Het onderwijs piept en kraakt in de voegen. Theo Witte van de RUG trekt aan de bel: 'We stevenen af op een nationale ramp'

Overbelaste leraren die geen collega’s meer kunnen krijgen. De verslechterende kwaliteit van het onderwijs. Een overheid die geen regie neemt. Neerlandicus Theo Witte, RuG-vakdidacticus in ruste, trekt aan de schoolbel. Want het onderwijs moet gered, de leerkracht weer centraal en snel een beetje. „We stevenen af op een nationale ramp.”

Theo Witte trekt aan de schoolbel, schreef brandbrief aan de kamer over de verslechterende stand van zaken in het onderwijs, zet nu een Red Team op die adviezen gaat geven aan de overheid.

Theo Witte trekt aan de schoolbel, schreef brandbrief aan de kamer over de verslechterende stand van zaken in het onderwijs, zet nu een Red Team op die adviezen gaat geven aan de overheid. Foto: Marjorie Noë

Nee, hij wilde dat hij dat stuk niet had hoeven te schrijven. De brandbrief, Red het Onderwijs die Theo Witte eind vorig jaar naar de Tweede Kamer stuurde, telt acht dicht beschreven kantjes waarin de stand van Nederland als onderwijsland wordt belicht, en van het lezen van die brief word je niet vrolijk.

Hij schrijft: ‘Als leerling, ouder, leraar, vakdidacticus, lerarenopleider en onderzoeker was ik getuige van de ontwikkelingen in de afgelopen veertig jaar en heb ik gezien hoe politici, schoolbestuurders en andere ambtenaren keer op keer de docent in de steek lieten en daarmee de belangrijkste en inmiddels overbelaste schakel in het onderwijsproces ernstig hebben verwaarloosd.’

Neerlandicus Theo Witte zag het om zich heen gebeuren. Op de universiteit in Groningen, waar hij als vakdidacticus studenten leerde hoe je les moest geven, haakten veel studenten af omdat ze bezweken onder de werkdruk. Waar zijn eigen professoren nog voor de klas hadden gestaan en schoolboeken hadden geschreven, vreesden zijn eigen studenten de laatste jaren steeds vaker dat er op het beroep van docent werd neergekeken.

Het werd hem zwaar te moede

De op Texel geboren Witte wilde zelf niets liever dan docent worden. Zijn doctoraalstudie Door het Oog van de Meester’ over lezen in het voortgezet onderwijs werd zo enthousiast ontvangen dat er een website ‘Lezen voor de lijst’ werd uitgerold, die nu op alle scholen van Nederland wordt gebruikt. Hij is met emeritaat, maar zit niet stil. Toen hij onlangs door het vakblad Vakwerk werd gevraagd zich eens in het lerarentekort te verdiepen, ging hij er eens goed voor zitten. Het werd hem zwaar te moede.

Hij schrijft: ‘Zoals het beleid tot op de dag van vandaag wordt gemaakt en uitgevoerd zullen de problemen niet worden opgelost, maar juist vergroot. Terwijl het schip op de rotsen aankoerst, reageert men met ad hoc-maatregelen, nieuwe budgetten en onderzoekscommissies, maar ontbreekt het bij de kapiteins en stuurlieden aan kracht, regie en visie om het schip op de juiste koers te brengen. De gevolgen van dit wanbeleid zullen nog tientallen jaren voelbaar blijven. Wanneer dringt het tot onze politici en bestuurders door’, schrijft hij, ‘dat we afstevenen op een nationale ramp?’

Niemand hoeft zich te verantwoorden

,,Het is gemodder.’’ Theo Witte windt in zijn werkkamer in Groningen geen doekjes om het onderwerp. ,,In het onderwijs neemt niemand de regie. Iemand bedenkt een nieuw curriculum met een fancy woord, er wordt geld beschikbaar gesteld, Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-raad, komt langs samen met andere heren in kostuums en dames in mantelpak, je ziet op dat soort bijeenkomsten geen docent rondlopen. Het geld gaat naar de schoolbesturen en die kunnen ermee doen wat ze willen. OCW weet echt niet wat er met al die miljarden gebeurt, niemand hoeft zich te verantwoorden.’’

De lumpsumconstructie, die scholen zelf hun geld laat bestieren, werkt niet, constateert hij in zijn brief. En verwijst naar een door de Onderwijsraad bekroond onderzoek waarin werd becijferd hoeveel van het geoormerkte geld voor leraren tussen 2002 en 2015 daadwerkelijk leidde tot een hoger salaris van de doelgroep: Geen cent. Sterker; de werkdruk steeg terwijl hun salaris met 2 procent daalde.

Het is, zegt hij, ‘ongrijpbare onmacht.’ ,,Deze regering koopt alles af met extra budgetten. Maar er zitten veel te veel lagen tussen de bewindvoerders en wat er uiteindelijk in de klas gebeurt. Om de structurele problemen in het onderwijs drastisch te veranderen moet je moet niet alleen praten met de de leraren, maar ze ook gehoorzamen.’’

