Hoe Oudeschip opgeslokt dreigt te worden door de industrie: 'Dat wat ons zo lief is, pakken ze af'

Rust, ruimte, stilte. Juist daar, in het uiterste noordelijke puntje van Nederland, ploft een brief op de mat bij de bewoners van Oudeschip en omliggende dorpen. De boodschap: we gaan de Eemshaven uitbreiden tot vlak naast jullie woningen. Slik.

Jaap Kap, Jan Dijkstra, Peter de Vries en Etty Meijer. Allen zijn ze overvallen door de plannen in hun 'achtertuin'. „Machteloosheid overheerst."

Jaap Kap, Jan Dijkstra, Peter de Vries en Etty Meijer. Allen zijn ze overvallen door de plannen in hun 'achtertuin'. „Machteloosheid overheerst." Foto's: Tim van Kempen

„Al in de brievenbus gekeken?” Het is die koude voorjaarsdag in april misschien wel de meest gestelde vraag in Oudeschip en omliggende dorpen Koningsoord, Heuvelderij, Nooitgedacht en Polen.

Marieke Jonker komt net van haar werk als ze bij de post een envelop van de provincie Groningen vindt. Ze opent hem, neemt de folder eruit en weet niet wat ze leest. De ‘voortuin’ van haar woning wordt omgetoverd tot industriegebied. De Eemshaven heeft ruimte nodig en dus is besloten om richting Oudeschip te bouwen. Jonker verhuisde twee maanden voordat ze de brief las naar de woning in Oudeschip. Ze verruilde de drukke stad Groningen voor rust en ruimte in het uiterste Noorden.

De situatie: naast Oudeschip, achter de dijk, ligt de Oostpolder. Dat is nu een weids landbouwgebied dat het dorp scheidt van de Eemshaven. Die polder is aangewezen voor de uitbreiding. De boeren die er grond bezitten moeten dat verkopen aan de overheid. Doen ze dat niet? Dan volgt op den duur vaak onteigening. Het gaat om een kleine 600 hectare grond. Dat is nu in bezit van zo’n vijftien akkerboeren.

Het plan voor de uitbreiding komt als een donderslag bij heldere hemel voor de inwoners. De boodschap is een harde: zeker omdat ze het gevoel hebben dat alles al beklonken is, zonder dat ze ook maar enige inspraak hadden.

‘Heb je het al gehoord?’

Allemaal kunnen ze zich het moment nog precies voor de geest halen dat ze het nieuws lazen of hoorden. Peter de Vries is die dag bezig met de bouw van zijn carport. De buurvrouw roept. „Heb je het al gehoord?” De Vries leest de brief. „Het eerste wat ik dacht: heb ik de verkeerde keuze gemaakt door hier te gaan wonen in 2018? Meteen daarna kwamen de boosheid en de strijdlust. Ik laat me hier niet wegsturen.”

Bij de brief zit ook een uitnodiging. Diezelfde avond nog is er een bijeenkomst waarbij de provincie Groningen en de gemeente Het Hogeland de plannen uit de doeken doen. Het vindt online plaats, de bewoners kunnen meekijken via YouTube. Het is coronatijd, grote groepen mogen niet. Het voelt niet goed. De bewoners willen de bestuurders in de ogen kijken bij de presentatie van zo’n ingrijpend plan.

‘t Is niks en ‘t wordt niks

Even terug in de tijd. In de jaren 60 groeit de Nederlandse economie zo hard dat er ruimte nodig is voor de sterke industriële ontwikkeling. De aanleg van een nieuwe haven in Noord-Nederland is een van de oplossingen. In 1973 wordt de Eemshaven officieel geopend. De grond eromheen is bouwrijp voor bedrijven. De grote Eemshavencentrale die de energie moet leveren staat al in de steigers.

Even is er vrees dat Oudeschip opgeslokt wordt. Maar die angst verdwijnt als de ontwikkeling in de Eemshaven maar niet op gang komt. Enkele decennia lang gebeurt er weinig. De grote schepen komen niet, de gedroomde handel komt niet op gang, de bedrijven vestigen zich er niet. De Eemshaven wordt een flop en in goed Gronings dacht de omgeving: ’t was niks, ’t is niks en ’t zal ook nooit wat worden.

Maar zo’n vijftig jaar na de opening, in 2021, lijkt het dan toch op stoom te komen. De Eemshaven heeft ruimte nodig. Het gebied is het ‘stopcontact’ van Nederland geworden met grote energiecentrales. De provincie Groningen is apetrots als in 2016 wereldspeler Google er een datacenter opent. Dat smaakt naar meer. De provincie zegt vragen te krijgen van grote spelers in de energiesector.

‘Moderne hightech-bedrijven willen naar Groningen’

Gedeputeerde Mirjam Wulfse van de provincie: „Bedrijven zoeken grote kavels. Denk aan de productie van waterstof, batterijen, moderne hightech-bedrijven.”

Allemaal mooi, denken de bewoners van Oudeschip. Maar wij dan? Wulfse zegt bij de online bijeenkomst: „We willen dat de omgeving er ook van kan profiteren. Denk aan recreatie, toerisme, aan groene zones.” Het dorp mag meepraten, meebeslissen, wordt beloofd.

De bewoners horen het Wulfse zeggen, op een scherm. Jaap Kap, een van de bekendste inwoners van het dorp als voorzitter van Dorpsbelangen, is er gelaten over. „Wat kunnen wij nu nog inbrengen? Dit zijn besluiten van de gemeente, de provincie, de landelijke overheid en – groter zelfs - van Europa. Uit alles blijkt dat ze er al vanuit gaan dat die uitbreiding er komt. En wij mogen alleen nog even meedenken over waar een boompje komt te staan.”

De poldermolen versus de windturbines

Lita Siepel woont pal naast de dijk, aan de – hoe kan het ook anders – Dijkweg. Achter de dijk ligt een polder waarin ze elke dag wandelt met haar twee honden. Het landbouwgebied fungeert al sinds jaar en dag als bufferzone tussen het dorp en de industrie. Juist die plek is nu bestempeld als bouwgrond voor de uitbreiding.

„In 2000 kwam ik hier wonen in mijn kleine dijkhuisje. Ik zocht de rust, het buiten wonen en -leven”, zegt Siepel. Maar met de keuze te verkassen naar een plek ver weg van alles en iedereen komt er nu juist een hoop sores. „Er is iedere keer wat in dit gebied.” Ze doelt op de vele plannen van provincie, bedrijven en gemeente, de wil om te bouwen in het gebied.

Ze wijst naar de dijk in de verte, waar de oude poldermolen Goliath een miniatuurtje lijkt tussen de enorme windturbines. Ernaast ligt het helemaal vol met zonnepanelen. „Vroeger liepen daar schapen”, zegt ze.

In Oudeschip wordt niet zo op je gelet

Steeds is er protest van de bewoners. Soms met succes, vaak ook niet. De oudste bewoners konden vroeger nog tot aan het wad lopen. Toen kwam de Eemshaven. Later de kolencentrale. Een groot plan om de polder vol te bouwen met kassen. En weer later de windmolens. Er staan tientallen in de omgeving. In de polder komen er nog 21 bij, de bouw is in volle gang.

Het dorpsgevoel – dat de bewoners zo liefhebben omdat ze er met niets en niemand wat te maken hebben – wankelt. Dat voelt wrang. Van oudsher is Oudeschip het een dorp dat zich onbespied waant. Alles kan, alles mag, juist omdat er weinig in de omgeving is. Jaap Kap: „Men neemt je hier zoals je bent en je kunt doen wat je wilt. We hebben het gevoel dat er niet zo op ons wordt gelet.”

De naamgeving en het ontstaan van Oudeschip passen in dat beeld. In 1760 zou er een zeilschip gestrand zijn, zo vertellen documenten in de Groninger Archieven. Het schip werd door mannen over de dijk getrokken die erin gingen wonen. Toen het verval van het schip intrad bouwden ze een huis waarin ze de jeneverkroeg Het Oude Schip vestigden. Later meerde hier steeds vaker een schip met ‘diggel’ aan. Dat aardewerk werd verkocht en de markt, in combinatie met de jeneverkroeg, zorgde voor ruige feesten. De kerkenraad van Uithuizermeeden greep eind 18de eeuw in toen het uit de hand dreigde te lopen. De markten werden verboden.

Het dorpshuis draagt de naam Diggelschip, een knipoog naar die tijd. De bewoners zijn bang dat Oudeschip in de kern wordt aangetast door de vernieuwing. „Het eerste huis staat al te koop”, zegt Etty Meijer, die ook aan de Dijkweg woont. „Het bord ging in de tuin na de aankondiging van deze plannen.”

(Bekijk hieronder een dronevideo van het gebied)

Uitkopen? ‘Waar moet ik heen?’

Hoe moet het verder? De provincie en de gemeente zeggen dat er een compensatieregeling komt. Oftewel: uitkopen. De bewoners schieten ervan in de lach. Lita Siepel: „Mijn dijkhuisje is misschien 125.000 euro waard. Wat moet ik dan terugkopen? Een huis van 250.000 euro gaat in deze tijden weg voor 3 ton. Ik kan nergens heen.”

En waar vind je zo’n plek terug? Dat is ook de grote vraag van Jan Dijkstra, die een kwekerij aan de dijk runt. 21 jaar geleden kwam hij naar Oudeschip en in die tijd is zijn kwekerij uitgegroeid tot een waar paradijs, vol met bijzondere planten. „Uitkopen? Hoe moet je dit in een bedrag uitdrukken?”

Dijkstra kwam in Oudeschip wonen toen de Eemshaven en de gascentrale er stonden. „Ik heb er altijd rekening mee gehouden dat er wat kon gebeuren met dit gebied.” De bewoners zijn wat gewend. Tot in den treure hebben ze inspraakavonden meegemaakt voor weer nieuwe plannen. „Maar dit?”, zegt Dijkstra. „Dit had ik nooit kunnen bedenken.”

Lita Siepel omschrijft het zo: „Het dorp wordt elke keer weer overdonderd. Bewoners spreken elkaar moed in. Ze zeggen: laat het niet onder je huid kruipen. Maar op een gegeven moment gebeurt dat toch. Je probeert het gevoel te reduceren, maar het is er altijd. Mijn veilige omgeving is in gevaar. Kan ik straks nog rustig een kopje koffie drinken in de tuin?” Ze zwijgt even. „Het plekje is me hartstikke lief, maar als ik alles had geweten, was ik hier nooit gaan wonen. Het kost té veel energie”, concludeert Siepel.

Dat gevoel herkent Etty Meijer. Ze woont 45 jaar in het dorp en heeft zich altijd uitgesproken én meegedacht als er weer plannen werden gemaakt voor de omgeving. „Tot aan de Raad van State hebben we gevochten. Toen de kassen kwamen lag ik er ’s nachts van wakker. Dat is nu niet meer het geval.” Ze is geharnast. Al dat strijden, ze zegt het met liefde te doen voor het dorp. „Maar het kost zó veel energie. Het zit absoluut niet in ons hoofd om te vertrekken. Maar met dit plan zitten we nog jaren in de ellende. Ik weet niet of ik dat trek.”

Murw gebeukt

Hoe staat het met het vertrouwen in de overheid? Het antwoord laat zich raden. Niemand van de geïnterviewden zegt dat nog te hebben. Bij Peter de Vries verdween dat vertrouwen meteen toen hij hoorde over het nieuws tijdens de bouw van zijn carport. „Ik werd kwaad en raakte diep teleurgesteld in de overheid, een partij waar je honderd procent op moet kunnen vertrouwen.”

Lita Siepel: „Ik leer een heel andere kant van mezelf kennen. Ik had nooit gedacht dat ik dat vertrouwen in de overheid zou verliezen. Nu ben ik dus zo iemand. Mijn lontje wordt steeds korter. De wereld verandert. Dat snap ik. Maar het is ook de manier waarop.” Wat niet helpt is dat de overheden steekjes laten vallen. Zo werden de enige mensen die nog in de Oostpolder wonen, een echtpaar, niet uitgenodigd voor de online informatiebijeenkomst.

Jan Dijkstra van de kwekerij: „De machteloosheid overheerst. Meerdere mensen hebben dit dorp al verlaten toen we streden tegen de kassen. Ze zijn totaal overspannen vertrokken.”

Sommige dorpsbewoners zijn murw gebeukt. Jaap Kap, de voorzitter van Dorpsbelangen, haalt zijn schouders op. „Wil de overheid iets? Dan gebeurt het.” Maar wat heeft het dorp eraan? Werkgelegenheid, economische voorspoed, zeggen de bestuurders.

