Elke dag vlees eten doen we al niet meer, maar we moeten bijna de helft minder gaan consumeren. De eerlijke vleesprijs is een plan van 50 wetenschappers om dat voor elkaar te krijgen

Maak vlees ieder jaar 1 tot 3 procent duurder, dan gaan mensen vanzelf minder vlees eten. Het is de oproep van vijftig wetenschappers aan informateur Mariëtte Hamer. De brief komt op dezelfde dag als nieuwe CBS-cijfers waaruit blijkt dat meer Nederlanders vlees (af en toe) laten staan.

Een klant bij de vleesafdeling in een spermarkt.

Een klant bij de vleesafdeling in een spermarkt. Foto: DVHN|Archief

In het klimaatakkoord is afgesproken dat wij in Nederland 40 procent minder vlees gaan eten. De beste manier om dit te bereiken, is door een eerlijker prijs voor vlees te gaan betalen. Dat zeggen wetenschappers van de universiteiten van onder meer Groningen, Wageningen, Rotterdam en Amsterdam. „Een eerlijke prijs is nodig omdat veel mensen zeggen dat ze minder vlees willen eten, maar daar niet in slagen. En het helpt degenen die minder gemotiveerd zijn hun gedrag te veranderen.”

Helft minder

Groninger econoom Dirk Bezemer is een van de ondertekenaars van de brief. Hij legt uit dat in een eerlijke prijs alle kosten verwerkt zijn. Niet alleen arbeid en grondstoffen, daar betalen we nu ook al voor, maar bijvoorbeeld ook de kosten van CO2-, fijnstof- en stikstofuitstoot en het waterverbruik. Dat zijn maatschappelijke kosten, waar nu niemand voor betaalt.

„Het belangrijkste doel is het veranderen van het consumentengedrag. Uit onderzoek blijkt dat als we de prijs geleidelijk laten stijgen zodat we in 2030 30 procent meer moeten betalen, we dan gemiddeld genomen de helft minder vlees gaan eten”, aldus Bezemer. Die verandering levert bovendien een uitstootafname op van 4,2 miljoen ton broeikasgassen, waarvan 2,7 in Nederland.

In centen is de uiteindelijke eerlijke vleesprijs ongeveer 20 eurocent meer (minder voor kip, meer voor rood vlees) stellen de wetenschappers. „Er is ook een steekproef gedaan en bijna 70 procent van de mensen zegt voor een eerlijker vleesprijs te zijn. Er zijn duidelijke signalen dat de maatschappij aan het veranderen is”, aldus Bezemer.

Flexitariërs

Cijfers van het CBS die op dezelfde dag verschenen stellen ook dat Nederlanders minder vlees zijn gaan eten. Vlees is blijkbaar geen dagelijkse kost meer voor 8 op de 10 Nederlanders. En een derde van de bevolking is in 2020 minder vlees gaan eten. In 2020 zei 35 procent van de 18-plussers dat ze in de voorafgaande 12 maanden minder vlees zijn gaan eten dan daarvoor.

Hoe vaak komt er dan een lapje vlees of een kippenpootje op tafel? Zo’n 45 procent van de 18-plussers zegt volgens het CBS maximaal vier dagen in de week vlees te eten (de flexitariërs). De helft zet 5 dagen in de week of vaker vlees op tafel. En 5 procent zegt nooit vlees te eten. Ongeveer twee derde van de mensen die geen vlees eten, eten nog wel vis (pescotariërs).

Bal gehakt

We gaan niet meer tot het naadje voor de dagelijkse bal gehakt, dat ziet Bezemer ook. Daarom heeft hij er vertrouwen in dat de brief en het plan opgepakt worden in Den Haag. „Natuurlijk liggen er een hoop brieven op tafel bij de formatie, maar er komen nu regelmatig signalen dat de maatschappij in deze richting verandert. Dat heeft invloed op de politiek.”

Bovendien is deze brief geen ongefundeerde oproep tot minder vlees. Het is een onderzoek naar de vraag: als we 40 procent minder vlees willen gaan eten, hoe pakken we dat dan op de beste manier aan. Zo moeten boeren en consumenten gecompenseerd worden. Een deel van de opbrengst van een hogere vleesprijs (450 tot 600 miljoen euro per jaar) kan daarom besteed worden aan subsidies voor boeren om milieu-, natuur-, klimaat- en diervriendelijke maatregelen te nemen.

Een ander deel van de opbrengsten is er om huishoudens te compenseren. Het btw-tarief voor groente en fruit kan omlaag van 9 naar 5 procent. En er zou een compensatie moeten komen voor 40 procent van de laagste inkomens. Bezemer: „Je raakt mensen met lagere inkomens harder, omdat zij een groter deel van hun inkomen besteden aan eten. Het voorstel moet dus gepaard gaan met compensatieregelingen, want een eerlijke transitie is belangrijk.”

Regenwoud

Het plan klinkt logisch en heeft de onderbouwing. LTO, de ondernemersorganisatie voor Nederlandse boeren en tuinders, staat achter de brief van de wetenschappers. Het roept de vraag op waarom deze verandering niet eerder werd ingezet. „Er was een rotsvast geloof dat je niets aan de markt moet veranderen”, stelt Bezemer. „Maar we zien dat als je de markt helemaal zijn gang laat gaan, de regenwouden straks weg zijn en we meer te maken krijgen met infectieziektes zoals corona.” Ook het idee dat de overheid meer kwaad dan goed doet, kreeg door de pandemie een optater. „Het denken is verschoven.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
Coronavirus
menu