Groninger parels behouden? Prachtige plannen lopen vaak stuk op twee punten: euro's en invulling

Statige boerderijen met glas-in-loodramen of eeuwenoude fabrieken waar arbeiders jaren geleden ploeterden. Historische panden vertellen een verhaal. Hoeders van het erfgoed doen er alles aan om monumenten te behouden, maar stuiten vrijwel altijd op dezelfde obstakels: wat moeten we ermee en hoe betalen we het.

Boerderij De Haver, gebouwd in 1894, ging gebukt onder de gevolgen van de gaswinning. Nu wordt het pand opgeknapt door Stichting Het Groninger Landschap.

Boerderij De Haver, gebouwd in 1894, ging gebukt onder de gevolgen van de gaswinning. Nu wordt het pand opgeknapt door Stichting Het Groninger Landschap. Foto: Geert Job Sevink

Droogloodsen - vernuftige schuren waar vroeger bakstenen lagen te drogen in Groningen - bestaan vrijwel niet meer. Behalve in het Groningse Garrelsweer. De resten van Steenfabriek Enzelens staan daar te verpieteren. Liefhebbers van de fabriek willen karakteristieke elementen van het pand behouden. De vraag is alleen: wat moet je met droogloodsen? En waar kan zo’n schoorsteen staan?

Groningen en Drenthe staan bomvol historische panden zoals van melkfabrieken en borgen. De herinnering aan vroegere tijden in leven houden is voor veel liefhebbers van erfgoed hartstikke belangrijk. Maar oude panden zijn vaak slecht geïsoleerd, verkeren met enige regelmaat in erbarmelijke staat en zijn duur om op te knappen. Bovendien zijn ze vaak groot of hebben ze een rare vorm.

Erfgoedcommissies, eigenaren, provincies en gemeenten breken er regelmatig hun hoofd over: bewaren of laten vergaan? Wie trekt de knip en wie gaat er gebruik van maken?

Dood in de pot

Die economische instelling is volgens Peter Michiel Schaap van Platform GRAS de dood in de pot. ,,De enige waarde waar we naar kijken, is de economische waarde. Hoeveel geld levert het op en wat gaat dat kosten? Maar daardoor zie je andere kansen niet meer.’’ Erfgoed kan zich namelijk ook in andere waarden uitbetalen, denkt Schaap. ,,Het draagt trots uit, het kan bezoekers trekken van binnen en buiten Groningen en het geeft eigenheid en karakter aan een gebied.’’

Hij ergert zich groen en geel aan het gemak waarmee panden worden gesloopt, om vervangen te worden door gebouwen met ‘botoxgevels’. Oftewel: een vage kopie van iets wat lijkt op het verleden, waarbij de plank finaal wordt misgeslagen. Een beetje alsof je op een filmset loopt. ,,Neem bijvoorbeeld Blauwestad. Wat een treurigheid.’’ Hij kan zich voorstellen dat mensen hier graag wonen, hoe ‘nep de architectuur ook is’, maar hij vindt het een planologische misser. ,,Hoe kun je investeren in zo’n type wijk voor de spreekwoordelijke happy few , er is geen sociale woningbouw te bekennen, terwijl een kilometer verderop een potentieel prachtig stadje ligt te verpieteren.’’ Schaap doelt op het historische centrum van Winschoten.

‘Alles bewaren hoeft niet’

Moeten we alles wel in piekfijne staat willen bewaren? De oplossing zou kunnen zijn: we maken er een film over of een mooie foto van. Die slaan we op en archiveren we. Waarom is het zo belangrijk dat erfgoed echt blijft staan? In landen als Schotland zijn het juist de ruïnes die toeristen trekken.

,,Alles bewaren hoeft niet’’, zegt Schaap. ,,We zijn geen museum. Belangrijk is wel dat je de historische gelaagdheid van dorp en stad bewaart en bewaakt. En je moet zorgen dat er bij sloop iets terugkomt van dezelfde of betere kwaliteit. En dan heb ik het niet alleen over duurzaamheid.’’

Archiveren is een optie, geeft Bernard Stikfort toe. Hij is commissielid van Erfgoedvereniging Heemschut in de provincie Groningen en Beleidsregisseur Erfgoed, Cultuurhistorie en Monumenten in de gemeente Westerveld.

,,Maar je verwijdert niet alleen een hoop stenen. Je snijdt ook het verhaal en de ziel weg uit dorp en stad. Een toerist komt naar een plek omdat het een mooie stad of een pittoresk dorp is. Als je historische of karakteristieke panden sloopt, dan wordt de streekeigen architectuur er met kies en wortel uitgetrokken. Je krijgt er dan vaak iets voor terug wat net zo goed in de Randstad had kunnen staan.’’

Out of the box denken en meer durven

Schaap denkt dat er een coöperatie moet worden opgericht. ,,Neem bijvoorbeeld Land van Ons waarbij leden gezamenlijk stukken landbouwgrond kopen en beslissen wat daarmee gebeurt. Zoiets moeten we ook hebben voor erfgoed. Het gaat erom dat je plekken van waarde behoudt voor het collectief en waardeert op aanzienlijk meer dan geld.’’

Stikfort is van mening dat er voor erfgoed vaker out of the box moet worden gedacht. ,,We moeten wat meer durven. Bestuurders zijn in deze vraagstukken nog vaak te conservatief. Vrijwel elk dorp in Drenthe kent een melkfabriek waar niets mee gebeurt. Maak daar woningen van. Dat helpt de woningmarkt ook weer op gang.’’

Hij kijkt met enige jaloezie naar landen als Engeland en België. De Merksplas-Kolonie in België, onderdeel van de zeven voormalige koloniën van weldadigheid, is voor miljoenen euro’s opgeknapt en heeft vorig jaar het Europese Erfgoedlabel in de wacht gesleept in samenwerking met het Gevangenismuseum Veenhuizen en Museum De Proefkolonie in Frederiksoord.

,,Daar dachten ze: we pakken de boel eerst aan en gaan dan nadenken over de invulling. In Nederland is het altijd andersom en daardoor komen heel veel plannen niet van de grond.’’ In het Verenigd Koninkrijk is er een nationale pot met geld om historisch erfgoed te behouden. ,,In Nederland wordt altijd gekeken wat iets op kan leveren. Maar waarom moet dat altijd? Misschien is quitte draaien ook voldoende.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu