog. De herfst is in alles.

Het water, links van me, is leeg: geen zeilboten of surfplanken, laat staan badgasten, wél de rimpelige weerkaatsing van de zon en een groep meerkoeten die watertrappelend opvliegt. Rechts van me vullen recreatiewoningen de ruimte tussen het eigenlijke dorp en het water.

Slechts een enkele is dit moment van het jaar bewoond. Er valt weinig gezelligheid te bespeuren, noem het desolaat, maar dat mag in de herfst.

Paaltjes

Wandelen bij het Lauwersmeer heeft veel gezichten, is meer dan alleen water en de rietkragen daaromheen. Bovenstaande is er ook één, net als de haven met de sluizen, en later nog de zeedijk. Het wandelknooppuntennetwerk heeft overal paaltjes staan, ik neem aan niet voor niets.

Om voor mezelf te spreken: niet plekken die ik een-twee-drie zou uitkiezen voor een tocht. Juist daardoor vind ik het leuk, voel ik zelfs iets van spanning, is er die nieuwsgierigheid en verbazing. Als wandelaar zie je dingen anders, scherper, zeker nu in de herfst, als de drukte van de zomer voorbij is.

Een voorbeeld: de inrichting van het gebied. Hier een lange houten vlonder – voorzien van kippengaas, anders glijd je uit – daar een kajuit, losgesneden van zijn schip, op een kunstmatig strandje. Moet een poging zijn om verbinding te houden met het verleden, de visserij, de afsluiting van Lauwerszee. Een kiepkar probeert hetzelfde, tenminste dat neem ik aan, een andere reden voor de bakken roest langs het pad kan ik niet bedenken. ‘Dit is wat mensen ervan maken’, schiet door me heen.

Mastenparade

Die haven, nog een voorbeeld dat wandelend de omgeving meer binnen komt. Alles is veel groter dan ik dacht, en met veel meer schepen dan ik me had voorgesteld. Hoeveel zijn er nodig om te mogen spreken van een mastenparade? Het gros ligt aan de steigers aan de overkant.

Aan de kade vlakbij ligt een vissersboot, de vangst is net gelost, een man spuit het dek schoon. Ik heb zicht op het tafereel, zittend op een bolder, met een portie kibbeling, gehaald bij de heuse drive-in, een nieuwigheid in tijden van corona. Even iets warms voor ik dadelijk via de dijk koers zet naar de Marnewaard.

Een paar jaar terug wandelde ik met strandjutter en fotograaf Dirk Bruin op Vlieland. Hij liet me een foto zien die hij daags ervoor gemaakt had: twee prachtige Jan-van genten gestikt in een stuk touw dat ze beiden voor vis hielden, ,,achteloos overboord geflikkerd”.

Aan de vloek en de boosheid van Bruin moet ik denken als ik langs de dijk wandel. Tot tweemaal toe zie ik een dooie meeuw, de een dobberend in het water, de ander aangespoeld. Nee, de doodsoorzaak weet ik niet, maar niets zou me verbazen. Nee geen fraai gezicht, wel iets wat past bij de grens van water en vaste land, die vergankelijkheid.

Parkachtig

‘Dit is wat mensen ervan maken’ geldt misschien nog wel meer bij het stuk dijk na de haven. De dijk is deels geasfalteerd, je kunt het onmogelijk mooi noemen. De paar kilometer is een kwestie van doorbijten en kijken over het Wad, met Schiermonnikoog erachter. Dat Wad is prachtig, maar ziet er niet altijd zo uit. Maar geloof het of niet, ik vind het heerlijk hier te lopen.

Toch, natuur is wat mij betreft hét gezicht van het Lauwersmeergebied. En al kom ik er niet vaak, die paar keer dat ik in de Marnewaard was, voelde ik me helemaal senang, en stoort het me zelfs niet dat het een beetje parkachtig aandoet. Nu ook weer.

Ik heb het geluk dat ik het gebied voor me alleen heb, wat ongetwijfeld samenhangt met het tijdstip: aan het einde van de middag van een doordeweekse dag. En je moet ook het geluk hebben dat het militair oefenterrein niet gebruikt wordt. De pakweg 5 kilometer tussen de dijk en het eindpunt van de route kom ik niemand tegen.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
Mijn Streek
menu