Dat wat er in de klas gebeurt, zegt hij, daar gaat het om. ,,Ik vind het een veeg teken dat er momenteel meer pedagogen, onderwijskundigen en psychologen worden opgeleid dan docenten. Dus die gaan zich overal mee bemoeien, gaan het over handelingsprotocollen hebben, en hoeveel procent van een les interactief moet zijn. Er wordt heel wat afgemonitord terwijl de kwaliteit van het onderwijs al jaren zakt. Waar dient het allemaal voor? En niemand ziet de olifant in de kamer: het lerarentekort.’’
 

Wie wil er nog leraar worden?

Dat er een tekort is, lijkt hem niet meer dan logisch. De arbeidsomstandigheden van leraren hebben bij de onderwijsbestuurder geen prioriteit, zo schrijft hij de Kamer. Ze worden zwaarder belast als de politiek daarom vraagt, vangen extra leerlingen met gedragsproblemen op in het kader van ‘weer samen naar school’ dat nu ‘inclusief onderwijs’ heet, maar dat in wezen een verkapte bezuinigingsoperatie was. Wie wil er nog leraar worden?

Als vakdidacticus kwam hij op allerlei scholen en sprak hij met veel leraren. ,,Velen doen het met hart en ziel. Er is veel betrokkenheid, solidariteit en verantwoordelijkheidsgevoel. Is een collega ziek? Oh, dan neem ik die klas wel. Een leraar zegt niet snel nee, maar zou dat best wat vaker mogen doen’’

Om dat lerarentekort terug te dringen moet het beroep weer aantrekkelijk gemaakt worden, zo zegt hij. ,,De klassen moeten kleiner, de salarissen hoger en de kwaliteit van het onderwijs moet beter worden, dat verandert de status van het beroep. In Duitsland is elke docent academisch opgeleid, hier niet. Terwijl heel veel leraren het juist heerlijk vinden om zich in hun vak te verdiepen, maar door vermoeidheid en tijdgebrek komen ze daar vaak niet aan toe.’’

Goede en gelukkige leraren, zegt hij, dat zou het doel van de beleidsmakers moeten zijn. ,,Slimme mensen voor de klas die plezier hebben in lesgeven, die daar ook een zekere mate van vrijheid in krijgen, zoals in Finland waar de leraren werken met eigen materiaal.’’ Het zou, zegt hij, een belangrijke stap zijn in de strijd tegen de verschraling van het onderwijs. Dat leerlingen zich niet blindstaren op het halen van punten, maar echt willen weten hoe de wereld en het leven in elkaar zit.

De politiek moet inzien dat er een groot probleem is

Onderwijs is een ambacht. Witte is niet de enige die dat ziet. Het succes van de film Etre et Avoir , over een kleine Franse dorpsschool, de populariteit van de documentaire over Juf Kiet met haar klas vol asielzoekerskinderen, de hoge kijkcijfers voor de tv-serie Klassen , het spreekt wat hem betreft boekdelen. Hij heeft weliswaar vooralsnog alleen van GroenLinks en D66 respons gehad op zijn brief, maar Witte laat het er niet bij zitten. Hij werkt aan een ‘RED Team Onderwijs’, samengesteld uit onafhankelijke, gezaghebbende onderwijsexperts die het onderwijsbeleid kritisch gaan volgen en van gevraagd en ongevraagd advies zullen voorzien.

,,Want het water loopt over de reling, maar de kapitein en de stuurman gaan vrijuit, alleen de matrozen staan aan dek. De politiek moet inzien dat er een groot probleem is. Er moet een Deltaplan komen, een meerjarenplan waar iedereen het over eens is, een plan waar streng op wordt toegezien en dat op concrete doelen wordt afgerekend. Er zou weer een ministerie van onderwijs moeten zijn voor de komende tien jaar, dat niet meer op afstand staat, maar de verantwoordelijkheid neemt en de focus legt. Want daar gaat het om. Focus, focus, focus.’’

Verschraald onderwijs. Uitgeputte leraren. Beleidsmakers die de andere kant opkijken. Uiteindelijk zullen de leerlingen van nu de kinderen van de rekening worden, zegt hij. ,,Ik heb als jonge man mijn geestelijke vermogen kunnen ontwikkelen omdat er beleid was dat dat stimuleerde en mogelijk maakte. Maar de kinderen van nu krijgen te weinig bagage om met het complexe leven in deze wereld om te gaan. Zonder historisch besef, zonder taalvaardigheid die hen leert de wereld te begrijpen en interpreteren, zonder dat ze leren dat er verschillende perspectieven mogelijk zijn op de werkelijkheid, zullen ze niet zijn voorbereid op hun toekomst.’’

Reageren? t.c.h.witte@rug.nl

Bekijk hieronder de brandbrief.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
Onderwijs
menu