Toen Google kwam was werkgelegenheid ook het toverwoord. Bij de windmolens wordt het ook vaak aangehaald. En inderdaad: Adviesbureau Copenhagen Economics deed onderzoek (in opdracht van Google) en concludeerde vorig jaar dat de vestiging van de internetgigant duizenden banen opleverde.

Maar de Groningers denken dat zij er niet zoveel aan hebben. De Oudeschipsters zeggen bijna niemand te kennen die een baan kreeg bij Google. Wel zien ze elke dag auto’s met Oost-Europese kentekens door de omgeving rijden. „Goedkope krachten uit Polen en Litouwen”, zegt Erik Dijkshoorn die naast de polder woont. „Het bedrijf huurt Amerikaanse ondernemers in, die huren weer kleinere ondernemers in die werken met Oost-Europeanen. Wij hebben er qua werkgelegenheid helemaal niks aan.”

Het schrikbeeld is een spookdorp

Waar gaat het naartoe met het Oudeschip en de andere plaatsjes? Het schrikbeeld is een spookdorp; dat mensen vertrekken, terwijl er niemand voor terugkomt. Dorpsgenoten kijken naar elkaar. Wat ga jij doen? „Dat begint nu al”, zegt Lita Siepel. Zij vreest vooral de drukte. „Als ze deze industrie hier echt neerzetten, kan ik net zo goed in de stad gaan wonen. Dat waar ik hier voor kwam, dat nemen ze je dan af. En dat neem ik de bestuurders heel erg kwalijk.”

Siepel ziet hetzelfde gebeuren op andere plekken in de wereld. Een handjevol protesterende bewoners legt het af tegen plannen van overheden of grote bedrijven. Ze voelt zich eenzaam in de strijd. „Wij maken ons er druk om, maar voorbij Uithuizen weten mensen bij wijze van spreken al niet meer wat hier gaande is. Die houden zich er niet mee bezig.” Daarom zou ze bescherming van de overheid verwachten. „Maar het voelt alsof ze denken: ‘Ach, die paar inwoners van Oudeschip? Geeft niks, klap neer die bende.”

‘Zorg dat het dorp profiteert’

Volgens Erik Dijkshoorn is het belangrijk dat de dorpen werkelijk baat hebben bij de plannen. Alleen dan is er wat sympathie te wekken bij de bewoners. Het is de dorpen gelukt om na veel inspanningen te profiteren van de windmolens. De opbrengst van twee van de molens vloeit straks rechtstreeks naar de dorpen. Dijkshoorn: „Als je er niks aan hebt denk je bij elke windmolenslag: daar heb je dat klereding weer. Als je zeggenschap krijgt over de energie die zo’n turbine produceert, denk je bij elke slag: daar komt mijn goedkope energie elektriciteit en mijn extra verdiensten.”

Voorzitter Jaap Kap van Dorpsbelangen zegt zich daar dan ook vooral voor in te willen zetten. Het dorp moet er iets aan overhouden – of liever nog – erdoor vooruitgaan. Hij legt de Dorpsvisie op de stamtafel in dorpshuis ‘ t Diggelschip. Het is een boekje dat de inwoners maakten met al hun wensen. „Zorg maar dat de ideeën ingewilligd worden”, zegt Kap. „Dan willen we best praten.”

Zijn Oudeschip, waar zijn vader decennialang de Winkel van Sinkel runde, gaat hem aan het hart. Is er de angst dat het definitief wordt opgeslokt? „Ik hoop dat dit dorp nooit verdwijnt. Maar als we weg moeten, dan wil ik dat we met opgeheven hoofd weg gaan. Met een goede regeling.”

Ondertussen gaat Peter de Vries verder met zijn verbouwing. Die carport, die komt er. De boel stopzetten na het nieuws? Dat doet hij niet. „Ik maak het af, omdat ik ook wil laten zien: dit is mijn plek, je krijgt me niet weg.”„Al in de brievenbus gekeken?” Het is die koude voorjaarsdag in april misschien wel de meest gestelde vraag in Oudeschip en omliggende dorpen Koningsoord, Heuvelderij, Nooitgedacht en Polen.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu