Gronings loopfietsje 'Matsie' vindt aftrek in Den Haag en Almelo

Dagblad van het Noorden blikt terug op sterke verhalen uit 2019, wat gebeurde na het nieuws en hoe gaat het met de mensen daarachter? Vandaag Mats Boswijk, hij maakte van oude rollators loopfietsjes voor zijn tweeling, nu heeft hij tientallen bestellingen.

Mats Boswijk knutselt één van de gewilde fietsjes in elkaar

Mats Boswijk knutselt één van de gewilde fietsjes in elkaar Foto: Geert Job Sevink

In de werkplaats van Mats staan zo’n twintig rollators op een rij, wachtend op hun nieuwe leven. Een deel draagt de namen van de meestal overleden mensen. ‘Grietje’, ‘Hennie’ en ‘Willie’, schuifelden in hun dagelijks leven achter de apparaten, duwden die naar de kerk, supermarkt en koffiepot. Nu hebben ze die niet meer nodig. Uit elk van de rollators bouwt Mats twee nieuwe loopfietsjes voor mensen die er nog wel wat mee kunnen: energieke peuters.

De start

Even terug, hoe begon het allemaal ook maar? Tweelingbroers Ramses en Chris (2) hadden er iedere dag een strijd om: de loopfiets van grote broer Sam (6). Het was papa Mats al snel duidelijk: allebéi moesten ze een loopfiets hebben.

In zijn werkplaats in Groningen had de decorbouwer nog een oude rollator liggen, daar ging de slijptol in. Zoals hij al een keer eerder had gedaan toen hij de loopfiets voor zijn oudste fabriceerde. Stoeltjes bestellen, handvatjes kopen, de verschillende onderdelen in elkaar lassen, wieltjes eronder en loopfietsen maar.

Nou, twee ‘nieuwe’ glimmende fietsjes: dat was even genieten voor de boertjes. „Ze gaan er nog steeds overal mee naartoe”, glimlacht Mats. „School, de supermarkt en ook in huis.” Het kon op veel bekijks rekenen uit de buurt, mensen wilden wel zo’n leuk ding van opnieuw gebruikte materialen voor hun (klein)kind.

Handen uit de mouwen

Inmiddels heeft Mats er een handigheidje in ontwikkeld. Gezien de tientallen bestellingen, is dat maar goed ook. Gestoken in een stevige las-tuinbroek en bewapend met een arsenaal aan boren, slijptollen en zijn lasapparaat, zorgt hij dat de rollators zoveel meer zijn dan oud ijzer: een verbindende factor tussen verschillende generaties. Van iedere rollator maakt hij twee loopfietsjes: één om te verkopen en één voor het goede doel.

Hoe het nu met hem gaat? „Het heeft een enorme boost gehad, echt super grappig hoe dat gegaan is. Terwijl ik helemaal geen publiciteit heb gezocht. Ik heb het even nagezocht, ik heb nu nog zo’n 25 in bestelling.” Die aanvragen komen uit Stad, Ommeland en de rest van Nederland. „In Almelo, Utrecht, Den Haag, daar wilden mensen ze allemaal hebben.”

De loopfietsjes belanden overal. Ook bij een opvanglocatie voor probleemgezinnen. „Dat is een leuk middel om te zien hoe de interactie tussen ouders en hun kinderen is. Het is handig materiaal voor ze om dat te observeren, dat hadden we eerst helemaal niet bedacht.”

Rollators met een verhaal

Maar soms zijn de verhalen ook zwaar. „Een vrouw bracht laatst twee rollators tegelijk. Haar dochter was overleden aan een spierziekte en rond die tijd was haar man ook gestorven.” De rollators die hij binnenkrijgt, behandelt hij dan ook met zorg. „Laatst was ik bang dat ik er een kwijt was, dat ik die naar iemand anders had gebracht. Daar schrok ik wel van. Je wilt niet dat iemands rollator een fietsje wordt bij een ander, terwijl die eigenlijk naar een kleinkind had gemoeten.”

Vooralsnog kan Mats de hoeveelheid bestelling nog aan. „Het is nu nog leuk. Het is ook fijn dat het niet allemaal tegelijk hoeft, ik wil mijn werk als podiumbouwer er niet voor opzij schuiven.” Nu en dan een loopfietsje bouwen, vindt hij prima, maar het moet geen productiewerk worden.

Fantaseren

„Hoewel... je gaat wel fantaseren, maar ik ben geen ondernemer.” Het zou een andere vorm van bedrijfsvoering vergen, die misschien niet bij hem past, beseft hij. „Dan moet je misschien een stichting oprichting en subsidie aanvragen om machines en andere dingen aan te schaffen. Echt veel geld zul je er echter niet mee gaan verdienen.” Het zou dan een soort leer-werkvoorziening worden.

Dat het ei van Columbus er niet inzit, vertelde hij ook aan geïnteresseerden die zijn idee wilden gebruiken. „Als iemand het wil doen, laat hem maar. Laatst belde iemand uit Amsterdam: hoe ik die fietsje maakte? Ik wil nog wel een instructievideo maken zodat iedereen het kan doen, maar daar heb ik nog geen tijd voor gehad. Dat moet ook goed gedaan worden.”

Animo is er in ieder geval genoeg. Een hulporganisatie die actief is in Afrika wilde zijn idee ook nadoen, maar dan breder. „Zij hebben heel veel spullen staan, maar kunnen die maar moeilijk meenemen omdat ze zo groot zijn.” Voor de organisatie zou het een uitkomst zijn om de mensen die zij willen helpen te leren hoe zij zelf spullen kunnen hergebruiken uit hun directe omgeving en zo de schaarste in het gebied kunnen verminderen.

Van schaarste is in ieder geval geen sprake bij Ramses en Chris: zij testen nog regelmatig ‘nieuwe’ loopfietsjes. Dat mogen ze nog een tijd blijven doen: Mats is nog lang niet klaar met zijn Matsies.


Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu